<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:9711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T14:04:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6973977</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2018-1423</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2019-0015</rdf:li>
          <rdf:li>JA 2019/33</rdf:li>
          <rdf:li>Jurisprudentie HSE 2018/18</rdf:li>
          <rdf:li>Jurisprudentie HSE 2019/18</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2018-1423</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9711">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-03T10:58:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:9711 Rechtbank Rotterdam , 27-11-2018 / 6973977</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:9711:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deelgeschil. De vraag of werkgever aansprakelijk is voor dood werknemer leent zich niet voor behandeling in deelgeschil.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:9711:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 6973977 VZ VERZ 18-13073</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 27 november 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker 1] </emphasis>en<emphasis role="bold"> [naam verzoeker 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te respectievelijk [woonplaats verzoeker 1] ( [land verzoeker 1] ) en [woonplaats verzoeker 2] ( [land verzoeker 2] ),</para>
      <para>verzoekers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.G.D. Hoek te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verweerder 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats verweerder 1] ,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verweerder 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te [vestigingsplaats verweerder 2] ,</para>
    </parablock>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 3]</emphasis>,</para>
    <para>4.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 4]</emphasis>,</para>
    <para>5.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 5]</emphasis>,</para>
    <para>6.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 6]</emphasis>,</para>
    <para>7.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 7]</emphasis>,</para>
    <para>8.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 8]</emphasis>,</para>
    <para>9.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 9]</emphasis>,</para>
    <para>10.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 10]</emphasis>,</para>
    <para>11.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 11]</emphasis>,</para>
    <para>12.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 12]</emphasis>,</para>
    <para>13.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 13]</emphasis>,</para>
    <para>14.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 14]</emphasis>,</para>
    <para>15.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 15]</emphasis>,</para>
    <para>16.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 16]</emphasis>,</para>
    <para>17.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 17]</emphasis>,</para>
    <para>18.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 18]</emphasis>,</para>
    <para>19.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 19]</emphasis>,</para>
    <para>20.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 20]</emphasis>,</para>
    <para>21.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 21]</emphasis>,</para>
    <para>22.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 22]</emphasis>,</para>
    <para>23.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 23]</emphasis>,</para>
    <para>24.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 24]</emphasis>,</para>
    <para>25.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 25]</emphasis>,</para>
    <para>26.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 26]</emphasis>,</para>
    <para>27.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 27]</emphasis>,</para>
    <para>28.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 28]</emphasis>,</para>
    <para>29.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 29]</emphasis>,</para>
    <para>30.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 30]</emphasis>,</para>
    <para>31.	<emphasis role="bold">[naam verweerder 31]</emphasis>,</para>
    <para>	allen woonplaats kiezende te [woonplaats verweerders] ,</para>
    <para />
    <para>32. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verweerder 32]
        </emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te [vestigingsplaats verweerder 32] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">33 [naam verweerder 33] ,</bridgehead>
    <para>	gevestigd te [vestigingsplaats verweerder 33] ,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verweerders,</para>
      <para>	gemachtigde: mr. T.C. Wiersma te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerder] ’ genoemd, telkens in enkelvoud. Als het nodig is een van de andere verzoekers of verweerders bij naam te noemen blijkt dit uit te tekst.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>•	het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 juni 2018;</para>
      <para>•	de brieven met aanvullende bijlagen van [verzoeker] van 13 juli 2018, </para>
      <para>24 oktober 2018 en 30 oktober 2018;</para>
      <para>•	het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 20 juli 2018;</para>
      <para>•	de brief met een aanvullende bijlage van [verweerder] van 31 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling vond plaats op 1 november 2018. Namens [verzoeker] is verschenen haar gemachtigde mr. H.G.D. Hoek. Namens de verweerders is hun gemachtigde mr. T.C. Wiersma verschenen, met de heer [naam 1] (hoofd bemanningszaken) en mevrouw [naam 2] (juridische afdeling) (beiden van [naam verweerder 1] ) en de heer [naam 3] van [naam verweerder 33] . De beide gemachtigden hebben een pleitnota ingediend en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder besproken is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van [verzoeker] heeft na de mondelinge behandeling nog een akte met een bijlage ingediend. De gemachtigde van [verweerder] heeft hierop op 14 november 2018 gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para>Er wordt uitgegaan van de volgende feiten:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [naam verzoeker 1] (verzoeker 1) en [naam verzoeker 2] (verzoeker 2) zijn respectievelijk de weduwe en de zoon van [naam overleden werknemer] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [naam overleden werknemer] , die werkzaam was al hoofdwerktuigkundige, is op of omstreeks 4 juni 2017 aan boord van de ‘ [naam schip] ’ (dat zich toen in Braziliaanse wateren bevond) overleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [verzoeker] vraagt voor recht te verklaren dat [verweerder] als zee-werkgever van wijlen [naam overleden werknemer] , aansprakelijk is voor de schade die zij lijdt als gevolg van de dood van [naam overleden werknemer] , met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [verweerder] voert verweer tegen het verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op waarmee [verzoeker] en [verweerder] het verzoek en het verweer daartegen (verder) onderbouwen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Dit is een deelgeschilprocedure. In een dergelijke procedure moet de rechter zich afvragen of de verzochte beslissing zodanig bijdraagt aan de mogelijke totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst dat dit opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure. Het verzoek wordt afgewezen als het antwoord op deze vraag nee is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Een werkgever is aansprakelijk voor de schade die een werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij die werkgever aantoont aan zijn zorgplicht voldaan te hebben, aldus artikel 7:658 BW. Partijen noemen dit artikel weliswaar niet in hun stukken maar aan de hand van het genoemde artikel moet deze zaak beoordeeld worden. In deze beschikking wordt er (slechts voor de leesbaarheid) van uitgegaan dat [verweerder] de werkgever van [naam overleden werknemer] is. Of dit daadwerkelijk zo is (partijen twisten over de vraag of dit zo is) hoeft op dit moment niet beoordeeld te worden. Ook al zou [verweerder] (of een of meerdere van de andere verweerders) namelijk de werkgever van [naam overleden werknemer] zijn, kan gelet op wat hierna volgt namelijk niet voor recht verklaard worden dat zij aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] lijdt door het overlijden van [naam overleden werknemer] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Voor aansprakelijkheid van [verweerder] op grond van artikel 7:658 BW moet voldaan zijn aan twee voorwaarden, namelijk (1) [naam overleden werknemer] moet zijn overleden tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden en (2) [verweerder] moet haar zorgplicht geschonden hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        [naam overleden werknemer] is op 4 juni 2017 dood aangetroffen in zijn hut op de ‘ [naam schip] ’. [verweerder] is aanvankelijk uitgegaan van een natuurlijke dood (hartfalen). Uit een autopsierapport van de Braziliaanse autoriteiten zou echter afgeleid kunnen worden dat [naam overleden werknemer] door verwurging om het leven is gekomen. Een Nederlands forensisch-patholoog zet echter enkele vraagtekens bij de conclusies in het Braziliaanse rapport. Een en ander kan van belang zijn in verband met de vraag of [naam overleden werknemer] in de uitoefening van zijn werkzaamheden is overleden. Op dit vraagstuk kan nu nog niet vooruit worden gelopen. Daarnaast speelt nog de vraag wie als de werkgever moet worden beschouwd, zoals hierboven onder 4.2 al genoemd. De doodsoorzaak van [naam overleden werknemer] staat daarom (nog) niet vast. Voor het vaststellen van de doodsoorzaak is nader onderzoek nodig, dan wel de benoeming van een deskundige die op basis van wat er op dit moment aan informatie voorhanden is, een oordeel kan geven over wat in zijn ogen de doodsoorzaak is. Het vergaren van aanvullende informatie of een onderzoek door een deskundige kost echter tijd en geld. Een deelgeschil leent zich daar niet voor. Een deelgeschil is immers bedoeld als middel om op korte termijn over een bepaalde kwestie een knoop door te hakken waarna partijen in de gelegenheid zijn hun onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst te hervatten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Het punt van de tijd en het geld betreft ook de onder 4.3 genoemde tweede voorwaarde voor aansprakelijkheid van [verweerder] , namelijk de vraag of [verweerder] wat de dood van [naam overleden werknemer] betreft haar zorgplicht geschonden heeft. Ook als immers aangenomen zou worden dat [naam overleden werknemer] een niet-natuurlijke dood gestorven is, concreter: als een mede-bemanningslid of een derde [naam overleden werknemer] gewurgd heeft, is het nog maar de vraag of dit zich heeft voorgedaan omdat [verweerder] haar zorgplicht geschonden heeft. [verzoeker] stelt dat er spanningen zouden zijn geweest tussen [naam overleden werknemer] en zijn mede-bemanningsleden, spanningen waarover [naam overleden werknemer] , naar [verzoeker] stelt, de kapitein geïnformeerd moet hebben. [verzoeker] suggereert hiermee dat [verweerder] wist van spanningen, dat zij haar ogen daarvoor gesloten heeft en dat zij zo een situatie heeft laten ontstaan waarbinnen [naam overleden werknemer] door een mede-bemanningslid gewurgd kon worden. Dit zijn echter vooralsnog slechts aannamen van [verzoeker] . Om vast te kunnen stellen wat er is gebeurd zullen bijvoorbeeld getuigen gehoord moeten worden (dus nog los van de vraag wat nu de doodsoorzaak van [naam overleden werknemer] is), maar voor het horen van getuigen leent een deelgeschil zich niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Het kost veel tijd en geld om een antwoord te kunnen geven op de door [verzoeker] in deze zaak voorgelegde vraag. Deze wegen niet op tegen de bijdrage die een beslissing kan geven aan het totstandkomen van een vaststellingsovereenkomst. Ook als het verzoek van [verzoeker] immers na uitgebreid onderzoek toegewezen zou worden, speelt nog de kwestie wie nu eigenlijk de werkgever van [naam overleden werknemer] is, waarbij komt dat [verzoeker] geen enkele indicatie geeft van de schade die zij lijdt door het overlijden van [naam overleden werknemer] . Ook daarover zullen de onderhandelingen dus nog moeten beginnen. De conclusie moet kortom zijn dat het verzoek van [verzoeker] zich niet leent voor behandeling in een deelgeschil. Het verzoek van [verzoeker] wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Ook als het verzoek afgewezen wordt, moet de rechter de kosten van de procedure aan de kant van [verzoeker] begroten. Dit is alleen anders als de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Daarvan is in dit geval sprake. De gemachtigde van [verzoeker] moet ervan op de hoogte zijn dat een geschil zich alleen voor behandeling in een deel-geschilprocedure leent als dit geschil door de rechter op korte termijn, zonder dat dit veel tijd en geld hoeft te kosten, beslecht kan worden. Daarvan is bij het door [verzoeker] voorgelegde geschil in het geheel geen sprake. De doodsoorzaak van [naam overleden werknemer] is niet duidelijk en als deze doodsoorzaak al is zoals [verzoeker] stelt, staan de omstandigheden waaronder [naam overleden werknemer] overleden is geenszins vast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Voor de door [verweerder] gevraagde veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure is in een deelgeschilprocedure geen plaats.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>686</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>