<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:10834</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-27T16:20:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/996567-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10834">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10834</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-27T16:19:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:10834 Rechtbank Rotterdam , 10-07-2019 / 10/996567-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:10834:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling gewoontewitwassen; gevangenisstraf 15 maanden. De verdachte heeft gedurende een periode van bijna 4 jaar een gewoonte gemaakt van het witwassen van een grote hoeveelheid bitcoins en contante geldbedragen van in totaal € 672.173,00. Deze bitcoins en geldbedragen heeft de verdachte verkregen met de handel in verdovende middelen via het zogenoemde Darkweb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:10834:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/996567-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 10 juli 2019</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] (Bondsrepubliek Duitsland), </para>
      <para>raadsman mr. R. Jonkers, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2019.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M. van der Zwan heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het tenlastegelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft verklaard dat hij een deel van de geldbedragen die hij in de tenlastegelegde periode contant had opgenomen van zijn bankrekeningen later weer op die rekeningen  heeft teruggestort. Voor zover de verdachte hiermee heeft bedoeld te betogen dat door deze handelwijze een dubbeltelling is ontstaan bij de berekening van het tenlastegelegde witwasbedrag en dit bedrag dus lager uit zou moeten vallen, wordt dit verweer verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd over de herkomst van de contante geldstortingen op zijn bankrekeningen en heeft daarbij niet concreet verklaard in hoeverre er sprake zou zijn van een eventuele dubbeltelling in de opgenomen en gestorte geldbedragen. Nu ook overigens in het dossier aanknopingspunten ontbreken die de verklaring van de verdachte op dit punt ondersteunen, acht de rechtbank niet aannemelijk dat de door verdachte gestorte geldbedragen dezelfde bedragen betreffen die hij eerder van zijn bankrekening(en) had opgenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van 4 september 2013 tot en met 4 augustus 2017 schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. Het bewezenverklaarde witwasbedrag is lager dan tenlastegelegd, omdat twee geldstortingen die voor 4 september 2013 zijn gedaan, bij de berekening van de hoogte van het witwasbedrag buiten beschouwing zijn gelaten.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van <emphasis role="italic">4 september</emphasis> 2013 tot en met 4 augustus 2017,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>te Slochteren, in elk geval in Nederland, en in Duitsland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>a)</para>
      <para>(telkens) van voorwerpen, te weten een (grote) hoeveelheid</para>
      <para>bitcoins en contante geldbedragen, in totaal  <emphasis role="italic">672.173,00</emphasis> euro, </para>
      <para>de herkomst heeft verhuld, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
      <para>b)</para>
      <para>voorhanden heeft gehad en/ofheeft omgezet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij wist dat bovenomschreven</para>
      <para>goederen en geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig</para>
      <para>waren uit enig misdrijf,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, van het plegen van dat feit een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      <para>Kennelijke verschrijvingen in de tenlastelegging zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">gewoontewitwassen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7. </nr>Motivering straffen</title>
    <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het  feit is  begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gewoontewitwassen van een grote hoeveelheid bitcoins en contante geldbedragen van in totaal € 672.173,00. Deze bitcoins en geldbedragen heeft de verdachte verkregen met de handel in verdovende middelen via het zogenoemde Darkweb. Witwassen is een ernstig feit dat de integriteit van het financiële handelsverkeer schaadt alsmede het vertrouwen dat daarin moet kunnen worden gesteld. De verdachte heeft door zijn handelwijze de opbrengsten uit misdrijf aan het zicht van justitie onttrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 april 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd op </para>
      <para>8 april 2019. De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van dit rapport.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de ernst van het feit is het opleggen van een gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank heeft echter eveneens rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte zijn leven op de rit lijkt te hebben; hij heeft werk en een woning en is gemotiveerd om aan zijn toekomst te werken. Daarnaast heeft de verdachte tot op zekere hoogte openheid van zaken gegeven en daarmee verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Daarom zal in het voordeel van de verdachte worden afgeweken van de eis van de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hierna te bespreken verbeurdverklaring, passend en geboden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8. </nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd het op de bankrekening van de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 940,56 verbeurd te verklaren.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht om  teruggave van het in beslag genomen geldbedrag. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Het op de bankrekening van de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 940,56 zal worden verbeurd verklaard. Het geld behoort aan de verdachte toe en is geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit verkregen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 33, 33a, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10. </nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden; </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:<?linebreak?>- verklaart het bedrag van € 940,56 op rekeningnummer [bankrekeningnummer] t.n.v. [naam verdachte] verbeurd als bijkomende straf voor het bewezenverklaarde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.J. van den Berg, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. C.E. Bos en S.E.C. Debets, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. B.A.M. Elst, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2019.</para>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 24 april 2013 tot en met 4 augustus 2017,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>te Slochteren, in elk geval in Nederland, en/of Weener, in elk geval in</para>
      <para>Duitsland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meermalen, althans eenmaal,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>a)</para>
      <para>(telkens) van één of meerdere voorwerpen, te weten een (grote) hoeveelheid</para>
      <para>bitcoins en/of een (grote) hoeveelheid chart(a)l(e) en/of gira(a)l(e) en/of</para>
      <para>contant(e) (grote) geldbedrag(en), in totaal 672.373,00 euro, althans enig(e)</para>
      <para>geldbedrag(en),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de</para>
      <para>verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of</para>
      <para>verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft</para>
      <para>verborgen en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat</para>
      <para>bovenomschreven voorwerp (en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig</para>
      <para>was/waren uit enig misdrijf,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, van het plegen van dat feit een gewoonte heeft gemaakt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>b)</para>
      <para>(telkens) van één of meerdere voorwerpen, te weten een (grote) hoeveelheid</para>
      <para>bitcoins en/of een (grote) hoeveelheid chart(a)l(e) en/of gira(a)l(e) en/of</para>
      <para>contant(e) (grote) geldbedrag(en) in totaal 672.373,00 euro, althans enig(e)</para>
      <para>geldbedrag(en),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of</para>
      <para>heeft omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en), te weten</para>
      <para>vorengenoemd(e) goed(eren) en/of</para>
      <para>geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven</para>
      <para>goed(eren) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig</para>
      <para>was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, van het plegen van dat feit een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>