<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:10988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-13T12:24:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/503694 / HA ZA 16-585</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2025/307</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0419</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10988">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-09T10:58:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:10988 Rechtbank Rotterdam , 30-01-2019 / C/10/503694 / HA ZA 16-585</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:10988:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht; geschil tussen erfgenamen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:10988:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="9968437e-08dc-4531-adef-a2f2d8030123" depth="2" width="525" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/503694 / HA ZA 16-585</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 januari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats 1] , eiser,</para>
      <para>advocaat mr. R.C. Steenhoek te Rotterdam, tegen</para>
      <para />
      <para />
      <para>1. <emphasis role="bold">[gedaagde 1] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 1] , gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. W.H. Benard te Dordrecht,</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde 2] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 1] , gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. W.H. Benard te Dordrecht,</para>
      <para>3. <emphasis role="bold">[gedaagde 3] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 2] , gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. W.H. Benard te Dordrecht,</para>
      <para>4. <emphasis role="bold">[gedaagde 4] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 1] , gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>5. <emphasis role="bold">[gedaagde 5] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 3] , gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>6. <emphasis role="bold">[gedaagde 6] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 4] . gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>7. <emphasis role="bold">[gedaagde 7] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 5] , gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>8. <emphasis role="bold">[gedaagde 8] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 1] . gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>9. <emphasis role="bold">[gedaagde 9] ,</emphasis></para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats 1] , gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>10. <emphasis role="bold">[gedaagde 10] ,</emphasis></para>
      <para>wonende te [plaats 1] . gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser zal [eiser] (dan wel: eiser) worden genoemd. De verschenen gedaagden (gedaagden 1, 2 en 3) zullen respectievelijk [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van .de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het tussenvonnis van 26 september 2018</para>
        <para>- de akte van [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , met producties</para>
        <para>- de antwoordakte van eiser.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3] opgedragen rekening en verantwoording af te leggen over het verloop van het vermogen van erflaatster over de periode vanaf 7 november 2006 tot aan 21 februari 2013. Thans wordt toegekomen aan de beoordeling of deze rekening en verantwoording deugdelijk zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] en [gedaagde 3] stellen dat zij rekening en verantwoording overleggen middels overlegging van een door een accountant opgesteld geschrift (of althans: door overlegging van een USB-stick met daarop 13 tabbladen, opgesteld door deze accountant).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat geen deugdelijke rekening en verantwoording is afgelegd. Er wordt wel enige inzage gegeven in het verloop van het vermogen van erflaatster. Er blijkt echter niet wat er nu precies met dat vermogen is gebeurd. Het was nu met name de vraag wat er is gebeurd met de fikse contante opnamen, bezien in het licht van het eerdere oordeel van de rechtbank dat erflaatster toch zuinig leefde (hetgeen al bleek uit de bevindingen van de eerder door de rechtbank ingeschakelde deskundige, welke bevindingen de rechtbank, zoals gezegd onderschrijft).</para>
        <para>Bovendien vermeldt deze accountant zelf al (in zijn begeleidende brief van 21 november 2018, als onderdeel van productie 15 van [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 1] ) dat hem onbekend is wat er is gedaan met de contante opnamen. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben tegenover deze accountant.. In het kader van zijn onderzoek, op dit punt geen voldoende begrijpelijke verklaring voor deze contante opnamen kunnen of willen geven. Uit de brief blijkt dat de accountant het financiële overzicht heeft opgesteld aan de hand van de gegevens die [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hem aangeleverd hebben. Ook geeft de accountant aan dat hij niets zegt over de effectenportefeuille van erflaatster omdat hij daar geen stukken van had. Ook op het punt</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>van de effectenportefeuille is derhalve geen deugdelijk rekening en verantwoording is afgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit het rapport van de door de rechtbank benoemde deskundige bleek al, zoals gezegd, dat erflaatster zuinig leefde en [gedaagde 2] en [gedaagde 3] leggen onvoldoende rekening en verantwoording af wat er met geld van erflaatster is gebeurd. Dit kwalificeert als een onvoldoende gemotiveerde betwisting van de stellingen van eiser dat [gedaagde 2] en [gedaagde 3] a) substantiële bedragen hebben onttrokken aan het vermogen van erflaatster en b) deze onttrekkingen verder niet kunnen of willen verantwoorden. In het midden kan blijven hoe [gedaagde 2] en [gedaagde 3] de onttrokken gelden hebben aangewend, nu zij hierover geen verantwoording willen afleggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De veroordeling zal, zoals gevorderd, hoofdelijk zijn, nu [gedaagde 2] en [gedaagde 3] gezamenlijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de substantiële en door hen onverklaard gebleven geldopnamen uit het vermogen van erflaatster.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Over de proceskosten wordt als volgt geoordeeld. Tussen broers en zusters mag de rechtbank de proceskosten geheel of gedeeltelijk compenseren. De rechtbank zal [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , zoals gevorderd, veroordelen in de kosten van de deskundige. Deze kosten, die door eiser zijn voorgeschoten, bedragen € 6.655,-. Voor het overige zal de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseren. In dit oordeel ligt mede besloten dat wordt afgewezen de vordering van eiser om [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in de volledige kosten van rechtsbijstand te veroordelen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, binnen twee weken na betekening van onderhavig vonnis tot betaling aan eiser van een bedrag ad E 2.780,-, vermeerderd met de rente ex artikel 4:13 lid 4 BW vanaf de datum van overlijden van erflaatster tot aan de dag der algehele voldoening en van een bedrag ad€ 27.605,44 vermeerderd met de rente ex artikel 4:84 BW vanaf 20 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 2] en [gedaagde 3] voor een bedrag van€ 6.655,- in de proceskosten van eiser en bepaalt voor het overige dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. van den Bergh en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>[2517,2504)</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>