<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:9765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-28T08:44:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">563027 / HA RK 18-1412</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9765">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-28T08:42:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:9765 Rechtbank Rotterdam , 26-11-2018 / 563027 / HA RK 18-1412</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:9765:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de bodemzaak niet in behandeling wordt genomen. Het wrakingsverzoek is ingediend na de uitspraak van de rechters, die een eindbeslissing inhield waarmee de behandeling van de zaak door de rechters is geëindigd. Verzoeker maakt oneigenlijk gebruik en daarmee misbruik van het wrakingsinstrument (deze uitspraak volgt op ECLI:NL:RBROT:2018:9408 en ECLI:NL:RBROT:2018:9764).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:9765:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 563027 / HA RK 18-1412</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 26 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. A.A. Kalk</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. W.P.M. Jurgens</emphasis> en <emphasis role="bold">mr. A. Eerdhuijzen</emphasis>, rechters in de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De meervoudige kamer voor wrakingszaken in deze rechtbank, van welke kamer de rechters deel uitmaken, heeft op 21 november 2018 uitspraak gedaan ten aanzien van het verzoek van verzoeker tot wraking van rechters mr. P.C. Santema, mr. J.F. Koekebakker en mr. drs. J. van den Bos. Die procedure draagt als kenmerk 562609 / HA RK 18-1379.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 22 november 2018 heeft verzoeker wraking van de rechters verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven wrakingsprocedure, waarin zich onder meer bevindt de beslissing van 21 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer is ambtshalve bekend met haar beslissingen van 15 november 2018 en 21 november 2018 ten aanzien van door verzoeker ingediende wrakingsverzoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1</emphasis>
      </para>
      <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 8:15 Awb kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de uitspraak van 21 november 2018 hebben de rechters in de hiervoor omschreven wrakingsprocedure een beslissing gegeven. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechters is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.3</emphasis>
      </para>
      <para>Het wrakingsverzoek is op 22 november 2018 en derhalve na de uitspraak van voormelde beslissing ingediend. </para>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat de rechters de zaak niet meer behandelden op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.4</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoeker is eiser in de bij deze rechtbank in behandeling zijnde bestuursrechtelijke procedure met kenmerk ROT 18 / 2350.</para>
      <para>In die procedure heeft hij ter zitting van 26 oktober 2018 de behandelend rechter gewraakt. In dat wrakingsverzoek is verzoeker door de (eerste) wrakingskamer bij beslissing van 15 november 2018 niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is daarbij het verzoek van verzoeker tot wraking van de rechters van die wrakingskamer buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.</para>
      <para>Aansluitend heeft verzoeker op 15 november 2018 de rechters van de (eerste) wrakingskamer andermaal gewraakt. Bij beslissing van de (tweede) wrakingkamer van 21 november 2018 is laatstgenoemd verzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.</para>
      <para>Thans wordt – zoals hiervoor reeds is overwogen – ook het verzoek van verzoeker tot wraking van de rechters van de (tweede) wrakingskamer afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.</para>
      <para>Het voorafgaande overziende brengt de wrakingskamer tot de conclusie dat verzoeker oneigenlijk gebruik en daarmee misbruik maakt van het wrakingsinstrument. Op deze grond zal de wrakingskamer met toepassing van artikel 8:18, vierde lid, Awb bepalen dat verdere verzoeken tot wraking in de procedure met kenmerk ROT 18 / 2350 niet meer in behandeling worden genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst af het verzoek tot wraking van mr. A.A. Kalk, mr. W.P.M. Jurgens en              mr. A. Eerdhuijzen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de procedure met kenmerk ROT 18 / 2350 niet in behandeling wordt genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.P. Hameete, voorzitter, mr. G.A.F.M. Wouters en </para>
      <para>mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2018 in tegenwoordigheid van Faaij, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- verzoeker</para>
    <para>- mr. A.A. Kalk</para>
    <para>- mr. W.P.M. Jurgens</para>
    <para>- mr. A. Eerdhuijzen</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>