<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:6927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-29T12:16:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/750075-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6927">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-29T12:16:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:6927 Rechtbank Rotterdam , 12-08-2019 / 10/750075-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:6927:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van de verdenkingen van invoer van cocaïne en de voorbereidingshandelingen daarvoor. De wetenschap van de verdachte kan namelijk niet worden vastgesteld. Wel is een geldboete opgelegd voor het bezit van een dubbelloops hagelgeweer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:6927:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/750075-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 12 augustus 2019</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,</para>
      <para>raadsman mr. T. Farber, advocaat te Den Haag.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 juli 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. P.A. Willemse heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Vrijspraak van de feiten 1 en 2</title>
    <bridgehead role="italic">Standpunt officier van justitie</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezen kan worden dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het importeren van 51,49 kilo cocaïne op 16 februari 2017 en aan het plegen van voorbereidingshandelingen in de periode 16 december 2016 tot en met 11 april 2017 om deze partij cocaïne te importeren. Vaststaat dat de uit Aruba afkomstige container met schroot waarin de cocaïne is aangetroffen, bestemd was voor het recyclingbedrijf van de verdachte. Dat hij geen opzet zou hebben gehad op de invoer van de cocaïne wordt weerlegd door de inhoud van een opname van vertrouwelijke communicatie (een zogenoemd OVC gesprek) van 27 februari 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht beide feiten niet wettig en overtuigend bewezen. Naar aanleiding van  hetgeen ter zitting is besproken, noch in het strafdossier zijn bewijsmiddelen gevonden aan de hand waarvan de rechtbank heeft kunnen vaststellen dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de cocaïne in de door hem in Nederland ingevoerde container. Het opgenomen gesprek van 27 februari 2017 draagt daaraan in onvoldoende mate bij. Dit gesprek heeft bijna 1,5 uur geduurd terwijl hiervan slechts enkele korte flarden door de politie zijn opgevangen en geverbaliseerd. De context waarbinnen die vastgelegde opmerkingen zijn gemaakt, is daardoor niet goed te plaatsen. Er zijn dan ook onvoldoende aanknopingspunten om te concluderen dat dat gesprek betrekking had op de bedoelde partij cocaïne. Omdat voor het overige geen enkel bewijs voorhanden is, laat staan voor de hem verweten voorbereidingshandelingen, zal de verdachte van deze feiten worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring zonder nadere motivering van feit 3</title>
    <parablock>
      <para>Het onder 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op  11 april 2017 te Ossendrecht, gemeente Woensdrecht, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 1 onder 3 van die wet in de vorm van een (dubbelloops) hagelgeweer, kaliber 12 (gauge), voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering straf </title>
    <bridgehead role="italic">Algemene overweging</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een dubbelloops hagelgeweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vuurwapens worden steeds meer gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vuurwapens kunnen (ook bij het enkel voorhanden hebben daarvan) tot zeer gevaarzettende situaties leiden. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van de samenleving met zich. Het voorhanden hebben van vuurwapens is daarom aan strenge regelgeving en een verlofstelsel gebonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat sprake is van een schending van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Tussen het moment waarop de verdachte in redelijkheid kon verwachten dat hij zou worden vervolgd - 23 mei 2017 (datum aanhouding) - en het vonnis van de rechtbank, zijn twee jaar en bijna drie maanden verstreken. Daarmee is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met bijna drie maanden. Deze overschrijding is niet aan de verdachte te wijten noch aan de complexiteit van de zaak, maar is kennelijk ontstaan door een weinig voortvarende aanpak van het openbaar ministerie bij het aanbrengen van de zaak bij de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf de in het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten voor het voorhanden hebben van een vuurwapen in ogenschouw genomen. Deze oriëntatiepunten voorzien in het geval van het bezit van een geweer in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. De rechtbank houdt echter in straf verminderende zin rekening met de verklaring van de verdachte dat hij het geweer slechts als sierstuk aan de muur wilde ophangen en met de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal volstaan met het opleggen van een geldboete van € 500,00. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro)</emphasis>, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">10 (tien) dagen hechtenis.</emphasis><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. V.F. Milders, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. G.P. van de Beek en D. van Putten, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.A.N. Maat, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 16 februari 2017 te Rotterdam en/of Ossendrecht, althans</para>
      <para>ergens in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland, als bedoeld in artikel 1</para>
      <para>lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 51,49 kilogram, in elk geval</para>
      <para>een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een</para>
      <para>middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 ahf/ond A Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van <emphasis role="italic">16 december 2016</emphasis> tot en met 11 april 2017</para>
      <para>te Rotterdam en/of Ossendrecht, althans in Nederland, en/of op Aruba,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de</para>
      <para>Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren en/of</para>
      <para>binnen het grondgebied van Nederland brengen van een (handels)hoeveelheid van</para>
      <para>een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij</para>
      <para>de Opiumwet behorende lijst I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te</para>
    <para>plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of</para>
    <para>- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen</para>
    <para>tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of</para>
    <para>- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of golden en/of andere</para>
    <parablock>
      <para>betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden</para>
      <para>had te vermoeden dat zij bestemd v/aren tot het plegen van het hierboven</para>
      <para>bedoelde feit</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s)</para>
    </parablock>
    <para>- contact gelegd met personen en/of bedrijven in Aruba met als doel een of meer</para>
    <para>containers met schroot naar Nederland te verschepen, en/of</para>
    <para>- een of meer partij(en) schroot aangekocht, en/of</para>
    <para>- een container met daarin voornoemde hoeveelheid cocaïne, verpakt in een</para>
    <parablock>
      <para>deklading schroot, besteld en/of aangekocht en/of naar Nederland laten</para>
      <para>vervoeren en/of</para>
    </parablock>
    <para>- geld overgemaakt en/of laten overmaken naar Aruba, en/of</para>
    <para>- met een of meer anderen contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld</para>
    <parablock>
      <para>en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen</para>
      <para>en/of verstrekken en/of vervoeren van voornoemde hoeveelheid cocaïne, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( een) simkaart en/of geld overhandigd (gekregen);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 4 Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 11 april 2017 te Ossendrecht, gemeente Woensdrecht,</para>
      <para>een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet</para>
      <para>wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, lid 1 onder</para>
    </parablock>
    <para>3 van die wet in de vorm van een (dubbelloops) hagelgeweer, kaliber 12</para>
    <para>(gauge), voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 26 lid 1 Wet wapens en munitie</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>