<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:3264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-25T11:26:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">567851 / HA RK 19-162</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:3264">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:3264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-25T11:25:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:3264 Rechtbank Rotterdam , 28-02-2019 / 567851 / HA RK 19-162</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:3264:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal van zitting van wrakingskamer. Verzoeker doet achtereenvolgens twee verzoeken tot wraking van een rechter in de wrakingskamer. De wrakingskamer beslist - onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018:1770 - zelf op deze verzoeken en stelt deze buiten behandeling, omdat deze wrakingsverzoeken in redelijkheid niet anders kunnen worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:3264:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
  <para />
  <parablock>
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: 567851</para>
    <para>Rekestnummer: HA RK 19-162</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de op 28 februari 2019 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken gehouden mondelinge behandeling </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>inzake het verzoek van</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam verzoeker] ,</emphasis>
    </para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>strekkende tot wraking van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">mr. P.C. Santema en mr. J.F. Koekebakker</emphasis>, rechters in de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam, (hierna: de rechters). </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Tegenwoordig:</para>
    <para>mr. A.P. Hameete, voorzitter,</para>
    <para>mr. W.J. Roos-van Toor en mr. A. Verweij, rechters</para>
    <para>en mr. H.C.C. Kan, griffier.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Na uitroeping van de zaak is verzoeker verschenen. </para>
    <para>De rechters zijn niet verschenen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker draagt een schriftelijke stuk voor. Bij die gelegenheid wraakt verzoeker <?linebreak?>mr. W.J. Roos-van Toor, omdat zij deel uitmaakte van de wrakingskamer die op 18 januari 2019 uitspraak heeft gedaan in een verzoek van verzoeker tot wraking van mr. W.J.J. Wetzels, mr. M. Fiege en mr. E.A. Vroom.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De voorzitter schorst de zitting en de wrakingskamer trekt zich terug voor beraad. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Na hervatting van de zitting heeft de wrakingskamer verzoeker medegedeeld dat een wrakingskamer onder bepaalde omstandigheden een verzoek tot wraking van een of meer van haar leden buiten behandeling kan laten zonder dat de zaak in handen van een andere wrakingskamer wordt gesteld. In dit verband heeft de wrakingskamer verzoeker gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1770). Van evident misbruik van recht is sprake indien het wrakingsverzoek in redelijkheid niet anders kan worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. In deze gegeven omstandigheden is de wrakingskamer van oordeel dat hiervan sprake is. Nu verzoeker geen bijkomende omstandigheden heeft aangevoerd die ertoe zouden moeten leiden dat er anders moet worden geoordeeld, zal de wrakingskamer het wrakingsverzoek tegen mr. Roos-van Toor buiten behandeling stellen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker dient vervolgens een verzoek tot wraking van de voorzitter in op grond van artikel 6 EVRM het recht op “fair trial”.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De wrakingskamer heeft de zitting wederom onderbroken en zich teruggetrokken voor beraad. Na hervatting van de zitting heeft de wrakingskamer verzoeker medegedeeld dat een wrakingskamer onder bepaalde omstandigheden een verzoek tot wraking van een of meer van haar leden buiten behandeling kan laten zonder dat de zaak in handen van een andere wrakingskamer wordt gesteld. In dit verband heeft de wrakingskamer verzoeker gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1770). Van evident misbruik van recht is sprake indien het wrakingsverzoek in redelijkheid niet anders kan worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. In deze gegeven omstandigheden is de wrakingskamer van oordeel dat hiervan sprake is. Nu verzoeker geen bijkomende omstandigheden heeft aangevoerd die ertoe zouden moeten leiden dat er anders moet worden geoordeeld, zal de wrakingskamer ook het wrakingsverzoek tegen mr. Hameete buiten behandeling stellen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker geeft aan dat hij de rechtbank nu gaat verlaten. Hij verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk. Hij erkent deze rechtbank niet, omdat zijn rechten niet worden gerespecteerd. Hij vraagt een proces-verbaal van de zitting, zodat hij naar de Hoge Raad kan gaan. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Nadat verzoeker de zittingszaal heeft verlaten, deelt de voorzitter mee dat de wrakingskamer binnen 14 dagen na heden uitspraak zal doen en sluit de zitting.   </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en de griffier is ondertekend.</para>
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>