<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:6763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-23T14:52:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">574289 / HA RK 19-567</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6763">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6763</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-23T14:51:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:6763 Rechtbank Rotterdam , 22-05-2019 / 574289 / HA RK 19-567</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:6763:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Op 14 februari 2018 heeft de rechter in de onderhavige procedure uitspraak gedaan. Die uitspraak is een eindbeslissing. Het wrakingsverzoek is op 16 mei 2019 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:6763:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 574289 / HA RK 19-567</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 22 mei 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde [naam],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. I.K. Rapmund</emphasis>, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1 (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 februari 2018 heeft de rechter een beslissing uitgesproken inzake het beroep van verzoekster in haar hoedanigheid van gemachtigde van [naam vennootschap] B.V. tegen de beslissing van de officier van justitie van 10 augustus 2017, inhoudende ongegrond verklaring van het beroep van de genoemde vennootschap tegen een beschikking ter zake van een snelheidsovertreding. Deze procedure heeft als kenmerk 6463568 MB VERZ 17-4812.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 14 mei 2019, ingekomen ter griffie op 16 mei 2019, heeft de gemachtigde van verzoekster wraking van de rechter verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt de hiervoor genoemde beslissing van 14 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1.</emphasis>
      </para>
      <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van</para>
      <para>hetgeen is bepaald in artikel 17 van de Wet administratieve handhaving verkeers-voorschriften juncto artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt.</para>
      <para>Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die</para>
      <para>jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande</para>
      <para>bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak</para>
      <para>zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds einduitspraak heeft</para>
      <para>gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
      </para>
      <para>Op 14 februari 2018 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure uitspraak gedaan. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is</para>
      <para>geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.3</emphasis>
      </para>
      <para>Het wrakingsverzoek is - gelet op de hiervoor onder 1 geschetste gang van zaken - op 16 mei 2019 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing ingediend.</para>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat</para>
      <para>het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoekster is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in haar</para>
      <para>verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het</para>
      <para>bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank</para>
      <para>worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst af het verzoek tot wraking van mr. I.K. Rapmund wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter, mr. A. Eerdhuijzen </para>
      <para>en mr. drs. E. van Schouten, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2019 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- [naam]</para>
    <para>- mr. I.K. Rapmund</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>