<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:8644</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-05T11:11:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/211047-18  vordering TUL: 10/741021-18 en 10/741257-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:8644">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:8644</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-05T11:11:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:8644 Rechtbank Rotterdam , 22-08-2019 / 10/211047-18  vordering TUL: 10/741021-18 en 10/741257-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:8644:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor zonder noodzaak gebruikmaken van het alarmnummer voor publieke diensten. Niet-ontvankelijkverklaring OM t.a.v. vordering TUL.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:8644:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 10/211047-18</para>
      <para>Parketnummers vordering TUL: 10/741021-18 en 10/741257-14</para>
      <para>Datum uitspraak: 22 augustus 2019</para>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,</para>
      <para>raadsman: mr. M.R. de Kok, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 augustus 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:</para>
      <para>- vrijspraak van het ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vorderingen tenuitvoerlegging</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vonnissen waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">10/741021-18</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vonnis van 28 juni 2018 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal met braak gedurende de nachtrust, diefstal en oplichting veroordeeld  voor zover van belang  tot een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, waarvan een gedeelte groot 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.</para>
        <para>De proeftijd is ingegaan op 13 juli 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">10/741257-14</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vonnis van 21 mei 2015 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van het meermaals plegen van een diefstal in vereniging met braak en opzetheling veroordeeld  voor zover van belang  tot een jeugddetentie voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.</para>
        <para>De proeftijd is ingegaan op 21 januari 2016.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie en verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie en de verdediging hebben geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van het openbaar ministerie in de vorderingen tot tenuitvoerlegging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot tenuitvoerlegging, omdat deze vorderingen – zoals het openbaar ministerie meent – niet ingediend hadden moeten worden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vorderingen tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van 28 juni 2018 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijk strafdeel en de bij vonnis van 21 mei 2015 van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. C.N. Melkert, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. S.C.C. Hes-Bakkeren en M.E. van der Zouw, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 24 oktober 2018 te Rotterdam opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, door het alarmnummer (van de politie, te weten 112) te bellen en de melding te maken dat in een café een persoon zitten en/of aanwezig zou zijn die een vuurwapen voorhanden had.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>