<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:7096</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-04T09:37:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">580505 / HA RK 19-977</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:7096">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:7096</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-04T09:36:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:7096 Rechtbank Rotterdam , 03-09-2019 / 580505 / HA RK 19-977</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:7096:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. Het verzoek is niet gedaan zodra de feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond aan verzoeker bekend zijn geworden. De gewraakte gedragingen van de rechter zijn aan verzoeker bekend geworden kort na 23 juli 2019, terwijl het verzoek tot wraking eerst is ingediend op 16 augustus 2019. Verzoeker heeft ter zitting meegedeeld dat hij elke volgende kantonrechter bij de rechtbank eveneens zal wraken. Misbruik van het middel van wraking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:7096:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer /  rekestnummer: 580505 / HA RK 19-977</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 3 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. P. Joele</emphasis>, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2 (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft op 18 juli 2019 een vonnis uitgesproken in de civielrechtelijke procedure tussen de vennootschap onder firma [naam v.o.f.] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, tegen verzoeker als gedaagde in conventie, eiser in reconventie. In dat vonnis is een comparitie van partijen bepaald op 14 oktober 2019. </para>
      <para>Die procedure draagt als kenmerk 7879132 CV EXPL 19-4438.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief, ingekomen ter griffie op 16 augustus 2019, heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het hiervoor genoemde vonnis van 18 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker en de rechter zijn uitgenodigd voor de zitting waarop het wrakingsverzoek is behandeld.</para>
      <para>De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 26 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 29 augustus 2019, waar het wrakingsverzoek is behandeld, is verzoeker  verschenen. Hij heeft zijn standpunt nader toegelicht.</para>
      <para>De rechter is, zoals aangekondigd in zijn schriftelijke reactie, niet ter zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de pleitnotitie met bijlagen van verzoeker, ingekomen op 27 augustus 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door verzoeker bij e-mailberichten van 28 augustus 2019 ingezonden stukken.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting op laatstgenoemde stukken te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1.</emphasis>
      </para>
      <para>In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend waren geworden, zoals artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2.</emphasis>
      </para>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.3</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd de beslissing van de rechter, zoals deze is neergelegd in het genoemde vonnis van 18 juli 2019. Dat vonnis is aan verzoeker toegezonden op 23 juli 2019. Volgens verzoeker heeft de rechter in dat vonnis een verkeerde beslissing genomen, door een comparitie van partijen te gelasten in plaats van eiseres aanstonds niet-ontvankelijk te verklaren; immers verzoeker is in privé gedagvaard terwijl hij als privé persoon nimmer met eiseres heeft gehandeld.</para>
      <para>Daarnaast heeft verzoeker aan het verzoek ten grondslag gelegd zijn wantrouwen jegens de rechtbank Rotterdam vanwege de vriendschappen die een voormalige griffier van de rechtbank – die voor de onderneming van verzoeker werkzaamheden heeft verricht in onder meer het dossier van [naam v.o.f.] – onderhoudt met griffiers van die rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.4</emphasis>
      </para>
      <para>Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede “zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn” betekent dat een wrakingsverzoek dient te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is. </para>
      <para>In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter zijn aan verzoeker bekend geworden kort na 23 juli 2019, terwijl het verzoek tot wraking eerst is ingediend op 16 augustus 2019. Voor zover het verzoek is gebaseerd op vermeende banden van een ex-griffier van de rechtbank met griffiers van de rechtbank regardeert dat de rechter niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.5</emphasis>
      </para>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het wrakingsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.6</emphasis>
      </para>
      <para>De wrakingskamer voegt hier het volgende aan toe. </para>
      <para>Verzoeker heeft ter zitting meegedeeld dat hij elke volgende kantonrechter bij de rechtbank Rotterdam, die de onderhavige procedure zal gaan behandelen, eveneens zal wraken omdat hij geen enkel vertrouwen meer heeft in de rechtbank Rotterdam.</para>
      <para>De wrakingskamer leidt hieruit af dat verzoeker het middel van wraking aanwendt voor een doel, waarvoor dit middel niet is bedoeld en dat verzoeker aldus misbruik maakt van het middel van wraking. Dit rechtvaardigt thans de beslissing dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking van de rechter in de onderhavige procedure niet meer in behandeling zal worden genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.7</emphasis>
      </para>
      <para>Tenslotte heeft verzoeker nog verzocht de zaak in zijn geheel te verwijzen naar de rechtbank Den Haag. De wrakingskamer is niet bevoegd te oordelen over dit verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek van verzoeker tot verwijzing van de procedure met kenmerk 7879132 CV EXPL 19-4438 naar de rechtbank Den Haag;</para>
    <para />
    <para>- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. P. Joele;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de procedure met kenmerk 7879132 CV EXPL 19-4438 niet in behandeling wordt genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.P. Hameete, voorzitter, mr. I.K. Rapmund en </para>
      <para>mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2019 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- verzoeker</para>
    <para>- mr. P. Joele</para>
    <para>- mr. H.W.E. Vermeer</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>