<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:3001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-18T09:43:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/750242-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:3001">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:3001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-18T09:43:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:3001 Rechtbank Rotterdam , 29-03-2019 / 10/750242-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:3001:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor invoer van cocaïne en de voorbereidingen daarvoor. Wel de nodige opvallende omstandigheden, maar geen concrete aanwijzingen dat de verdachte wist van de invoer vanuit de Dominicaanse Republiek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:3001:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/750242-18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 29 maart 2019</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] (Turkije) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de </para>
      <para>Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel, </para>
      <para>raadsman mr. C. Crince Le Roy, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 maart 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M.D. Hes heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">8 (acht) jaar</emphasis> met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Motivering vrijspraak</title>
    <para>Op dinsdag 12 juni 2018 zijn twee uit de Dominicaanse Republiek afkomstige containers  met fruit in de haven van Londen gecontroleerd. De containers zijn volgens de Bill of Lading bestemd voor [naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ) in Barendrecht. De koper van het fruit is [naam bedrijf 2] . (hierna [naam bedrijf 2] ), een vennootschap waarvan de verdachte directeur en enig aandeelhouder is. In beide containers is in een holle ruimte in totaal 510 kg cocaïne gevonden. De cocaïne is eruit gehaald waarna in de container met nummer [nummer container 1] (hierna: de container) een terugplaatsmonster is aangebracht. De container is na aankomst in Nederland getransporteerd naar een loods in Vlaardingen. De verdachte is de eigenaar van deze loods. In die loods zijn twee medewerkers van [naam bedrijf 2] in aanwezigheid van de verdachte gestart met het lossen van het fruit. Nog voordat al het fruit uit de container is gehaald, is de verdachte vertrokken naar Den Haag. Beide medewerkers zijn kort nadien in de loods aangehouden. Enige tijd later is de verdachte aangehouden in Den Haag. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt verweten betrokken te zijn bij de invoer van de cocaïne. De vraag is of bewezen kan worden dat hij wist dat die cocaïne in de containers zat. Het standpunt van de officier van justitie is dat het bewijs daarvoor volgt uit een aantal opvallende omstandigheden. Hierbij is gewezen op de onlogische routing van de container, de flinke hoeveelheid cocaïne en daarmee samenhangende straatwaarde, de (feitelijk) nauwe band tussen de verdachte, [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 1] , de onduidelijke status van [naam bedrijf 1] , de niet voor de hand liggende handel in fruit, het feit dat de container is afgeleverd en gelost in de loods van de verdachte, het vertrek van de verdachte voordat de container volledig gelost is, de afwezigheid van een koeling voor het fruit in die loods, het in deze loods aantreffen van soortgelijke muurpanelen en folie die ook in de container zijn aangetroffen en de contante geldstromen die aan de verdachte zijn gelinkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de officier van justitie moet worden toegegeven dat een en ander de nodige vragen oproept. Die vragen zijn onder andere op zitting aan de verdachte gesteld en hij heeft daarop  ook antwoord gegeven. Wat hier ook van zij, is de rechtbank van oordeel dat zich in het dossier geen bewijs bevindt dat de verdachte betrokken is geweest bij (de voorbereidingen van) het transport en de invoer van de op 12 juni 2018 onderschepte cocaïne. Geen van de hiervoor (kort) omschreven omstandigheden, ook niet in onderling verband en samenhang bezien, levert namelijk een concrete aanwijzing op dat hij wist, eventueel in voorwaardelijke zin, dat vanuit de Dominicaanse Republiek twee containers met 510 kg cocaïne in een verborgen ruimte via Rotterdam, Londen en weer Rotterdam binnen Nederland zou worden gebracht. Dit betekent dat hij van de verdenkingen moet worden vrijgesproken.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title> 5.In beslag genomen voorwerpen</title>
    <para>Niet in geschil is dat het op de beslaglijst vermelde zonnescherm feitelijk folie is dat in de loods is aangetroffen. Omdat dit folie geen of nauwelijks waarde vertegenwoordigt en de verdediging geen teruggave heeft verzocht, houdt de rechtbank het ervoor dat de verdachte daarvan afstand heeft gedaan.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Voorlopige hechtenis</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bevel voorlopige hechtenis van de verdachte is al bij afzonderlijke beslissing van 18 maart 2019 opgeheven.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Bijlage</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. V.F. Milders, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J. de Lange  en B. Krijnen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I.V. Wagener, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2018 tot en met 19 juni 2018 te</para>
      <para>Rotterdam en/of Vlaardingen</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld</para>
      <para>in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, (in een container met nummer [nummer container 1] )</para>
      <para>ongeveer 260 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de</para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 ahf/ond A Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2018 tot en met 19 juni 2018 te</para>
      <para>Rotterdam en/of Vlaardingen en/of 's-Gravenhage, en/of elders in Nederland,</para>
      <para>ter uitvoering van het voornemen om</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in</para>
      <para>artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 260 kilogram cocaïne, althans een</para>
      <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel</para>
      <para>als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,</para>
    </parablock>
    <para>- een container ( [nummer container 1] ) geladen met pallets met kokosnoten en papaya's</para>
    <parablock>
      <para>(en waarin achter een wand cocaïne was verstopt) vanuit de Dominicaanse</para>
      <para>Republiek via Engeland naar Nederland heeft ingevoerd, en/of </para>
    </parablock>
    <para>- die container ( [nummer container 1] )vanuit Engeland met een ferryboot heeft laten</para>
    <para>overbrengen naar Nederland, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) die container ( [nummer container 1] ) naar een loods aan [adres delict]</para>
    <parablock>
      <para> te Vlaardingen heeft vervoerd en/of laten vervoeren</para>
      <para>en/of in die loods geplaatst en/of laten plaatsen, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- in voornoemde loods de kokosnoten en de papaya's uit die container</para>
    <para>( [nummer container 1] ) heeft uitgeladen, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 ahf/ond A Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2. </para>
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2018 tot en met 19 juni 2018 te</para>
      <para>Rotterdam en/of Vlaardingen en/of 's-Gravenhage, en/of elders in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ter uitvoering van het voornemen om</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in</para>
      <para>artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 260 kilogram cocaïne, althans een</para>
      <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel</para>
      <para>als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,</para>
      <para>een container ( [nummer container 2] ) geladen met pallets met kokosnoten en papaya's (en</para>
      <para>waarin achter een wand cocaïne was verstopt) vanuit de Dominicaanse</para>
      <para>Republiek via Engeland naar Nederland heeft ingevoerd, althans getracht heeft</para>
      <para>in te voeren,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 ahf/ond A Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2018 tot</para>
      <para>en met 19 juni 2018 te Rotterdam en/of Vlaardingen en/of ' s-Gravenhage, en/of</para>
      <para>elders in Nederland</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de</para>
      <para>Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,</para>
      <para>verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van</para>
      <para>Nederland brengen van een hoeveelheid van ongeveer 510 kilogram cocaïne, in</para>
      <para>elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne</para>
      <para>een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden</para>
      <para>en/of te bevorderen,</para>
    </parablock>
    <para>- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te</para>
    <para>plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of</para>
    <para>- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen</para>
    <para>tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of</para>
    <para>- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere</para>
    <parablock>
      <para>betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden</para>
      <para>had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven</para>
      <para>bedoelde feit</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- twee containers ( [nummer container 1] en [nummer container 2] ) geladen met pallets met</para>
    <parablock>
      <para>kokosnoten en papaya's (en waarin (telkens) achter een wand ongeveer 250</para>
      <para>kilo cocaïne was verstopt) vanuit de Dominicaanse Republiek via Engeland</para>
      <para>naar Nederland ingevoerd en/of getracht in te voeren, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- de bill of ladings van die containers ontvangen, en/of</para>
    <para>- de betalingen van de vrachtkosten voor die twee, althans één, container(s)</para>
    <para>gedaan, en/of</para>
    <para>- contact onderhouden met het bedrijf [naam bedrijf 3] , en/of </para>
    <para>- de container [nummer container 1] vanuit Engeland met een ferryboot</para>
    <para>overgebracht of laten overbrengen naar Nederland, en/of</para>
    <para>- afspraken met betrekking tot het verdere transport van de container</para>
    <para>
      [nummer container 1] in Nederland gemaakt, en/of </para>
    <para>- geld ontvangen, en/of </para>
    <para>- de loods aan [adres delict] te Vlaardingen beschikbaar</para>
    <para>gesteld, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) de container [nummer container 1] naar een loods aan [adres delict]</para>
    <parablock>
      <para> te Vlaardingen vervoerd en/of laten vervoeren</para>
      <para>en/of in die loods geplaatst en/of laten plaatsen, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- in voornoemde loods de kokosnoten en de papaya's uit container [nummer container 1]</para>
    <parablock>
      <para>tezamen met één of meer andere perso(o)n(en) uitgeladen en/of heeft laten</para>
      <para>uitladen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 4 Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>