<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:3996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-16T13:29:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/996532-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:3996">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:3996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-16T13:29:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:3996 Rechtbank Rotterdam , 24-04-2019 / 10/996532-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:3996:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Fraude in de vleessector. De verdacht rechtspersoon heeft zich gedurende een periode van meerdere jaren schuldig gemaakt aan het op grote schaal zwart in- en verkopen van vlees. Om dit te verhullen werden door de rechtspersoon onvolledige en daarmee valse facturen geaccepteerd bij de inkoop en opgesteld voor en verstrekt bij de verkoop. De valse facturen werden opgenomen in de bedrijfsadministratie. Het faillissement van de rechtspersoon staat niet in de weg aan de ontvankelijkheid van het OM. In verband met het faillissement en de omstandigheid dat de bestuurder, tevens enige aandeelhouder, van de rechtspersoon ter zake van het zelfde feitencomplex een straf opgelegd krijgt, wordt ten aanzien van de rechtspersoon volstaan met toepassing van art. 9a Sr.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:3996:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/996532-16</para>
      <para>Datum uitspraak: 24 april 2019</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte rechtspersoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>Gevestigd te [vestigingsadres verdachte rechtspersoon] , [vestigingsplaats verdachte rechtspersoon] , </para>
      <para>ter terechtzitting vertegenwoordigd door <emphasis role="bold">[naam medeverdachte]</emphasis></para>
      <para>die blijkens uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel gemachtigd is om de vennootschap in dezen te vertegenwoordigen</para>
      <para>raadslieden mr. B. Molleman en mr. T. Fuchs, beiden advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 april 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte rechtspersoon is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M. van der Zwan heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>primair: de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>subsidiair, voor het geval het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk is, bewezenverklaring van het tenlastegelegde met veroordeling van de verdachte rechtspersoon tot een geldboete van € 83.000,--.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Ontvankelijkheid officier van justitie</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte rechtspersoon, omdat deze inmiddels failliet is verklaard. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie niet. De omstandigheid dat van een verdachte vennootschap het faillissement is uitgesproken, brengt als zodanig niet mee dat aan het openbaar ministerie het recht tot strafvervolging komt te ontvallen. (vgl. HR 20 maart 1990, NJ 1991/8).</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>5.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Op gronden als nader uiteengezet in de ter terechtzitting overgelegde pleitnota is, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde (medeplegen van) valsheid in geschrift, aangezien niet kan worden bewezen dat er sprake is van een valselijk opgemaakte dan wel vervalste bedrijfsadministratie.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De medeverdachte VOF [naam medeverdachte rechtspersoon 1] heeft in de jaren 2013 tot en met 2016 geiten, schapen en lammeren voor de slacht geleverd aan de verdachte rechtspersoon. Eén van de afnemers van het vlees van de verdachte rechtspersoon was een andere medeverdachte, [naam medeverdachte rechtspersoon 2] (hierna: [naam medeverdachte rechtspersoon 2] ).</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Medeverdachte [naam medeverdachte] was de enige aandeelhouder en bestuurder van de verdachte rechtspersoon. Hij was ook degene die verantwoordelijk was voor de in- en verkoop van de dieren en het opstallen van de facturen voor zowel [naam medeverdachte rechtspersoon 2] als VOF [naam medeverdachte rechtspersoon 1] . </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De medeverdachte [naam medeverdachte rechtspersoon 1] had naar eigen zeggen met de verdachte rechtspersoon de afspraak dat zij de facturen zou opstellen van de dieren die hij aan haar verkocht (het zogenoemde <emphasis role="italic">selfbilling</emphasis>). Geconfronteerd met facturen die door [naam medeverdachte] over de jaren 2013-2016 zouden zijn opgemaakt, heeft hij tijdens een zijn verhoor bij de FIOD begin juli 2016 verklaard dat de aan hem getoonde facturen uit 2014 (over 2013 zijn hem geen facturen voorgehouden) niet klopten. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [naam medeverdachte] heeft in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de verdachte rechtspersoon (hierna ook [naam verdachte rechtspersoon] ) ter terechtzitting verklaard dat de door hem namens [naam verdachte rechtspersoon] vervaardigde inkoopfacturen (leverancier [naam medeverdachte rechtspersoon 1] ) en verkoopfacturen (afnemer [naam medeverdachte rechtspersoon 2] ) niet volledig waren omdat zowel met [naam medeverdachte rechtspersoon 1] als [naam medeverdachte rechtspersoon 2] nog overeenstemming moest worden bereikt over een gedeelte van respectievelijk de inkoop- en de verkoopprijs. Dit laatste hield verband met de omstandigheid dat ten tijde van de inkoop (bij [naam medeverdachte rechtspersoon 1] ) en/of de verkoop (aan [naam medeverdachte rechtspersoon 2] ) niet altijd al duidelijkheid bestond over de kwaliteit – en dus de prijs – van sommige partijen vlees. Voor die partijen vlees werden door [naam verdachte rechtspersoon] wel al contante voorschotten betaald (aan [naam medeverdachte rechtspersoon 1] ) en ontvangen (van [naam medeverdachte rechtspersoon 2] ).</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Van deze voorschotten werden geen facturen opgemaakt, maar deze zouden, zo heeft <?linebreak?>[naam medeverdachte] ter terechtzitting verklaard, later alsnog moeten worden gemaakt, op het moment dat er overeenstemming was bereikt over het uiteindelijke bedrag. Deze verklaring van [naam medeverdachte] vindt geen steun in het dossier. Een dergelijke verrekening is niet teruggevonden in de administratie [naam verdachte rechtspersoon] , ondanks dat het een lange periode betreft, namelijk van medio april 2013 tot en met 2015. [naam medeverdachte] heeft ook zelf ter terechtzitting verklaard dat een dergelijke verrekening nooit heeft plaatsgevonden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit onderzoek van facturen uit de administratie van de medeverdachte [naam medeverdachte rechtspersoon 2] enerzijds, en afleverbonnen, notitiebladen, weekoverzichten, pakbonnen en weeglijsten van [naam verdachte rechtspersoon] die kennelijk betrekking hebben op dezelfde leveringen anderzijds volgt dat de hoeveelheid vlees vermeld op die facturen telkens lager is dan de hoeveelheid die is vermeld op één of meer overige op dezelfde levering betrekking hebbende geschriften van [naam verdachte rechtspersoon] . Deze bevindingen (neergelegd in AMB-106) vinden steun in de verklaringen van de getuige [naam getuige] , die heeft bevestigd dat door [naam medeverdachte rechtspersoon 2] vlees zwart werd ingekocht, onder meer bij [naam verdachte rechtspersoon] .</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van het bovenstaande oordeelt de rechtbank dat over de jaren 2013 tot en met 2015 in de administratie van [naam verdachte rechtspersoon] in- en verkoopfacturen zijn opgenomen die onjuist c.q. vals waren, omdat op die facturen minder ingekochte dieren en/of verhandelde vleesproducten vermeld stonden dan daadwerkelijk door [naam verdachte rechtspersoon] waren ingekocht en/of (vervolgens) verkocht/geleverd en waardoor (dus) ook te lage bedragen waren . gefactureerd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het valselijk opmaken van de facturen, dat feitelijk door [naam medeverdachte] werd gedaan, vond plaats binnen de sfeer van de verdachte rechtspersoon en kan om die reden aan haar worden toegerekend. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het standpunt van de verdediging dat het enkele feit dat niet voor alle geleverde dieren en vleesproducten een factuur of creditnota is opgesteld, de opgestelde en in de bedrijfsadministratie opgenomen facturen en creditnota’s niet vals maakt, is onjuist, aldus HR 5 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ2772, rov. 3.2. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De bedrijfsadministratie van [naam verdachte rechtspersoon] voldeed als gevolg daarvan ook niet aan de eisen gesteld in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Daarin is - kort gezegd - bepaald dat administratieplichtigen, zoals [naam verdachte rechtspersoon] , een zodanige administratie dienen te voeren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen en de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens daaruit duidelijk blijken. Door voornoemde valse facturen te verwerken in de bedrijfsadministratie van [naam verdachte rechtspersoon] is ook deze gedurende (in ieder geval) de periode van 16 april 2013 tot en met 31 december 2015 valselijk opgemaakt, nu als gevolg daarvan in deze bedrijfsadministratie een deel van de omzetten en daarmee gerealiseerde winst van [naam verdachte rechtspersoon] (waarover belasting had moeten worden betaald) niet was terug te vinden. .</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Dit betekent dat het tenlastegelegde kan worden bewezen. De verweren worden verworpen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>zij in de periode van 15 april 2013 tot en met tot en met 31 december 2015 te Breukelen en/of Everdingen, gemeente Vianen, en/of 's-Gravenhage, anderen, : </para>
        <para>haar (bedrijfs)administratie,</para>
      </parablock>
      <para>- zijnde die bedrijfsadministratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt ,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>hebbende dat valselijk opmaken van die (bedrijfs)administratie (telkens) hierin bestaan dat [naam verdachte rechtspersoon] in die (bedrijfs)administratie opzettelijk een of meer na te noemen (kopieën van) valse factu(u)r(en), te weten:</para>
      </parablock>
      <para>-  ( inkoop)factu(u)r(en)  van [naam verdachte rechtspersoon] aan [naam medeverdachte rechtspersoon 1] VOF en</para>
      <para>-  ( verkoop)factu(u)r(en) van [naam verdachte rechtspersoon] aan [naam medeverdachte rechtspersoon 2] </para>
      <para>- </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft </emphasis>verwerkt </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>bestaande de valsheid hierin dat telkens valselijk en in strijd met de waarheid, op/in die (kopieën van) (verkoop- en/of inkoop)facturen en/of creditnota's:</para>
      </parablock>
      <para>- een onjuist (te weten te laag) aantal geleverde en/of ontvangen dieren is vermeld en/of</para>
      <para>- een aantal geleverde en/of ontvangen dieren niet is vermeld en/of</para>
      <para>- een onjuist (te weten te laag) aantal geleverde en/of ontvangen (vlees)producten, is vermeld en/of</para>
      <para>- een aantal geleverde en/of ontvangen (vlees)producten niet is vermeld en/of </para>
      <para>- een onjuist (te weten te laag) bedrag is gefactureerd,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte rechtspersoon moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel </title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de draagkracht van de verdachte rechtspersoon. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte rechtspersoon heeft zich gedurende een periode van bijna drie jaar schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van haar bedrijfsadministratie. Dit deed zij door slachtdieren zwart in te kopen bij VOF [naam medeverdachte rechtspersoon 1] en het geslachte vlees zwart te verkopen aan onder meer [naam medeverdachte rechtspersoon 2] en de valse facturen die voor deze transacties werden opgemaakt op te nemen in haar bedrijfsadministratie. De verdachte rechtspersoon heeft op deze manier grootschalige frauduleuze handel in de vleessector gepleegd, of in ieder geval in stand gehouden. De rechtbank rekent dit de verdachte rechtspersoon zwaar aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse geldboete. De verdachte rechtspersoon is echter failliet. Bovendien wordt de enige bestuurder tevens enige aandeelhouder van de verdachte rechtspersoon in diens met de onderhavige zaak samenhangende strafzaak ook al veroordeeld voor deze strafbare feiten. Gelet daarop vindt de rechtbank het niet passend om daarnaast ook aan de verdachte rechtspersoon persoon een straf op te leggen voor hetzelfde feitencomplex. De rechtbank zal dan ook, in afwijking van de vordering van de officier van justitie, toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en afzien van het aan de verdachte rechtspersoon opleggen van een straf of maatregel.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is voorts op de artikelen: 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte rechtspersoon het tenlastegelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte rechtspersoon meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte rechtspersoon strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.J. van den Berg, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. L. Daum en E.A. van der Giessen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.J. van der Putte, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 15 april 2016 te Utrecht en/of Breukelen en/of Everdingen, gemeente Vianen, en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal: </para>
      <para>haar (bedrijfs)administratie,</para>
    </parablock>
    <para>- zijnde die bedrijfsadministratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende dat valselijk opmaken en/of vervalsen van die (bedrijfs)administratie (telkens) hierin bestaan dat [naam verdachte rechtspersoon] en/of haar mededader(s) in die (bedrijfs)administratie opzettelijk een of meer na te noemen (kopieën van) valse/vervalste factu(u)r(en) en/of creditnota's, te weten:</para>
    </parablock>
    <para>- ( een) (verkoop)factu(u)r(en) van [naam medeverdachte rechtspersoon 1] VOF aan [naam verdachte rechtspersoon] en/of</para>
    <para>- ( een) (inkoop)factu(u)r(en) en/of creditnota's van [naam verdachte rechtspersoon] aan [naam medeverdachte rechtspersoon 1] VOF en/of</para>
    <para>- ( een) (verkoop)factu(u)r(en) van [naam verdachte rechtspersoon] aan [naam medeverdachte rechtspersoon 2] en/of</para>
    <para>- ( een) ander(e) document(en) op naam van [naam medeverdachte rechtspersoon 1] V.O.F. en/of [naam verdachte rechtspersoon] en/of [naam medeverdachte rechtspersoon 2] en/of (een) andere (rechts)perso(o)n(en), althans een of meer geschrift(en),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">heeft </emphasis>verwerkt </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bestaande de valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) hierin dat (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid, op/in die (kopieën van) (verkoop- en/of inkoop)facturen en/of creditnota's:</para>
    </parablock>
    <para>- een onjuist (te weten te laag) aantal geleverde en/of ontvangen dieren is vermeld en/of</para>
    <para>- een aantal geleverde en/of ontvangen dieren niet is vermeld en/of</para>
    <para>- een onjuist (te weten te laag) aantal geleverde en/of ontvangen (vlees)producten, is vermeld en/of</para>
    <para>- een aantal geleverde en/of ontvangen (vlees)producten niet is vermeld en/of </para>
    <para>- een onjuiste (te weten te lage) factuurwaarde en/of transactiewaarde is vermeld en/of</para>
    <para>- een onjuist (te weten te laag) bedrag is gefactureerd,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>