<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:4900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:02:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7643921 VZ VERZ 19-5891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2019-0697</rdf:li>
          <rdf:li>RAR 2019/142</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2019-0697</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:4900">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:4900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-21T11:45:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:4900 Rechtbank Rotterdam , 07-06-2019 / 7643921 VZ VERZ 19-5891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:4900:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wijziging arbeidsovereenkomst (arbeidsomvang) tijdens de looptijd is niet aan te merken als een nieuwe arbeidsovereenkomst.  Geen overeenstemming over teruggang naar nulurencontract. Vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst ogv 7:681 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:4900:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7643921 VZ VERZ 19-5891</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 7 juni 2019 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats verzoeker] , </para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.F. Cheung,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TRAXI B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. Vermaat.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [verzoeker] ’ en ‘Traxi’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Van de volgende processtukken is kennisgenomen:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, ontvangen op 28 maart 2019;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de aanvullende producties van mr. Cheung, ontvangen op 15 april 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende producties van mr. Cheung, ontvangen op 19 april 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met producties, ontvangen op 18 april 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 april 2019.</para>
        <para>
          [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens Traxi is verschenen </para>
        <para>mevrouw [naam 1] , voormalig bestuurder, bijgestaan door de gemachtigde. </para>
        <para>Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekeningen gehouden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de datum voor de uitspraak nader bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Traxi houdt zich bezig met het (doen) vervoeren van (dienstauto’s van) machinisten en ander spoorwegpersoneel van en naar de treinen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [verzoeker] is per 1 juli 2018 bij Traxi in dienst getreden op basis van een oproepovereenkomst (nulurencontract) ) voor bepaalde tijd voor de duur van 6 maanden, tot 1 januari 2019. De functie van [verzoeker] is chauffeur. Het overeengekomen uurloon bedraagt € 9,26 bruto exclusief vakantietoeslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 1 oktober 2018 zijn [verzoeker] en Traxi overeengekomen dat [verzoeker] van 1 oktober 2018 tot 1 januari 2019 minimaal 24 uur per week kan worden opgeroepen. De arbeidsovereenkomst bepaalt onder meer - voor zover relevant -: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“1.(…) Werknemer houdt zich beschikbaar voor de voornoemde werkzaamheden, en is verplicht om aan een oproep van werkgever gehoor te geven voor minimaal 24 uur per week. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">2. Werknemer treedt met ingang van 01-10-2018 voor bepaalde tijd in dienst van werkgever als werknemer voor het verrichten van werkzaamheden als chauffeur. (…) De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op 01-01-2019, zonder dat voorafgaande opzegging is vereist.(…)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 31 december 2018 heeft tussen [verzoeker] en Traxi –onder meer- de volgende whatsappconversatie plaatsgevonden: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">31-12-2018 09:11 -  [verzoeker] : Oke is goed dus mijn contract is nog steeds daar want is afgelopen per 1 januari en zou wat horen eind november (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">31-12-2018 09:24 – [naam 2] Traxi: Als je niks heb gehoord is je contract automatisch met dezelfde periode verlengd. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar we doen een nieuwjaarsborrel ff week 2 Januari. Kletsen we direct verder. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Op 1 januari 2019 heeft tussen [verzoeker] en Traxi –onder meer-  de volgende whatsappconversatie plaatsgevonden: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(….) 01-01-2019 14:59 – [naam 2] Traxi: [verzoeker] ik heb iemand gevonden. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zet je wel op oproepbasis in ipv 24 uur pw.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Je moet begrijpen dat er voor beiden partijen verplichtingen zitten aan een vast aantal uren pw. 1 daarvan is bekendmaken dat je ziek bent of niet kan werken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zal doorgeven dat ze wel moeten proberen jou 3 x pw in te zetten zodat dit voor jou interessant blijft. Beterschap</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">01-01-2019 15:21 – [verzoeker] : Ik begrijp het helemaal [naam 2] vind het ook een kutsituatie dat ik grieperig ben ik heb mij maar 2 keer afgemeld als ziek zijnde in mijn hele werk leven van 33 jaar ik dacht doe ik wel deze week 3 keer maar die grieperigheid gaat ook niet weg ben wel 2 keer voor jullie op pad geweest terwijl ik ziekerig was maar wilde jullie niet belasten met ziektekosten etc dacht dat ik goed deed sorry vóórdat () zet me maar op nulurencontract want niemand ten laste zijn (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Per e-mail van 31 januari 2019 heeft [verzoeker] aan (de boekhouder van) Traxi - onder meer - het volgende geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(….) Hallo [naam 3] , </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb je mail afgelopen 28-01-2019 in goede orde ontvangen, maar ik ben toch wel verbaast over de inhoud van mijn nieuwe contract.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik was inmiddels in de veronderstelling dat mijn contract stilzwijgend was verlengd (oude contract was van 01-07-2018 tot 01-01-2019 met een tussentijdse wijziging van nul uren naar 24 uur).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 31 december 2018 liet [naam 2] mij weten dat mijn contract voor dezelfde periode was verlengd en op 1 januari kreeg ik weer een app van [naam 2] dat ik teruggezet zou worden naar een nul uren contract om de simpele reden dat ik mij niet had ziek gemeld. In mijn beleving was de verlenging van mijn contract op 1 januari 2019 al ingegaan. Dus eigenlijk ben ik gewoon minimaal 24 uur per week in dienst bij Traxi B.V. voor dezelfde periode van 6 maanden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Op 1 februari 2019 heeft Traxi [verzoeker] het volgende whatsappbericht gestuurd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“01-02-2019 08:23 – [naam 2] Traxi: [verzoeker]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 1 januari ben je akkoord gegaan met mijn voorstel om terug te gaan naar een oproepcontract (zie bevestiging in ons gesprek) om de simpele reden dat jij het normaal vind om werk te weigeren zonder dat er bij ons bekend is gemaakt dat jij ziek bent en omdat in de weken daarvoor jij meerdere keren niet beschikbaar was voor werk. (Tandarts, boodschappen doen,) etc terwijl je nog niet aan je uren zat. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals aangegeven en besproken tussen ons kan je je niet gedragen als oproepkracht in een vast aantal uren contract en blijkbaar snap jij dat niet helemaal. (zie eerdere periodes waarin jij door afspraken niet in staat was om je aantal uren in te vullen ondanks dat er werk te doen was).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb ook helemaal niet het idee dat jij het werk zo enorm leuk vind als, dat jij aangeeft in je brief aan [naam 3] . Deze gevoelens worden ondersteund door mijn eigen ervaring, en ervaringen van [naam 4] en [naam 5] met jou.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ook heb jij hiervoor geen 6m contract maar een 3m contract voor 24 uur ontvangen en is dat een nieuw contract en geen opgeteld doorlopend contract geweest. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Je snapt dat ik niet wil werken met iemand die probeert om via mijn bedrijf zichzelf om welke reden dan ook financieel in te dekken en zal dan ook opdracht geven om jou in je oproepcontract niet meer in te zetten. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de juiste gang van zaken zal dit onderbouwd worden in een brief maar omdat ik me zelf even persoonlijk tot je wil wenden een bericht via whatsapp.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gr [naam 2] .”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Per e-mail van 1 februari 2019 (14:17) heeft Traxi aan [verzoeker] bericht: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Goedemiddag [verzoeker] ,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">N.a.v. de brief die ik van [naam 3] heb ontvangen, het volgende: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Je verbazing over de inhoud van het door jou ontvangen contract is eerlijk gezegd mijn verbazing. Mijns inziens ben jij van tevoren hierover geïnformeerd. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dan wil ik graag van de gelegenheid gebruik maken om je te informeren over de duur van je contract. Je bent per 1-07-2018 in dienst gekomen met een 0 uren contract voor de duur van 3 maanden. Daarna heb je een NIEUW contract van ons ontvangen voor 24 uur voor de duur van 3 maanden. Dit zijn 2 losstaande overeenkomsten, en niet zoals jij schrijft … “1 overeenkomst die tussentijds gewijzigd is”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">En dan tot slot….</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 31 december 2018 is jouw 24 uurs contract inderdaad voor dezelfde periode verlengd, die periode is dus niet een half jaar maar 3 maanden, zoals hierboven uitgelegd. Echter op 1 januari heeft Dhr [naam 2] , na het zoveelste incident (jou wel bekend), aangegeven dat jouw 24 uurs contract om zou worden gezet naar een 0 uren contract. Of het nu een mondelinge of schriftelijke overeenkomst/toezegging of aanbod is, het feit is dat jij hiermee direct akkoord bent gegaan en het daarmee dus rechtsgeldig en dus bindend is. De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat wij jouw contract niet gaan wijzigen.  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tevens wil ik gebruik maken van de gelegenheid om je te informeren over het feit dat wij middels deze weg afscheid van je nemen wegens onontkoombare verschillen. In acht neming dat zowel wij als jij een opzegtermijn hebben van 1 maand, betekent dit dat je per 1 maart 2019 niet meer werkzaam bent voor Traxi B.V. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Bij brief van 20 februari 2019 heeft de gemachtigde van [verzoeker] tegen de inhoud van de e-mail van 1 februari 2019 geprotesteerd en verzocht om [verzoeker] zijn werk te laten hervatten. Ook is aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>Traxi heeft geen gehoor gegeven aan de verzoeken van [verzoeker] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] heeft verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, </para>
        <para>I. een dag vast te stellen voor behandeling van deze zaak; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bij wijze van voorlopige voorziening </emphasis>
        </para>
        <para>II. voor de duur van het geding Traxi te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van het salaris van € 969,48 bruto per maand, te vermeerderen met de vakantiebijslag en overige emolumenten vanaf 1 februari 2019 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd en [verzoeker] in staat te stellen de bedongen werkzaamheden te verrichten, na zijn betermelding, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Traxi in gebreke blijft; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair: opzegging </emphasis>
        </para>
        <para>III. De opzegging (van 1 februari 2019) te vernietigen vanwege strijd met artikel 7:671  BW en het opzegverbod; </para>
        <para>IV. Traxi te verplichten [verzoeker] binnen 24 uur na betekening van de beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Traxi in gebreke blijft; </para>
        <para>V. Traxi te veroordelen tot betaling van het salaris van [verzoeker] van € 969,48 bruto vanaf 1 februari 2019 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subsidiair: billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging</emphasis>
        </para>
        <para>VI. Traxi te veroordelen om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van </para>
        <para>€ 4.847,40 bruto;</para>
        <para>VII. Traxi te veroordelen om aan [verzoeker] een vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 969,48 bruto; </para>
        <para>VIII. Traxi te veroordelen binnen zeven dagen na betekening van de beschikking aan [verzoeker] te verstrekken salarisspecificaties waarin de betaling van de vergoedingen onder vi. en vii. zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van  </para>
        <para>€ 100,-- per dag met een maximum van € 10.000,00, voor elke dag dat Traxi niet voldoet aan de beschikking, ingaande zeven dagen na betekening van de beschikking; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nevenvorderingen: verklaring voor recht en achterstallig loon </emphasis>
        </para>
        <para>IX. Voor recht te verklaren dat [verzoeker] voor het laatst in dienst is getreden bij Traxi voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden met een arbeidsomvang van 24 uur per week, te weten tot 1 juli 2019; </para>
        <para>X. Traxi te veroordelen tot betaling van € 2.101,03 (bruto) aan achterstallig loon;</para>
        <para>XI. Traxi te veroordelen tot betaling van een wettelijke verhoging van 50% wegens vertraging over het aan [verzoeker] toekomende achterstallige loon van € 1.050,52 bruto op grond van artikel 7:625 BW;</para>
        <para>XII. Traxi te veroordelen binnen zeven dagen na betekening van de beschikking aan [verzoeker] te verstrekken salarisspecificaties waarin de betaling van de bedragen onder punten x. en xi. zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,-- per dag met een maximum van € 10.000,00, voor elke dag dat Traxi niet voldoet aan de beschikking, ingaande zeven dagen na betekening van de beschikking; </para>
        <para>XIII. Traxi te veroordelen binnen zeven dagen na betekening van de beschikking aan [verzoeker] te verstrekken salarisspecificaties vanaf 1 juli 2018, op straffe van een dwangsom van € 100,-- per dag met een maximum van € 10.000,00, voor elke dag dat Traxi niet voldoet aan de beschikking, ingaande zeven dagen na betekening van de beschikking; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair, subsidiair, meer subsidiair en nevenvordering: wettelijke rente en proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>XIV. Traxi te veroordelen aan [verzoeker] te betalen de wettelijke rente over alle bij deze beschikking toegewezen bedragen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van elk bedrag tot aan de dag van volledige betaling;</para>
        <para>XV. Traxi te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de (na)kosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking, en voor het geval voldoening niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te verhogen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [verzoeker] voert ter onderbouwing van het verzoek, kort gezegd, het volgende aan. De  arbeidsovereenkomst is op 1 februari 2019 opgezegd in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW. Deze opzegging is op grond van artikel 7:681 BW vernietigbaar. [verzoeker] maakt aanspraak op doorbetaling van loon vanaf 1 februari 2019 en hervatting van de overeengekomen werkzaamheden. Subsidiair heeft [verzoeker] op grond van artikel 7:681 lid 1 BW recht op een billijke vergoeding en op grond van artikel 7:672 lid 9 BW op een vergoeding voor onregelmatige opzegging. [verzoeker] heeft vanaf januari 2019 te weinig loon ontvangen, zodat hij recht heeft op een nabetaling. Vanwege de te late loonbetaling heeft [verzoeker] op grond van artikel 7:625 BW recht op de wettelijke verhoging van 50%. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het verweer </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Traxi heeft verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Duur verlenging arbeidsovereenkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Partijen zijn het er over eens dat de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2019 op grond van artikel 7:668 lid 4 onder b BW stilzwijgend is verlengd voor dezelfde periode. Dit staat dus vast. Partijen twisten alleen over de periode van de verlenging. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wijziging arbeidsovereenkomst of nieuwe arbeidsovereenkomst? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Voor het antwoord op deze vraag is van belang of partijen per 1 oktober 2018 een nieuwe, tweede arbeidsovereenkomst (en dan voor de duur van drie maanden) hebben gesloten of dat sprake is van een wijziging van de per 1 juli 2018 voor de duur van zes maanden aangegane arbeidsovereenkomst. De kantonrechter overweegt hierover het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Indien tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een wijziging in de arbeidsovereenkomst wordt overeengekomen zonder dat de einddatum daarbij later wordt gesteld, zal het van de bedoeling van partijen afhangen of het slechts gaat om een wijziging van de inhoud van de bestaande arbeidsovereenkomst dan wel om een beëindiging van de oude en het aangaan van een (aansluitende/opvolgende) nieuwe arbeidsovereenkomst. Partijen mogen immers bij arbeidsovereenkomsten zowel voor bepaalde als voor onbepaalde tijd nadere afspraken maken en wijzigingen in de bepalingen van die overeenkomsten (de arbeidsvoorwaarden) aanbrengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Uit wat partijen naar voren hebben gebracht en op basis van de overgelegde stukken kan worden afgeleid dat de bedoeling van partijen slechts was gericht op een wijziging van de inhoud van de bestaande overeenkomst, namelijk de arbeidsomvang, en niet op het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst. Zo heeft de wijziging plaatsgevonden binnen de oorspronkelijke duur van de arbeidsovereenkomst en is de aanvankelijke einddatum (1 januari 2019) niet gewijzigd. Er heeft geen tussentijdse beëindiging plaatsgevonden van de arbeidsovereenkomst van 1 juli 2018. Ook wat partijen schriftelijk hebben vastgelegd, hoewel dit is gegoten in de vorm van een arbeidsovereenkomst, bevat geen aanwijzingen dat het aangaan van een nieuwe overeenkomst is beoogd. Zo is de aard van de  arbeidsovereenkomst, een oproepcontract, niet gewijzigd. Er is nog steeds sprake van een oproepcontract, met dien verstande dat overeengekomen is dat [verzoeker] tenminste 24 uur per week kan worden opgeroepen en dat [verzoeker] verplicht is gehoor te geven aan een oproep voor minimaal 24 uur per week. Andere (belangrijke) wijzigingen in arbeidsvoorwaarden (zoals salaris, functie) zijn niet gesteld of gebleken. Ook verder heeft Traxi geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou kunnen worden afgeleid dat partijen de bedoeling hebben gehad per 1 oktober 2018 een nieuwe, opvolgende arbeidsovereenkomst aan te gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>De conclusie is dat per 1 oktober 2018 slechts sprake is geweest van een tussentijdse wijziging van de tussen Traxi en [verzoeker] bestaande arbeidsovereenkomst. Er is geen nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand gekomen. De arbeidsovereenkomst is op grond van artikel 7:668 lid 4 onder b BW per 1 januari 2019 stilzwijgend voor dezelfde periode, dus voor zes maanden (tot 1 juli 2019) onder dezelfde voorwaarden voortgezet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wijziging arbeidsomvang? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Traxi heeft zich op het standpunt gesteld dat per 1 januari 2019 een wijziging in arbeidsomvang is overeengekomen van 24 uur per week naar nul uren per week. [verzoeker] heeft dit gemotiveerd betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>De vraag of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, moet worden beantwoord aan de hand van de artikelen 3:33 BW, 3:35 BW (de wilsvertrouwensleer) en 6:217 BW (aanbod en aanvaarding). Daarbij is van belang of partijen er over en weer redelijkerwijs op mochten vertrouwen dat zij overeenstemming hadden bereikt. In geval van een arbeidsrelatie kan volgens vaste rechtspraak het vertrouwen van een werkgever alleen dan gerechtvaardigd zijn als sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer. Onder omstandigheden rust op de werkgever een onderzoeksplicht om na te gaan of de werknemer daadwerkelijk akkoord is met een voorstel aan de werknemer, en een verplichting om de werknemer over de gevolgen hiervan voor te lichten. Dat geldt in het bijzonder met betrekking tot handelingen die gericht zijn op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hoewel het in de onderhavige kwestie niet gaat om een beëindiging van de arbeidsovereenkomst, heeft de gestelde wijziging in arbeidsomvang wel nadelige gevolgen voor [verzoeker] . Om die reden moet ook worden beoordeeld of sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van [verzoeker] waaruit blijkt dat hij heeft ingestemd met een teruggang naar een nulurencontract. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan geen sprake. Het whatsappbericht van Traxi van 1 januari 2019 kan niet worden gezien als een voorstel aan [verzoeker] maar als een mededeling van een voldongen feit. [verzoeker] is door Traxi niet gevraagd of hij akkoord was met een teruggang naar een nulurencontract. De reactie van [verzoeker] kan dan ook niet worden opgevat als een instemming met een voorstel. Uit de bewoordingen van [verzoeker] blijkt dat hij Traxi niet tot last wilde zijn en dat hij zich kennelijk daarom bij het besluit van Traxi heeft neergelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10</nr>
      <para>Indien juist is dat - zoals Traxi stelt, maar door [verzoeker] gemotiveerd is weersproken - [verzoeker] in de periode ervoor onvoldoende beschikbaar was om aan (tenminste) 24 uur per week te komen, had het op de weg van Traxi gelegen om dit met [verzoeker] te bespreken en hem voor de keuze te stellen tussen ofwel zijn volledige uren te maken ofwel terug te gaan naar een nuluren oproepcontract. Daarbij had Traxi [verzoeker] moeten voorlichten over de voor hem nadelige (arbeidsrechtelijke en financiële) gevolgen van deze wijziging en hem de gelegenheid moeten bieden hierover na te denken en na te gaan of hij zich bewust was van de gevolgen. Temeer nu Traxi meerdere keren heeft betoogd dat de eerdere uitbreiding van arbeidsomvang naar (tenminste) 24 uur per week op uitdrukkelijk verzoek van [verzoeker] is geweest en dat zij hem hiermee heeft willen helpen. Traxi wist dus dat deze arbeidsomvang voor [verzoeker] belangrijk was. Zij had er dan ook rekening mee moeten houden dat [verzoeker] deze uren waarschijnlijk niet zomaar zou willen prijsgeven. Niet juist is ook dat [verzoeker] - zoals Traxi stelt – geen financieel nadeel zou ondervinden van de teruggang in uren doordat hij een WW-uitkering ontving. Uit de door [verzoeker] overgelegde stukken van het UWV blijkt namelijk dat de WW-uitkering per 20 januari 2019 is gestopt. Van belang is verder dat [verzoeker] op het moment van de whatsappconversatie ziek was, waardoor zijn gemoedstoestand mogelijk is beïnvloed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11</nr>
      <para>In deze omstandigheden kan het enkele whatsappbericht van [verzoeker] niet worden opgevat als een duidelijke en ondubbelzinnige instemming met een teruggang naar een nulurencontract. De omstandigheid dat [verzoeker] enkele dagen later heeft gevraagd om toezending van zijn nulurencontract maakt dit niet anders. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat hij na het whatsappbericht niets meer van Traxi heeft gehoord en dat hij duidelijkheid wilde. Nadat [verzoeker] (pas) eind januari 2019 een schriftelijke bevestiging van Traxi ontving, heeft hij hiertegen alsnog bezwaar gemaakt. Gezien het voorgaande heeft Traxi er niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat er met [verzoeker] overeenstemming bestond over een teruggang naar een nulurencontract. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12</nr>
      <para>Dit betekent dat de arbeidsomvang per 1 januari 2019 niet is gewijzigd. De arbeidsovereenkomst is tot 1 juli 2019 voortgezet met een arbeidsomvang van tenminste 24 uur per week. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair: opzegging </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst op 1 februari 2019. Traxi betwist dat sprake is geweest van een opzegging. Volgens Traxi is enkel aan [verzoeker] medegedeeld dat hij niet meer zal worden opgeroepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14</nr>
      <para>Uit het whatsappbericht van 1 februari 2019 8.23u en uit de e-mail van diezelfde middag blijkt dat [verzoeker] per direct niet meer zou worden ingezet. Met [verzoeker] is de kantonrechter van oordeel dat het feitelijk niet meer oproepen van [verzoeker] in de gegeven omstandigheden zou kunnen beschouwd als een beëindiging van de overeenkomst (met onmiddellijke ingang) omdat de oproepovereenkomst hiermee voor [verzoeker] tot een lege huls is geworden, maar uit de e-mail van Traxi, die in ieder geval als een opzegging kan worden aangemerkt, wordt wel duidelijk dat zij de opzegtermijn in acht heeft willen nemen. De kantonrechter gaat daarom uit van een opzegging van de arbeidsovereenkomst door Traxi per 1 maart 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.15</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:671 BW kan de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij het UWV toestemming heeft verleend of tenzij sprake is van een opzegging als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW. Aan deze voorwaarden is niet voldaan, zodat is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.16</nr>
      <para>Het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van de opzegging op grond van artikel 7:681 BW is daarom toewijsbaar. Dit heeft tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst voortduurt tot 1 juli 2019. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wedertewerkstelling </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.17</nr>
      <para>Traxi heeft geen, althans onvoldoende gemotiveerd, verweer gevoerd tegen het verzoek van [verzoeker] om hem binnen 24 uur na betekening van de beschikking zijn werk te laten hervatten. Dit verzoek wordt daarom toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Loon vanaf 1 februari 2019 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.18</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft aanspraak gemaakt op loonbetaling vanaf 1 februari 2019 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Traxi heeft hiertegen als verweer gevoerd dat [verzoeker] sinds 1 januari 2019 niet meer heeft gewerkt zodat hij op grond van artikel 7:627 BW geen recht heeft op loon. Subsidiair verzoekt Traxi het loon te matigen op grond van artikel 7:680a BW omdat [verzoeker] na 1 januari 2019 niet beschikbaar en bereid is geweest om te werken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.19</nr>
      <para>Als gevolg van de vernietiging van de opzegging heeft [verzoeker] vanaf 1 maart 2019 recht op loon, maar uiteraard ook over de maand februari 2019, waarvan niet betwist is dat daarover evenmin loon is betaald terwijl hij daar wel aanspraak op had. [verzoeker] heeft zich op 24 januari 2019 ziek gemeld, zodat hij op grond van artikel 7:629 BW recht heeft op doorbetaling van loon. Voor matiging van het loon op grond van artikel 7:680a BW bestaat geen aanleiding. [verzoeker] is sinds 24 januari 2019 ziek. Ook is niet gesteld of gebleken dat hij nadien door Traxi is opgeroepen om te werken. Er kan daarom niet worden gezegd dat [verzoeker] niet bereid en beschikbaar is geweest om te werken. Ook overigens ontbreekt een grond voor matiging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.20</nr>
      <para>Traxi heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat [verzoeker] per 1 januari 2019 recht heeft op het wettelijk minimumloon van € 969,48 bruto per maand, zodat dit vaststaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.21</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW wordt toegewezen. De kantonrechter acht het in de gegeven omstandigheden wel billijk om de verhoging te matigen tot 10%, nu niet gebleken is van onwil van Traxi maar van een - achteraf verkeerde -  veronderstelling van Traxi dat zij niet meer tot enige loonbetaling was gehouden. De wettelijke verhoging is alleen toewijsbaar over achterstallig salaris en niet over toekomstige salarisaanspraken. Het salaris over de maand mei 2019 is volgens de arbeidsovereenkomst opeisbaar op 5 juni 2019, zodat de wettelijke verhoging pas is verschuldigd als het loon niet binnen 3 werkdagen daarna is voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.22</nr>
      <para>Het onder V. verzochte wordt dus toegewezen met dien verstande dat de wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10% en alleen wordt toegewezen over het achterstallige salaris over februari tot en met april 2019. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorlopige voorziening en subsidiaire verzoeken </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.23</nr>
      <para>Aangezien de primaire verzoeken worden toegewezen en op alle punten wordt beslist, wordt niet toegekomen aan de beoordeling van de verzochte voorlopige voorziening (onder II) en van de subsidiaire verzoeken (onder VI-VIII). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verklaring voor recht </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.24</nr>
      <para>De gevorderde verklaring voor recht dat [verzoeker] voor het laatst in dienst is getreden bij Traxi voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden met een arbeidsomvang van 24 uur per week is, gelet op wat is overwogen onder 5.1 tot en met 5.12, toewijsbaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Loonvordering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.25</nr>
      <para>Het door [verzoeker] gevorderde bedrag van € 2.101,03 bruto (te vermeerderen met vakantietoeslag en wettelijke verhoging) bestaat volgens de specificatie uit € 6,44 bruto aan te weinig betaald loon over januari 2019 en € 969,48 bruto per maand aan loon over februari en maart 2019. Het loon over februari en maart 2019 is echter al verzocht (en toegewezen) onder V. Dit deel van de vordering is daarom niet (nogmaals) toewijsbaar.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.26</nr>
      <para>Traxi heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat [verzoeker] per 1 januari 2019 recht heeft op een nabetaling van € 6,44 als zijnde het verschil tussen het wettelijk minimumloon van € 969,48 bruto en het in januari 2019 aan [verzoeker] betaalde loon. Het bedrag van € 6,44 bruto, te vermeerderen met de wettelijke vakantietoeslag, is daarom toewijsbaar. De gevorderde wettelijke verhoging van 50% op grond van artikel 7:625 BW is eveneens toewijsbaar nu de te late betaling aan Traxi valt toe te rekenen. Voor matiging bestaat in dit geval geen aanleiding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Salarisspecificaties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.27</nr>
      <para>Traxi heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek tot verstrekking van een salarisspecificatie terzake de nabetaling van loon over januari 2019 en tot verstrekking van salarisspecificaties vanaf juli 2018, zodat deze verzoeken toewijsbaar zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.28</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de te betalen bedragen is op de wet gegrond en zal worden toegewezen vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dwangsommen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.29</nr>
      <para>De gevorderde dwangsommen worden toegewezen op de wijze zoals hierna bepaald. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.30</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van Traxi als de in het ongelijk gestelde partij. Nu [verzoeker] procedeert op basis van een toevoeging blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht. De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de op 1 februari 2019 gedane opzegging per 1 maart 2019 van de arbeidsovereenkomst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt Traxi om [verzoeker] binnen 24 uur na betekening van deze beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, onder oplegging van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Traxi hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,00; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Traxi om aan [verzoeker] te betalen het loon van € 969,48 bruto per maand vanaf 1 februari 2019 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10% op grond van artikel 7:625 BW, over het salaris over februari tot en met april 2019;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart voor recht dat [verzoeker] voor het laatst in dienst is getreden bij Traxi voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden met een arbeidsomvang van 24 uur per week, tot 1 juli 2019; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Traxi om aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 6,44 bruto aan achterstallig loon over januari 2019, te vermeerderen met de wettelijke vakantietoeslag en met de wettelijke verhoging van 50% op grond van artikel 7:625 BW;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Traxi om binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] te verstrekken een salarisspecificatie waarin de betaling van de hiervoor genoemde bedragen is verwerkt, onder oplegging van een dwangsom van € 100,00 per dag dat Traxi hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,00; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Traxi om binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] te verstrekken de salarisspecificaties vanaf 1 juli 2018, onder oplegging van een dwangsom van € 100,00 per dag dat Traxi hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,00; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Traxi tot betaling van de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW over de hiervoor genoemde bedragen gerekend vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid tot de dag van volledige voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Traxi in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] vastgesteld op € 81,00 aan verschotten en € 721,00 aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van deze beschikking  tot de dag der algehele voldoening en indien Traxi niet binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking vrijwillig aan deze beschikking heeft voldaan, begroot op € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,- aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing te vermeerderen met btw, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van deze beschikking tot de dag der algehele voldoening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het méér of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>34650</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>