<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:9600</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T17:24:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/994500-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JM 2019/8 met annotatie van Pieters, S.</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9600">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9600</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-23T15:03:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:9600 Rechtbank Rotterdam , 23-11-2018 / 10/994500-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:9600:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor het afsteken van zwaar illegaal vuurwerk (mortierbommen) en het in bezit hebben van een grote hoeveelheid zwaar illegaal (zelfgemaakt) vuurwerk. GS 18 maanden waarvan 9 voorwaardelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:9600:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/994500-18</para>
      <para>Datum uitspraak: 23 november 2018</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsvrouw mr. J.V. van Blitterswijk, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 november 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte geen vuurwerk in bezit zal hebben en/of zal afsteken, met een proeftijd van 3 jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dadelijke uitvoerbaarheid van voornoemde bijzondere voorwaarde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>hij op 1 januari 2018 te Spijkenisse, nabij de Kikkerveen, tezamen en in vereniging met een ander, als degene die anders dan beroepshalve vuurwerk tot ontbranding heeft gebracht, opzettelijk handelingen heeft verricht waarvan hij en zijn mededader wisten dat </para>
        <para>daardoor gevaren konden optreden voor mens en milieu, aangezien hij tezamen met zijn mededader, meerdere mortierbommen (shells) tot ontbranding heeft gebracht vanuit een mortierstellage die niet aan de veiligheidseisen voldeed en vanuit een mortierstellage die was geplaatst in een steeg in de directe nabijheid van woningen, terwijl meerdere personen zich tijdens dat tot ontbranding brengen op enkele meters van die mortierstellage bevonden;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>hij op 31 december 2017 en 1 januari 2018 te Spijkenisse, in </para>
        <para>een woning gelegen aan de Ottersveen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten  mortierbommen (shells), heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>hij op 31 december 2017 te Spijkenisse, opzettelijk, vuurpijlen, buiten een daartoe bestemde inrichting heeft vervaardigd en heeft bewerkt; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.</para>
        <para>hij op 31 december 2017 te Spijkenisse, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten meerdere stuks zelfgemaakte vuurpijlen, voorhanden heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1 primair. medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1, eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1, eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">3. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1, eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">4. overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1, eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft tijdens de jaarwisseling samen met zijn zwager zwaar illegaal vuurwerk afgestoken. Zij hebben, zonder voldoende veiligheidsmaatregelen te hebben genomen en zonder te beschikken over de daarvoor benodigde deskundigheid, met een zelfgebouwde mortierstellage mortierbommen afgeschoten. ’Het afschieten vond plaats op de openbare weg, nota bene midden in een woonwijk, in het bijzijn van verschillende omstanders, onder wie ook jonge kinderen. Door zo te handelen heeft de verdachte onaanvaardbare veiligheidsrisico’s genomen. Uit zijn eigen verklaring blijkt dat dit geen incident was maar dat verdachte, samen met de medeverdachte, in de afgelopen jaren al eerder illegaal zwaar vuurwerk heeft afgestoken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft een grote passie voor vuurwerk, hetgeen heeft geleid tot het in bezit hebben van een enorme hoeveelheid gevaarlijk professioneel vuurwerk (247 mortierbommen) en het vervaardigen van zelfgemaakte vuurpijlen. De mortierbommen waren opgeslagen in de woning van de verdachte. De verdachte heeft, gezien de reële kans op ontploffingsgevaar, met het opslaan van het vuurwerk in een woning midden in een woonwijk zijn buren alsmede hun woningen en andere goederen in gevaar gebracht. De verdachte heeft hiervoor geen oog gehad en heeft zich enkel laten leiden door zijn passie voor vuurwerk. De rechtbank rekent dit alles de verdachte ernstig aan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gezien de ernst de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten. Hiervoor bestaat evenwel, gelet op de aangetroffen hoeveelheid zwaar illegaal vuurwerk en het zeer gevaarzettende handelen van de verdachte, geen aanleiding. De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte nog niet eerder is veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal - conform de vordering van de officier van justitie - een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank ziet, gelet op de passie van de verdachte voor (het afsteken) van vuurwerk, aanleiding om als bijzondere voorwaarde op te leggen dat de verdachte gedurende de proeftijd geen vuurwerk in bezit mag hebben of afsteken. De rechtbank zal, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, deze bijzondere voorwaarde niet dadelijk uitvoerbaar verklaren. De rechtbank overweegt daartoe dat de wettelijke bepalingen omtrent de dadelijke uitvoerbaarheid niet voorzien niet in de mogelijkheid om voor de onderhavige bewezenverklaarde feiten bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en de artikelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.7 van het Vuurwerkbesluit.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 9 (negen) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 3 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde:</para>
    </parablock>
    <para>- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als bijzondere voorwaarde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de veroordeelde zal geen vuurwerk in bezit hebben en/of afsteken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E. Rabbie, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. C.H. van Breevoort-de Bruin en L. Amperse, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Witteman, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>Primair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2017 en/of 1 januari 2018 te Spijkenisse, op/nabij de Kikkerveen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, als degene die anders dan beroepshalve vuurwerk tot ontbranding heeft gebracht, opzettelijk handelingen heeft verricht en/of heeft nagelaten waarvan hij en/of </para>
      <para>zijn mededader wist(en) en/of redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden dat </para>
      <para>daardoor gevaren konden optreden voor mens en/of milieu, aangezien hij al dan niet tezamen met zijn mededader, meerdere mortierbommen (shells) tot ontbranding heeft gebracht vanuit een </para>
      <para>mortierstellage die niet aan de veiligheidseisen voldeed en/of vanuit een mortierstellage die was geplaatst in een steeg in de directe </para>
      <para>nabijheid van woningen, terwijl meerdere personen zich tijdens dat tot </para>
      <para>ontbranding brengen op enkele meters van die mortierstellage bevonden; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2017 en/of 1 januari 2018 te Spijkenisse, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten een of meer mortierbom(men) (shells), tot ontbranding heeft gebracht; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2017 en/of 1 januari 2018 te Spijkenisse, in </para>
      <para>een woning gelegen op/aan de Ottersveen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten een of meer mortierbom(men) (shell(s)), heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2017 te Spijkenisse, opzettelijk, een of meer stuks vuurpijl(en), buiten een daartoe bestemde inrichting heeft vervaardigd en/of heeft bewerkt; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2017 te Spijkenisse , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel </para>
      <para>vuurwerk, te weten een of meerdere stuk(s) zelfgemaakte vuurpijl(en), voorhanden heeft gehad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>