<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:9597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-13T10:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7165498 CV EXPL 18-35985</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9597">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9597</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-03T09:25:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:9597 Rechtbank Rotterdam , 22-11-2018 / 7165498 CV EXPL 18-35985</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:9597:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling vonnis. Huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden na sluiting gehuurde door de burgemeester. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:9597:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 7165498 CV EXPL 18-35985</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum: 22 november 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van mondelinge uitspraak, ex artikel 30p Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats eiser] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: Houweling &amp; Partners, Gerechtsdeurwaarders en Incasso te Vlaardingen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.C.J.L. Huurman te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “ [naam eiser] ” en “ [naam gedaagde] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig is mr. L.J. van Die, kantonrechter, bijgestaan door mr. A. van der Schee, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>namens [naam eiser] de heer [naam 1] (beheerder), bijgestaan door de heer [naam 2] (Houweling &amp; Partners) als gemachtigde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam gedaagde] in persoon, vergezelt door zijn vrouw en bijgestaan door voornoemde gemachtigde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter gaat over tot de bij vonnis van 25 oktober 2018 bevolen comparitie van partijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben hun standpunten ter zitting nader toegelicht en de vragen van de kantonrechter beantwoord. De kantonrechter heeft daarna de comparitie van partijen voor  korte tijd geschorst. De kantonrechter heeft vervolgens op voet van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in aanwezigheid van beide partijen mondeling uitspraak gedaan. Deze uitspraak luidt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Uit het besluit van de burgemeester van Rotterdam van 1 maart 2018 blijkt dat in de garage (hierna: het gehuurde) die [naam gedaagde] van [naam eiser] huurt op vrij grote schaal drugs werden versneden. Ook zijn wapens aangetroffen. Daarnaast zijn er handelshoeveelheden drugs gevonden bij de aanwezige werknemers in de garage. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Mede gelet op het verweer van [naam gedaagde] dient te worden beoordeeld of het door [naam eiser] gebruik maken van het recht de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ondanks dat het zou kunnen dat [naam gedaagde] met de drugs niets te maken heeft gehad, is hij als huurder verantwoordelijk voor wat er in het gehuurde gebeurt. [naam gedaagde] behoort dat dan ook in de gaten te houden, zeker als één van de werknemer spullen en andere attributen bewaart die niets met het werk te maken hebben. [naam gedaagde] heeft dat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gedaan. Dit brengt met zich dat [naam eiser] de huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft mogen ontbinden en dat deze ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:231 lid 2 BW kan door de verhuurder buitengerechtelijk worden ontbonden nadat (onder andere) het gehuurde is gesloten door de burgemeester. Vast staat dat de garage is gesloten op 1 maart 2018. Derhalve heeft [naam eiser] de huurovereenkomst per brief van 30 maart 2018 buitengerechtelijk ontbonden, waardoor de huurovereenkomst met ingang van 31 maart 2018 is geëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande wordt [naam gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van de garage. De ontruimingstermijn wordt in redelijkheid gesteld op 14 dagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, begroot op € 99,91 aan explootkosten, € 79,00 aan griffierecht en € 300,00 (2 punten à </para>
        <para>€ 150,00) aan gemachtigde salaris. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Gelet op hetgeen is overwogen in conventie, wordt de (voorwaardelijke) vordering in reconventie afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie vindt geen kostenveroordeling plaats.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan de  Rosenveldtstraat 97 A te Rotterdam buitengerechtelijke is ontbonden met ingang van 31 maart 2018;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [naam gedaagde] om het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis met al de zijnen en het zijne te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [naam eiser] te stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [naam gedaagde] om aan [naam eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 407,00 voor iedere maand, een ingegane maand voor een volle gerekend, dat [naam gedaagde] het gehuurde tot aan de ontruiming in zijn bezit heeft (gehad);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [naam gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [naam eiser] vastgesteld op </para>
      <para>€ 178,91 aan verschotten en € 300,00 aan gemachtigde salaris;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de kantonrechter en de griffier is ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>