<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:5152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-01T12:01:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/133548-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:5152">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:5152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-01T11:59:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:5152 Rechtbank Rotterdam , 17-04-2019 / 10/133548-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:5152:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Integrale vrijspraak ter zake van de handel in verdovende middelen, voorbereidingshandelingen en witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:5152:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/133548-18</para>
      <para>Datum uitspraak: 17 april 2019.</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] (Frankrijk) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>niet ingeschreven in de basisregistratie personen,</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht, </para>
      <para>raadsman mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 3 april 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak feit 3 zonder nadere motivering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 3  ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie baseert haar standpunt onder andere op de bevindingen van verbalisanten die bij het binnentreden van de woning de twee Franstalige verdachten ( [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] ) aantroffen in een slaapkamer. In deze kamer lagen op dat moment enkele pakketten, die naar later bleek cocaïne bevatten. Deze pakketten bevonden zich in de machtssfeer van de Franse verdachten en zij hadden wetenschap van de aanwezigheid hiervan. Hetzelfde geldt ten aanzien van de  versnijdingsmiddelen in de woonkamer. Aangezien de versnijdingsmiddelen hier open en bloot lagen en medeverdachte [naam medeverdachte 2] er evident mee bezig was (zijn handen zaten immers onder het poeder), moeten verdachten [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] hebben geweten dat zij zich in een drugspand bevonden. Van de aangetroffen goederen is door het NFI vastgesteld dat dit verdovende middelen (cocaïne en heroïne) en versnijdingsmiddelen (paracetamol) betroffen.  </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 7 juli 2018 heeft de politie naar aanleiding van een anonieme melding onderzoek gedaan naar de woning aan de [adres delict] . In de woning is een vijftal verdachten aangetroffen, onder wie de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 1] . Bij een doorzoeking in de woning zijn in diverse ruimten vervolgens verdovende middelen, versnijdingsmiddelen en een grote hoeveelheid contant geld aangetroffen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte ontkent te hebben geweten van de harddrugs en de versnijdingsmiddelen. Hij verklaart slechts met zijn vriend voor een weekend vanuit Frankrijk naar Rotterdam te zijn gereisd, vooral voor het kopen en roken van softdrugs (wiet). Medeverdachte [naam medeverdachte 2] heeft  bekend dat hij degene is geweest die eerder op de dag de verdovende middelen, de versnijdingsmiddelen en het geld de woning heeft binnen gebracht zonder medeweten van de medeverdachten. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Hoewel de omstandigheden waaronder de verdovende middelen en de versnijdingsmiddelen in de woning zijn aangetroffen vraagtekens oproepen, is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat waaruit blijkt dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van die goederen in de woning en daarover ook – samen met anderen of alleen - kon beschikken. De enkele aanwezigheid van de verdachte in de nabijheid van enkele blokken cocaïne (in  de slaapkamer waar de verdachte zich bevond) is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij ook daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <para>Onder de verdachte is een bedrag van € 1.045,-  in beslag genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd, zal ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:<?linebreak?>- gelast de teruggave aan verdachte van: een geldbedrag van € 1.045,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. G.M. Munnichs, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. A.M.H. Geerars en J. Bergen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Herwijnen, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 7 juli 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad:</para>
    </parablock>
    <para>- ongeveer 3300,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
    <parablock>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de </para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid </para>
      <para>van artikel 3a van die wet en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ongeveer 2593 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
    <parablock>
      <para>bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de </para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid </para>
      <para>van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 7 juli 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een of meer (grote) hoeveelheden cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of </para>
      <para>heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
    </parablock>
    <para>- 16408,4 gram paracetamol, althans een (grote) hoeveelheid </para>
    <para>versnijdingsmiddel(en) en/of</para>
    <para>- twee, althans een of meerdere drukpersen en/of</para>
    <para>- een inpakmachine</para>
    <parablock>
      <para>voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) </para>
      <para>wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd </para>
      <para>was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij  op of omstreeks 7 juli 2018, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van onderstaand(e) voorwerp(en) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op </para>
      <para>onderstaand(e) voorwerp(en) was of wie onderstaand(e) voorwerp(en) voorhanden had en/of onderstaand(e) voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of  omgezet of van onderstaand(e) voorwerp(en) gebruik heef gemaakt,</para>
      <para>te weten een geldbedrag van 136.790,- euro,terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat voorwerp geheel of </para>
      <para>gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij  op of omstreeks 7 juli 2018, te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een voorwerp, te weten een geldbedrag van 136.790,- euro, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf;</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>