<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2019:10546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-21T11:36:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/540765 / HA ZA 17-1168</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10546">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2019:10546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-21T11:35:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2019:10546 Rechtbank Rotterdam , 24-12-2019 / C/10/540765 / HA ZA 17-1168</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2019:10546:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussentijds verzoek openstellen hoger beroep van vonnis waarin, onder meer, deskundigenonderzoek is bevolen. Wederpartij verzet zich niet tegen het verzoek. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2019:10546:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="09b9b7e5-2e79-432b-86c3-3a1615aaf09d" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3afd007d-d0c4-4d78-8752-fb6197927d22" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/540765 / HA ZA 17-1168</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 24 december 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. N. Vloemans te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de commanditaire vennootschap <emphasis role="bold">AON NEDERLAND C.V.</emphasis>, mede handelend onder de naam [handelsnaam] ,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M.M. van Asch te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. B.M. Breedijk te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser zal hierna [naam eiser] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna AON respectievelijk HDI genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:</para>
    <para>- het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 28 augustus 2019 (hierna: het tussenvonnis);</para>
    <para>Bij brief d.d. 25 oktober 2019, zijdens AON;</para>
    <para>- de brief d.d. 18 november 2019, zijdens [naam eiser] ;</para>
    <para>- de brief d.d. 20 november 2019, zijdens HDI. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>AON verzoekt de rechtbank om tussentijds hoger beroep in te stellen van het tussenvonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [naam eiser] en HDI verzetten zich niet tegen de inwilliging van het verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 337 lid 2 Wetboek van Burgerlijke recht (Rv) kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechtbank anders heeft bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van  haar verzoek tussentijds beroep open te stellen voert AON het volgende aan. </para>
        <para>In het tussenvonnis zijn op verschillende geschilpunten - in het bijzonder ten aanzien van de melding en de zorgplicht - eindbeslissingen genomen waarmee AON zich niet kan verenigen.</para>
        <para>De in het tussenvonnis vervatte opdracht tot het nemen van een akte over de modaliteiten van een deskundigenonderzoek, de kosten van een dergelijke akte, de kosten van een deskundige en het feit dat AON hoger beroep onvermijdelijk acht gezien de in het tussenvonnis vervatte rechtsoordelen, brengen mee dat tussentijds hoger beroep de route is die de meeste kans biedt op een efficiënt verloop van de procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [naam eiser] en HDI hebben geen bezwaar tegen de inwilliging van het verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Uitgangspunt bij de beoordeling van dit verzoek is dat bij het toestaan van hoger beroep een grote mate van terughoudendheid dient te worden betracht en dat de beslissing daartoe afhankelijk is van de vraag of in het voorliggende geval sprake is van bijzondere omstandigheden die afwijking van de in artikel 337 lid Rv neergelegde hoofdregel doelmatig maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Nu het na de te nemen akte volgende stadium in de procedure - het inwinnen van een deskundigenbericht - aanzienlijke investeringen in tijd en geld meebrengt en zowel eiser als medegedaagde geen bezwaar hebben tegen inwilliging van het verzoek aan de rechtbank, zijn deze omstandigheden uit proceseconomische overwegingen voldoende zwaarwegend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek van AON derhalve toewijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst toe het verzoek van AON om tussentijds hoger beroep in te stellen van het tussenvonnis van 28 augustus 2019.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
        <para>2111/106</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier:						rechter:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>