<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:8121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-02T09:46:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">557850 / HA RK 18-1032</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:8121">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:8121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-02T09:46:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:8121 Rechtbank Rotterdam , 06-09-2018 / 557850 / HA RK 18-1032</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:8121:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. De rechter zal geen deel uitmaken van de strafkamer die op 12 september 2018 de zaak tegen verzoeker gaat behandelen. Nu is niet bekend of de rechter de zaak na die datum (verder) gaat behandelen. Niet kan worden vastgesteld dat de rechter is belast of in de toekomst belast zal zijn met de behandeling van de zaak tegen verzoeker als verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:8121:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer /  rekestnummer: 557850 / HA RK 18-1032</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 6 september 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verblijvende in de P.I. [naam en adres P.I.],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. M.A. Seebregts,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J. van der Groen</emphasis>, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team straf 1 (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in deze rechtbank op 26 juli 2018 – van welke kamer de rechter deel uitmaakte – is aangevangen met de behandeling van de strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen verzoeker als verdachte. Die zaak heeft als parketnummer 10/960262-17.</para>
      <para>Op die terechtzitting is het onderzoek ter terechtzitting geschorst voor onbepaalde tijd, waarbij de termijn van de schorsing door de strafkamer op maximaal drie maanden is gesteld.</para>
      <para>Verzoeker is in deze strafzaak vervolgens opgeroepen voor de terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 12 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 28 augustus 2018 heeft de advocaat van verzoeker de rechter verzocht zich te verschonen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Per e-mailbericht van 30 augustus 2018 heeft de rechter aan de advocaat van verzoeker bericht dat hij op 12 september 2018 geen zitting heeft in de zaak van verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 31 augustus 2018 heeft de raadsman van verzoeker wraking van de rechter verzocht omdat de rechter mogelijk in de toekomst betrokken blijft bij de zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Per e-mailbericht van 31 augustus 2018 heeft de rechter aan de algemeen secretaris van de wrakingskamer bevestigd dat hij op 12 september 2018 geen zitting heeft in de zaak van verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven strafzaak, waarin zich onder meer bevindt:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van verzoeker als verdachte voor de terechtzitting van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank op 26 juli 2018;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de terechtzitting van 26 juli 2018 en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de oproeping van verzoeker als verdachte voor de terechtzitting van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank op 12 september 2018.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.1</emphasis>
      </para>
      <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 512 Sv kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, de zaak gaat behandelen of voort zal gaan met het behandelen van de zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
      </para>
      <para>Het wrakingsverzoek is (primair) gegrond op de veronderstelling dat de rechter zitting zal nemen in de meervoudige strafkamer, die de zaak tegen verzoeker zal gaan behandelen ter terechtzitting van 12 september 2018.</para>
      <para>Nu de rechter heeft meegedeeld dat hij op laatstgenoemde datum geen deel zal uitmaken van die meervoudige strafkamer en ook niet op andere wijze is gebleken dat de rechter van dat college deel zal uitmaken, mist deze primaire grond van het verzoek feitelijke grondslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.3</emphasis>
      </para>
      <para>Voor zover het wrakingsverzoek (subsidiair) is gegrond op de stelling dat de mogelijkheid openblijft dat de rechter in de toekomst (na 12 september 2018) betrokken blijft bij de zaak, overweegt de wrakingskamer dat nu niet bekend is of de rechter in de toekomst deze zaak  (verder) gaat behandelen. De wrakingskamer geeft geen beslissing ten aanzien van een verzoek dat is gebaseerd op een hypothetische situatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.4</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat niet kan worden vastgesteld dat de rechter is belast of in de toekomst belast zal zijn met de behandeling van de zaak tegen verzoeker als verdachte. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank, worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst af het verzoek tot wraking van mr. J. van der Groen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.N. van Zelm van Eldik, voorzitter, </para>
      <para>mr. J.F. Koekebakker en mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, rechters. </para>
      <para>Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door </para>
      <para>mr. J.F. Koekebakker uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2018 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- verzoeker</para>
    <para>- mr. A.M. Seebregts</para>
    <para>- mr. J. van der Groen</para>
    <para>- officier van justitie mr. M.G. Vreugdenhil</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>