<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:10917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-31T12:25:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/198855-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10917">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-31T12:23:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:10917 Rechtbank Rotterdam , 11-01-2019 / 10/198855-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:10917:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>veroordeling voor wapenbezit en munitie tot een gevangenisstraf van 7 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:10917:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/198855-18</para>
      <para>Datum uitspraak: 11 januari 2019</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] , op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres verdachte] , </para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire inrichting Krimpen aan den IJssel,</para>
      <para>raadsvrouw mr. S. Ben Ahmed, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 januari 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. W. van Prooijen heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging </emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde en heeft vrijspraak bepleit. Het Zastava vuurwapen is op straat aangetroffen en uit het dossier volgt geen bewijs dat de verdachte dit wapen voorhanden heeft gehad. Ten aanzien van de Glock, de munitie en de patroonhouder die zijn aangetroffen op de kamer van de verdachte geldt dat ook andere mensen toegang hebben tot die kamer en daar komen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Het vuurwapen van het merk Glock, de munitie en patroonhouder zijn aangetroffen achter een lade van een bureau in de slaapkamer van de verdachte, in de woning van zijn ouders. Uitgangspunt is dat een persoon bekend is met de voorwerpen die zich in zijn slaapkamer bevinden. Dit uitgangspunt moet wijken als de verdachte een redelijke verklaring geeft waaruit volgt dat hij niet van de aanwezigheid van het wapen met toebehoren in zijn slaapkamer op de hoogte kon zijn. Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario dat deze goederen door een ander zouden zijn achtergelaten op de slaapkamer van de verdachte vindt geen steun in het dossier, terwijl zonder nadere motivering onbegrijpelijk is waarom een ander persoon dan de verdachte die goederen daar zou hebben achterlaten. De rechtbank is dus van oordeel dat de verdachte een meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van voornoemd vuurwapen met toebehoren. Daarnaast bevond het vuurwapen met toebehoren zich binnen zijn machtssfeer. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het ten laste gelegde onder gedachtestreepje 1, 3 en 4 wettig en overtuigd kan worden bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Niet bewezen is dat verdachte het vuurwapen van het merk Zastava voorhanden heeft gehad. Uit het voorlopig resultaat van het DNA-onderzoek blijkt dat er geen DNA van de verdachte op het vuurwapen is aangetroffen. Ook al zou vast komen te staan dat er mede DNA van de verdachte is aangetroffen op de sok die om het vuurwapen heen zat, is dat op zichzelf genomen onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring ten aanzien van dit feit. De verdachte zal hiervan dan ook worden vrijgesproken. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij</para>
        <para>op  07 oktober 2018 te Rotterdam</para>
      </parablock>
      <para>- een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1</para>
      <parablock>
        <para> van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,</para>
        <para> te weten een pistool, van het merk Glock, type 30, kaliber .45</para>
        <para>en- munitie in de zin van artikel 1, onder 4, gelet op artikel 2, lid 2 van</para>
        <para> categorie III van de Wet wapens en munitie,</para>
        <para> te weten  kogelpatronen</para>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para>- een onderdeel/hulpstuk van een vuurwapen in de zin van artikel 1</para>
      <parablock>
        <para>onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en</para>
        <para> munitie, te weten een patroonhouder welke van wezenlijke aard is en</para>
        <para> specifiek bestemd is voor een pistool van het merk Glock (alle</para>
        <para>modellen), kaliber 9 MM , </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>voorhanden heeft gehad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op: </para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold italic">(wapen) </emphasis></para>
    <bridgehead role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold italic">(munitie) </emphasis></para>
    <bridgehead role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie ;</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold italic">(patroonhouder) </emphasis></para>
    <bridgehead role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7. </nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft in zijn slaapkamer een vuurwapen van het merk Glock met bijbehorend patroonhouder en munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een wapen impliceert ook het mogelijk gebruik van dit wapen. Dit kan tot zeer gevaarlijke situaties leiden en brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Tegen het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie dient dan ook streng te worden opgetreden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 december 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder in 2007 en 2009 is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.  </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8. </nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op artikel 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. D. Visser, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. J. Snitker en L. Daum, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij<?linebreak?>op of omstreeks 07 oktober 2018 te Rotterdam<?linebreak?>- een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1<?linebreak?> van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,<?linebreak?> te weten een pistool, van het merk Glock, type 30, kaliber .45<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1<?linebreak?> van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten<?linebreak?>  een revolver, van het merk Zastava, type .357 Magnum<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- munitie in de zin van artikel 1, onder 4, gelet op artikel 2, lid 2 van<?linebreak?> categorie III van de Wet wapens en munitie,<?linebreak?> te weten een of meer kogelpatronen<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- een onderdeel/hulpstuk van een vuurwapen in de zin van artikel 1<?linebreak?>onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 van categorie III onder 1 van de Wet wapens en<?linebreak?> munitie, te weten een patroonhouder welke van wezenlijke aard is en<?linebreak?> specifiek bestemd is voor een pistool van het merk Glock (alle<?linebreak?>modellen), kaliber 9 MM X 19, <?linebreak?>voorhanden heeft gehad;</para>
      <para>
        <?linebreak?>(art. 26 jo 55 Wet wapens en munitie)</para>
      <para>
        <?linebreak?>( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>