<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:5593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:46:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/993024-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2019/1019</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:5593">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:5593</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-12T14:03:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:5593 Rechtbank Rotterdam , 11-07-2019 / 10/993024-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:5593:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Faillissementsfraude. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, waarbij de rechtbank komt tot een aanzienlijk matiging van strafmaat en –soort vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn.</para>
        <para>De verdachte heeft als bestuurder van een rechtspersoon niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen om een volledige administratie te voeren, te bewaren en, nadat de rechtspersoon failliet was verklaard, deze aan de curator ter beschikking te stellen. De verdachte heeft  de (aandelen van de) rechtspersoon in het zicht van een naderend faillissement verkocht aan een katvanger.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:5593:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/993024-16</para>
      <para>Datum uitspraak: 11 juli 2019</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsman mr. R.C. Vermeer, advocaat te Rhenen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 13 juni 2019, 18 juni 2019 en 11 juli 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. R.-J. Boswijk heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, subsidiair 60 (zestig) dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Het primair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 7 mei 2013 in Nederland, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [naam bedrijf 1] , welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Arnhem d.d. 7 februari 2012 in staat van faillissement is verklaard, telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van genoemde rechtspersoon,</para>
      </parablock>
      <para>- hetzij  baten niet heeft verantwoord  <emphasis role="italic">en </emphasis> goederen aan de boedel heeft onttrokken , en</para>
      <para>- niet heeft voldaan  aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek  en het bewaren en/of tevoorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,</para>
      <para>immers heeft hij, verdachte,  toen en daar</para>
      <para>- een totaalbedrag van (circa) 54.887,89 euro afkomstig van debiteuren van [naam bedrijf 1]  <emphasis role="italic">overgeboekt</emphasis> naar een bankrekening ten name van [naam] en [naam bedrijf 2] , en </para>
      <para>- een totaalbedrag van (circa) 155.255,13 euro van de bankrekening ten name van [naam bedrijf 1] overgeboekt  naar een bankrekening ten name van [naam] en [naam bedrijf 3] , en</para>
      <para>- geen volledige boekhouding en administratie bewaard en overgelegd aan de curator in het faillissement van [naam bedrijf 1] ;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Primair,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">- baten niet verantwoorden en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- een goed aan de boedel onttrekken en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en/of te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dit artikel bedoeld,</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="bold">meermalen gepleegd. </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straffen</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit waarop de straffen zijn gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft als bestuurder van een rechtspersoon niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen om een volledige administratie te voeren, te bewaren en, nadat de rechtspersoon failliet was verklaard, aan de curator ter beschikking te stellen. Daarnaast heeft hij baten uit zijn bedrijf niet verantwoord en heeft hij bewust geld aan de boedel onttrokken. De verdachte heeft geprobeerd onder zijn verplichtingen uit te komen door de (aandelen in de) rechtspersoon in het zicht van een naderend faillissement te verkopen aan een katvanger. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zodoende de schuldeisers van de rechtspersoon in een ongunstiger positie gebracht en hiermee blijk gegeven zijn eigen financiële belangen hoger in te schatten dan die van de schuldeisers. Daarnaast heeft de verdachte door zijn handelen het de curator zeer veel moeilijker gemaakt om het faillissement op een juiste wijze af te wikkelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank neemt verdachte dit handelen buitengewoon kwalijk, niet alleen omdat door faillissementsfraude als deze de gedupeerde schuldeisers hun financiële schade niet kunnen verhalen, maar ook omdat deze vorm van fraude het vertrouwen tussen ondernemers onderling - dat van essentieel belang is voor een goed functionerend handelsverkeer - aantast. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 februari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte de relevante afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke delicten. Dit punt is voor de rechtbank daarom niet van invloed op de straftoemeting. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uitgangspunt is dat gezien de ernst van de feiten in beginsel behoort te worden gereageerd  met het opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van behoorlijke duur. </para>
        <para>De rechtbank acht in deze zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer passend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank weegt daarbij in het voordeel van de verdachte zijn positieve proceshouding. De verdachte heeft openheid van zaken gegeven en laten zien te beseffen dat hij verkeerd heeft gehandeld. Daarnaast heeft de verdachte voor zover bekend sindsdien geen nieuwe feiten op het gebied van vermogensdelicten gepleegd. De rechtbank zal daarom een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf zal de algemene voorwaarde worden verbonden dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken. Daarbij dient dit voorwaardelijk strafdeel er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf rekening met het feit dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM in deze zaak zeer fors is overschreden. Daarnaast houdt de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening met de omstandigheid dat het niet voldoen aan de verplichtingen tot het voeren van een administratie en het aan de curator verstrekken daarvan sinds 1 juli 2016 niet langer strafbaar is gesteld in artikel 343 Wetboek van Strafrecht, maar afzonderlijk strafbaar is gesteld in artikel 344a Wetboek van Strafrecht en dat daaraan een lager strafmaximum is verbonden. Om die reden zal ten aanzien van de strafmaat de nieuwe strafbepaling in het voordeel van de verdachte worden toegepast. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 343 (oud) en 344a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden; </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op <emphasis role="bold">2 (twee) jaar; </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft, dat hij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;</para>
      <para>
        <?linebreak?>veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van <emphasis role="bold">100 (honderd) uren</emphasis>, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek <emphasis role="bold">96 (zesennegentig) uren</emphasis> te verrichten taakstraf resteert;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">48 (achtenveertig) dagen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. W.A.F. Damen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. V.M. de Winkel en D. Visser, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>hij</para>
      <para>op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks</para>
      <para>de periode van 1 januari 2011 tot en met 7 mei 2013</para>
      <para>te Ede en/of Groningen en/of (elders) in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [naam bedrijf 1] ,</para>
      <para>welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Arnhem d.d. 7 februari 2012</para>
      <para>in staat van faillissement is verklaard,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van</para>
      <para>genoemde rechtspersoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- hetzij (een) last(en) heeft verdicht of verdicht, hetzij (een) bate(n) niet</para>
    <parablock>
      <para>  heeft verantwoord en/of niet verantwoordt, hetzij enig(e) goed(eren) aan de</para>
      <para>  boedel heeft onttrokken en/of onttrekt, en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- niet heeft voldaan of niet voldoet aan de op hem rustende verplichtingen ten</para>
    <parablock>
      <para>  opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste</para>
      <para>  lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid,</para>
      <para>  van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of te voorschijn</para>
      <para>  brengen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat/die</para>
      <para>  artikel(en) bedoeld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een totaalbedrag van (circa) 54.887,89 euro afkomstig van debiteuren van</para>
    <parablock>
      <para>  [naam bedrijf 1] doen overboeken naar een bankrekening ten name</para>
      <para>  van [naam] en/of [naam bedrijf 2] , en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een totaalbedrag van (circa) 155.255,13 euro van de bankrekening ten name</para>
    <parablock>
      <para>  van [naam bedrijf 1] overgeboekt en/of doen terugboeken naar een</para>
      <para>  bankrekening ten name van [naam] en/of [naam bedrijf 3] , en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geen (volledige) boekhouding en administratie bewaard en/of overgelegd aan</para>
    <para>  de curator in het faillissement van [naam bedrijf 1] ;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 343 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam bedrijf 1]
      </para>
      <para>welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank te Arnhem d.d. 7 februari 2012</para>
      <para>in staat van faillissement is verklaard,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks</para>
      <para>de periode van 1 januari 2011 tot en met 7 mei 2013</para>
      <para>te Ede en/of Groningen en/of (elders) in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,</para>
      <para>(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- hetzij (een) last(en) heeft verdicht of verdicht, hetzij (een) bate(n) niet</para>
    <parablock>
      <para>  heeft verantwoord en/of niet verantwoordt, hetzij enig(e) goed(eren) aan de</para>
      <para>  boedel heeft onttrokken en/of onttrekt, en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- niet heeft voldaan of niet voldoet aan de op haar rustende verplichtingen</para>
    <parablock>
      <para>  ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10,</para>
      <para>  eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste</para>
      <para>  lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of te</para>
      <para>  voorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers</para>
      <para>  in dat/die artikel(en) bedoeld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s) toen en daar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een totaalbedrag van (circa) 54.887,89 euro afkomstig van debiteuren van</para>
    <parablock>
      <para>  [naam bedrijf 1] doen overboeken naar een bankrekening ten name</para>
      <para>  van [naam] en/of [naam bedrijf 2] , en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een totaalbedrag van (circa) 155.255,13 euro van de bankrekening ten name</para>
    <parablock>
      <para>  van [naam bedrijf 1] overgeboekt en/of doen terugboeken naar een</para>
      <para>  bankrekening ten name van [naam] en/of [naam bedrijf 3] , en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geen (volledige) boekhouding en administratie bewaard en/of overgelegd aan</para>
    <para>  de curator in het faillissement van [naam bedrijf 1] ,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en),</para>
      <para>althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven</para>
      <para>en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 341 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 51 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>