<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:6441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:53:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KTN-7386216_08082019</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2019/262</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6441">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-15T14:21:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:6441 Rechtbank Rotterdam , 08-08-2019 / KTN-7386216_08082019</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:6441:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontbreken gespecificeerde nota incassokosten (eindvonnis)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:6441:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 7386216 \ CV EXPL  18-7954</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 8 augustus 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STEDIN NETBEHEER B.V.</emphasis>, <?linebreak?>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MULDER EUROPE B.V.</emphasis>, <?linebreak?>gevestigd te Dordrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: J.A.M. van der Wel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “Stedin” en “Mulder”. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 25 april 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte van Stedin;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekening dat op 10 juli 2019 de comparitie van partijen is gehouden. <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Van het tussenvonnis van 25 april 2019 dient de inhoud als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Mulder heeft de verschuldigdheid van de gefactureerde bedragen ten behoeve van <?linebreak?>elektriciteit en gas niet weersproken. Evenmin heeft zij weersproken dat deze bedragen niet binnen de overeengekomen betalingstermijn zijn voldaan, maar eerst na de in de herinnering genoemde termijn van 14 dagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt het verweer van Mulder aldus dat zij de betaling van de buitengerechtelijke kosten heeft opgeschort in afwachting van een (gespecificeerde) factuur van de incassokosten. In artikel 16 lid 1 van de algemene voorwaarden is bepaald dat alle bedragen die Stedin ingevolge de algemene voorwaarden verschuldigd is door middel van een gespecificeerde nota in rekening worden gebracht. Volgens Stedin ziet dit artikel (enkel) op de gefactureerde levering van diensten en goederen. De kantonrechter vindt dit een begrijpelijke en acceptabele uitleg. De verschuldigdheid van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten vloeit voort uit de (onweersproken) te late betaling door Mulder en niet uit de levering van diensten en goederen, zodat voor deze kosten geen gespecificeerde nota vereist is. Bovendien heeft Stedin – zoals blijkt uit de door haar overgelegde en onbetwist ontvangen herinneringen, de e-mailberichten van 27 juni 2016, 30 augustus 2016, 27 februari 2017, 17 maart 2017 en 29 januari 2018 en de brief van 2 mei 2016 – aan Mulder bij herhaling uiteengezet welke kosten verschuldigd zijn en waarom deze kosten niet afzonderlijk zijn gefactureerd. Dat deze uitleg onvoldoende was ter verantwoording van de kosten voor haar accountant ten behoeve van belastingaangifte is door Mulder onvoldoende onderbouwd. Het verweer slaagt dan ook niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De hoogte van de door Stedin berekende bedrag van in totaal € 3.132,87 is door Mulder niet weersproken. Nu sprake is van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW, zal gelet op het bepaalde in artikel 6:96 lid 4 BW het op grond van de tarieven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten berekende bedrag worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Mulder zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Die kosten bedragen € 81,- aan explootkosten, € 4,79 aan informatiekosten, € 476,- aan griffierecht en € 420,- aan salaris gemachtigde (2 punten à € 210,-). <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Mulder om aan Stedin te betalen een bedrag van € 3.132,87;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Mulder in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Stedin vastgesteld op € 561,79 aan verschotten en € 420,- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>590</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>