<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:10851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-07T15:47:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/567714 / FA RK 19-1123 (beroep tegen oplegging huisverbod) /   C/10/572621 / FA RK 19-3522 (beroep tegen verlenging huisverbod)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10851">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-07T15:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:10851 Rechtbank Rotterdam , 22-07-2019 / C/10/567714 / FA RK 19-1123 (beroep tegen oplegging huisverbod) /   C/10/572621 / FA RK 19-3522 (beroep tegen verlenging huisverbod)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:10851:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wet Tijdelijk Huisverbod. Beroepen tegen oplegging en verlenging huisverbod ongegrond. Eiser heeft een eigen onderneming. Het huisverbod heeft ernstig stigmatiserend gewerkt in de kleine gemeente waarin hij leeft. Hij heeft daar behoorlijk last van. Eiser heeft hiermee een rechtens te beschermen belang bij zijn beroep.</para>
        <para>Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1408), strekt het huisverbod blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wth ertoe in de gegeven noodsituatie escalatie te voorkomen en hulp te bieden. Het huisverbod moet worden gezien als een bestuurlijke maatregel, die ook kan worden ingezet wanneer zich geen strafbare feiten hebben voorgedaan, maar situaties zijn ontstaan waarbij acute en dringende behoefte bestaat aan het creëren van een afkoelingsperiode om escalatie te voorkomen (Kamerstukken II 2005/06, 30 657, nr. 3, blz. 2). Het is daarom niet vereist dat wordt vastgesteld of aannemelijk is dat strafbare feiten zijn gepleegd. Dat niet duidelijk is of en in hoeverre fysiek geweld tussen de huisgenoten heeft plaatsgevonden en van wie van hen het gevaar uitging, maakt op zichzelf genomen niet dat verweerder niet bevoegd was een tijdelijk huisverbod op te leggen.</para>
        <para>Er bestond een dringende behoefte aan het creëren van een afkoelingsperiode en om escalatie te voorkomen. Zowel eiser als de vriendin hebben erkend dat zich tussen hen spanningen, ruzies en geweld voordeden. Voorts waren daarbij de kinderen betrokken. Omdat niet duidelijk was van wie het gevaar uitging, het in het belang van de kinderen was om in de woning te blijven en de vriendin de hoofdverzorgster van de kinderen was, heeft verweerder in redelijkheid kunnen besluiten het huisverbod aan eiser op te leggen.</para>
        <para>Op het moment dat het huisverbod werd verlengd had nog geen gesprek plaatsgevonden tussen eiser en zijn partner, waardoor de situatie nog bestond.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:10851:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reg.nr.: C/10/567714 / FA RK 19-1123 (beroep tegen oplegging huisverbod)</para>
      <para> 	C/10/572621 / FA RK 19-3522 (beroep tegen verlenging huisverbod)</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2019 in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gemachtigde mr. E.B. van den Ouden, advocaat te Oude-Tonge,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Goeree-Overflakkee, verweerder,</bridgehead>
    <para>zetelende te Middelharnis,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in welke zaken belanghebbenden zijn:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [vriendin eiser] , vriendin van eiser,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarig stiefkind] , geboren op [geboortedatum minderjarig stiefkind] 2010 en</bridgehead>
    <parablock>
      <para>minderjarig stiefkind, en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum minderjarige] 2015,</para>
      <para>minderjarig kind,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Ontstaan en loop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 januari 2019 (besluit I) heeft verweerder een huisverbod opgelegd aan eiser. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 4 februari 2019 (besluit II) heeft verweerder het huisverbod verlengd tot </para>
      <para>24 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 5 februari 2019 heeft eiser beroep ingesteld tegen besluit I.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 14 februari 2019 heeft eiser beroep ingesteld tegen besluit II.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van eiser is een brief met bijlagen ingekomen van 8 april 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2019. Verschenen zijn eiser en zijn gemachtigde en verweerder, vertegenwoordigd door [naam persoon 1] en [naam persoon 2] . </para>
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser woonde samen met zijn vriendin en twee minderjarige kinderen, geboren </para>
    <para>
      [geboortedatum minderjarig stiefkind] 2010 en [geboortedatum minderjarige] 2015, in de woning [adres] te [woonplaats] . Op 27 januari 2019 heeft er een incident tussen eiser en zijn vriendin plaatsgevonden. Vervolgens heeft verweerder aan eiser een huisverbod voor de duur van tien dagen opgelegd en dit verlengd tot 24 februari 2019.. </para>
    <para />
    <para>2. Nu ten tijde van de behandeling van de door eiser ingediende beroepen de geldigheidsduur van het huisverbod en van de verlenging daarvan reeds waren verstreken, dient te worden beoordeeld of eiser een rechtens te beschermen belang heeft bij de onderhavige procedure.<?linebreak?></para>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser stelt dat hij nog steeds belang heeft bij een beslissing van de rechtbank, omdat hij van mening is dat hij niet op de juiste wijze behandeld is. Hij heeft een eigen onderneming. Het huisverbod heeft ernstig stigmatiserend gewerkt in de kleine gemeente waarin hij leeft. Hij heeft daar behoorlijk last van. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat eiser een rechtens te beschermen belang heeft bij zijn beroep. Hij kan daarin worden ontvangen.<?linebreak?></para>
        <para>3.	Op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan een persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eiser voert aan dat het huisverbod ten onrechte aan hem is opgelegd. Hij ontkent dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan huiselijk geweld. De vriendin van eiser heeft op de bewuste avond in januari eiser geslagen en vervolgens zichzelf op de armen geslagen. Volgens de man heeft zijn vriendin alles in scene gezet om hem uit huis te krijgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft een drietal risico-taxatie instrument huiselijk geweld (RiHG) en een rapport van de situatie ter plaatse aan het huisverbod ten grondslag gelegd. In het rapport staat dat de vriendin van eiser aangaf dat er die avond ruzie was. Dit zou volgens haar vaker gebeuren. De ruzie liep hoog op, zij is geslagen en door eiser op de grond gegooid. Eiser was hierop de slaapkamer van het oudste kind ingegaan en begon tegen hem te schelden. Hij had een snijbeweging langs zijn keel gemaakt tegenover de jongen. Beide kinderen waren bij de komst van politie erg overstuur en enorm onder de indruk. </para>
        <para>In het RiHG, ingevuld door de medewerker van het Centrum voor Dienstverlening (CVD-medewerker) staat onder meer dat eiser heeft verklaard dat de woordenwisseling uit de hand liep, zijn vriendin hem toen een klap op het hoofd heeft gegeven en hij haar toen heeft weggeduwd waardoor bij de vriendin een blauwe plek op haar arm zou zijn ontstaan. Vervolgens was de oudste zoon naar beneden gekomen en had de vriendin tegen de jongen geschreeuwd. Volgens eiser had zijn vriendin die middag drie á vier flessen wijn gedronken. De CVD-medewerker heeft geadviseerd een huisverbod op te leggen en daarbij onder meer opgemerkt dat volgens de politie de vriendin letsel had aan haar arm en ook een blauwe plek op haar borstbeen en dat een alcoholtest had aangegeven dat de vriendin geen alcohol had gedronken.  </para>
        <para>In bestreden besluit I, waarbij het huisverbod is opgelegd, is overwogen dat de vriendin van eiser heeft aangegeven dat het niet de eerste keer is geweest dat zij klappen heeft gehad. Het is van belang om het geweld binnen de relatie te doen stoppen. Het is van belang dat de hulpverlening zijn werk kan doen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1408), strekt het huisverbod blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wth ertoe in de gegeven noodsituatie escalatie te voorkomen en hulp te bieden. Het huisverbod moet worden gezien als een bestuurlijke maatregel, die ook kan worden ingezet wanneer zich geen strafbare feiten hebben voorgedaan, maar situaties zijn ontstaan waarbij acute en dringende behoefte bestaat aan het creëren van een afkoelings-periode om escalatie te voorkomen (Kamerstukken II 2005/06, 30 657, nr. 3, blz. 2). Het is daarom niet vereist dat wordt vastgesteld of aannemelijk is dat strafbare feiten zijn gepleegd. Dat niet duidelijk is of en in hoeverre fysiek geweld tussen de huisgenoten heeft plaatsgevonden en van wie van hen het gevaar uitging, maakt op zichzelf genomen niet dat verweerder niet bevoegd was een tijdelijk huisverbod op te leggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op de onder 3.2 weergegeven feiten en omstandigheden heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat een dringende behoefte bestond aan het creëren van een afkoelingsperiode en om escalatie te voorkomen. Zowel eiser als de vriendin hebben erkend dat zich tussen hen spanningen, ruzies en geweld voordeden. Voorts volgt uit de verklaringen dat de kinderen daarbij waren betrokken. Verweerder was dan ook bevoegd een tijdelijk huisverbod op te leggen. Omdat niet duidelijk was van wie het gevaar uitging, het in het belang van de kinderen was om in de woning te blijven en de vriendin de hoofdverzorgster van de kinderen was, heeft verweerder in redelijkheid kunnen besluiten het huisverbod aan eiser op te leggen. Het betoog slaagt niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	Eiser betoogt voorts dat verweerder het huisverbod ten onrechte heeft verlengd. De vriendin weigerde om met eiser in gesprek te gaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Gebleken is dat eiser bereid was tot het voeren van een partnergesprek. Op het moment dat het huisverbod werd verlengd had echter nog geen gesprek plaatsgevonden tussen eiser en zijn partner, waardoor voornoemde situatie nog bestond. Verweerder heeft de belangen van achterblijvers, te weten de veiligheid van achterblijvers en het creëren van een rustperiode waarbij de moeder als hoofdverzorgster met de kinderen in de woning kon blijven, in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van eiser bij terugkeer in de woning. Het betoog slaagt niet. </para>
      <para />
      <para>5. De beroepen zijn ongegrond. </para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Aldus gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, en door deze en P. Landman, griffier, ondertekend.</para>
              <para />
              <para>De griffier:                                                                          De rechter:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>