<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:9500</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-06T10:49:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-141620-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9500">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:9500</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-20T16:37:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:9500 Rechtbank Rotterdam , 06-11-2018 / 10-141620-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:9500:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van smaad. Geen inhoudelijke overweging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:9500:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-141620-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 6 november 2018</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres] , [woonplaats] , </para>
      <para>raadsman mr. M.G.P. Glas, advocaat te Gouda.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter van 25 oktober 2017 (zulks op de voet van artikel 377, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering) en van de meervoudige kamer van 23 oktober 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. J.A. Castelein heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Geldigheid dagvaarding</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Aangevoerd is dat de dagvaarding partieel nietig is ten aanzien van het derde en het vijfde gedachtestreepje. De tekst die achter het derde gedachtestreepje is opgenomen is onvoldoende feitelijk omdat niet duidelijk is waar het woordje “hier” op ziet. In de tekst achter het vijfde gedachtestreepje is geen concreet feit ten laste gelegd. Dat maakt de dagvaarding op dat punt innerlijk tegenstrijdig.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van de tekst van de tenlastelegging in zijn geheel en de zich in het dossier bevindende stukken voor de verdachte voldoende duidelijk waarvan hij wordt verdacht en waartegen hij zich dient te verweren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Vrijspraak zonder nadere motivering</title>
    <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Vordering benadeelde partij</title>
    <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 14.400,- aan materiële schade en een vergoeding van € 4.000,- aan immateriële schade.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de dagvaarding geldig;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. R. Brand en D.Y.A. van Meersbergen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 25 tot en met 29 januari 2017, in de </para>
      <para>gemeente Rotterdam, in ieder geval in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>de eer en/of goede naam van [benadeelde] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel op/via internet (onder meer op de website www.soennah-dokter.nl verscheidene foto's met teksten geplaatst waarin die [benadeelde] met naam en toenaam wordt genoemd en/of waarbij één of meer foto's van die [benadeelde] zijn geplaatst en/of de website van die [benadeelde] wordt genoemd met ondermeer de tekst(en) - zakelijk weergegeven- :</para>
    </parablock>
    <para>- " Het gevaarlijke aan deze man is dat hij samenwerkt met huisartsen, psychologen en zelfs scholen, allen verwijzen ze vooral moslims naar hem toe" en/of</para>
    <para>- " Op foto 5 zien we dat de sahir ene kaars aansteekt in de douche en toiletruimte, op de kaars staan meestal shir spreuken die de shayateen prijzen en natuurlijk kufr uitspraken en uitspraken die de islam vernederen" en/of</para>
    <para>- Hij geeft hier lettelijk aan dat hij een sahir is, ook beschrijft hij hier de deken, er zouden zogenaamd Koran teksten opstaan, maar wij weten wel beter, zelfs al zouden er Koran teksten opstaan dan was dit een vernedering van de Koran en niet toegestaan, verder wordt zijn handelswijze getoond, hij zou Koranteksten fluisteren, dit bestaat niet bij roqyah, een roqyah is juist luid en de enigen die fluisteren zijn tovenaars omdat ze duivelsverzen </para>
    <para>aan het reciteren zijn" en/of</para>
    <para>- " Ook kan men het gevaar van deze man zien die ruim 8000 klanten heeft" en/of</para>
    <para>- " We vragen daarom ook aan de broeders en zusters die wellicht een beetje invloed hebben bij masjid nasr in Rotterdam West om voor deze man te waarschuwen in de khutbah, we hebben dit meegedeeld aan de mensen daar maar er werd niet geluisterd, helaas zijn de vrouwen vooral in die omgeving vaste klanten van deze man".</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>