<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:1511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-12T14:18:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/740497-16 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:1511">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:1511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-26T16:02:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:1511 Rechtbank Rotterdam , 25-01-2019 / 10/740497-16 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:1511:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontneming van € 80.186,11 in verband met het telen van hennep.</para>
        <para>Volgt op ECLI:NL:RBROT:2019:1506</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:1511:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/740497-16 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 25 januari 2019</para>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , </para>
      <para>niet ingeschreven in de basisregistratie personen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 januari 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Vordering</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie mr. W.L. van Prooijen strekt tot:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat op € 129.582,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een bedrag van € 129.582,00.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Zij betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de strafbare feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Strafbare feiten waarop de voordeelsberekening is gebaseerd</title>
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 25 januari 2019 (parketnummer 10/740497-16) is de veroordeelde onder andere onder feit 1 veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod (kort gezegd: het opzettelijk telen van hennep), gepleegd in de periode van 20 april 2015 tot en met 31 mei 2016.</para>
      <para>In deze procedure wordt daarom als vaststaand aangenomen dat dit strafbare feit door de veroordeelde is begaan en dat hij door middel van en uit de baten van dit strafbare feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dit voordeel dient hem te worden ontnomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van het vonnis is als bijlage bij dit vonnis gevoegd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling en berekening wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gegrond op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de inhoud van de (in de voetnoten vermelde) wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de beantwoording van de vraag naar de omvang van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt in beginsel uitgegaan van de situatie, zoals die uit het onderzoek door de politie is gebleken. Bij onvoldoende informatie of in het geval dat de veroordeelde een onaannemelijke verklaring heeft afgelegd, worden echter de normen gehanteerd die zijn opgenomen in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) van april 2005 en de update op het rapport Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht van het Functioneel Parket van 1 juni 2016 (hierna gezamenlijk: het BOOM-rapport). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de berekening van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel wordt het volgende overwogen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aangetroffen hennepkwekerij</emphasis>
        </para>
        <para>Op 1 juni 2016 is op de [adres] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De hennepkwekerij was als volgt ingericht.</para>
      </parablock>
      <para>- Hennepkwekerij </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Aantal planten: 225</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Oppervlakte kwekerij (in m2): 25</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Aantal planten per m2: 9 <footnote-ref linkend="_e55bbbf6-c7d9-42f9-8edb-f05d3f1143b0" /></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Berekening bruto opbrengst</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde heeft geen concrete verklaring afgelegd omtrent de totale opbrengst per oogst en/of de gerealiseerde kiloprijs per oogst. </para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Uitgangspunten bij de berekening</emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van het aantal aangetroffen planten per m2 volgt uit de tabel in het BOOM-rapport een opbrengst van 30,9 gram per plant. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van het BOOM-rapport kan als kiloprijs voor hennep een bedrag van € 4.070,00 worden aangenomen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De veroordeelde heeft geen verklaring afgelegd over het aantal planten bij eerdere oogsten. Hij heeft bij de politie verklaard dat hij vier of vijf oogsten heeft gehad.<footnote-ref linkend="_68213e7e-eafd-4e63-9775-ee36330b27fd" /> In het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij wordt uitgegaan van vijf oogsten. Gelet op de verklaring van de veroordeelde gaat de rechtbank bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van vier oogsten. De rechtbank gaat er van uit dat er bij de eerdere voltooide oogsten net zo veel planten waren als bij de ontmanteling zijn aangetroffen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Overzicht bruto opbrengst</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank berekent de bruto opbrengst als volgt:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aantal planten		225</para>
          <para>Opbrengst per plant	<emphasis role="underline">	0,0309	kg	×</emphasis></para>
          <para>Opbrengst per oogst		6,9525	kg</para>
          <para>Aantal oogsten	<emphasis role="underline">	4		×</emphasis></para>
          <para>Totale opbrengst		27,81	kg</para>
          <para>Prijs per kilo	<emphasis role="underline">€ 	4.070,00		×</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="bold">Totale bruto opbrengst € 	113.186,70</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Kosten</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde heeft verklaard dat hij € 25.000,00 aan kosten heeft betaald om de hennepkwekerij op te zetten.<footnote-ref linkend="_d7bc2283-d17d-42de-8432-6703f5ee7ae2" /></para>
        <para>Deze bedragen zullen op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering worden gebracht.</para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>4.4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Huisvestingskosten</emphasis>
          </para>
          <para>Aannemelijk is dat de veroordeelde een bedrag van € 615,43 huur per maand betaalde voor het pand aan de [adres]<footnote-ref linkend="_e6d81634-5a18-46cf-a112-ef0a9cd68186" /> en dat dit pand gedurende de bewezen verklaarde periode door de veroordeelde uitsluitend voor het kweken van hennep werd gebruikt.<footnote-ref linkend="_e9f2b028-19fa-4702-9336-1f654b02e616" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de bewezenverklaarde periode, wordt dertien maanden huur ofwel een bedrag van €<emphasis role="bold"> 8.000,59</emphasis> (€ 615,43 x 13 maanden) aan huisvestingskosten op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht. De rechtbank gaat ervan uit dat de huur bij vooruitbetaling werd voldaan. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Netto opbrengst</emphasis>
        </para>
        <para>Gezien het voorgaande, bedraagt het totaal aan <emphasis role="bold">wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totale bruto opbrengst (4.3.2)	€	113.186,70,</para>
        <para>Totale kosten (4.4)		<emphasis role="underline">€	33.000,59	-/-</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Totale netto opbrengst		€ 	80.186,11	</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit bedrag wordt geheel aan de veroordeelde toegerekend. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vaststelling van het te betalen bedrag</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Uitgangspunt is dat de betalingsverplichting wordt vastgesteld op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
        <para>Er is in deze zaak geen reden om daarvan af te wijken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Het bovenstaande heeft tot gevolg dat de rechtbank aan de veroordeelde de verplichting zal opleggen om een bedrag van € 80.186,11 aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij deze beslissing zijn de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde – voor zover bekend – in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€ 80.186,11</emphasis> (zegge: <emphasis role="bold">tachtigduizendhonderdachtenzestig euro en elf cent</emphasis>);</para>
    <para />
    <para>- legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van <emphasis role="bold">€ 80.186,11</emphasis> (zegge: <emphasis role="bold">tachtigduizendhonderdachtenzestig euro en elf cent</emphasis>).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. I.M.A. Hinfelaar, voorzitter, </para>
      <para>en mrs. F.A. Hut en C.A. van Beuningen, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e55bbbf6-c7d9-42f9-8edb-f05d3f1143b0" label="1">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij (pagina 26 tot en met 29 van de doorgenummerde bijlagen het proces-verbaal met nummer [nummer 1] ), opgesteld door verbalisant [verbalisant] .</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68213e7e-eafd-4e63-9775-ee36330b27fd" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 2] (pagina 59 tot en met 61 [.] van de doorgenummerde bijlagen het proces-verbaal met nummer [nummer 1] ), inhoudende de verklaring van de [.] verdachte.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7bc2283-d17d-42de-8432-6703f5ee7ae2" label="3">
    <para> Zie het bewijsmiddel in voetnoot 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6d81634-5a18-46cf-a112-ef0a9cd68186" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 3] (pagina 33 tot en met 38 [.] van de doorgenummerde bijlagen het proces-verbaal met nummer [nummer 1] ), inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant] .</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9f2b028-19fa-4702-9336-1f654b02e616" label="5">
    <para> Zie het bewijsmiddel in voetnoot 2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>