<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:8050</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-03T11:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6513576 CV EXPL 17-8903</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:8050">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:8050</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-03T11:21:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:8050 Rechtbank Rotterdam , 04-01-2018 / 6513576 CV EXPL 17-8903</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:8050:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet in acht nemen juiste dagvaardingstermijn. Nog geen beslissing op het verzoek om verkorting van de termijn. Nietigheid van de dagvaarding. Tussenvonnis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:8050:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 6513576 CV EXPL 17-8903</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 4 januari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting<?linebreak?><emphasis role="bold">Stichting Kleurrijkwonen,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Geldermalsen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. T.A. Vermeulen, <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Kleurrijkwonen’ en ‘[gedaagde]’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>1. de dagvaarding van 27 november 2017, met producties.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis is nader bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para> Op 27 oktober 2017 heeft Kleurrijkwonen bij verzoekschrift aan deze rechtbank verzocht om [gedaagde] met een verkorte termijn te mogen dagvaarden. In die procedure is op 15 november 2017 een tussenbeschikking gegeven waarin Kleurrijkwonen in de gelegenheid is gesteld haar verzoek nader te onderbouwen. Kleurrijkwonen heeft tot op heden niet gereageerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Op 27 november 2017 heeft Kleurrijkwonen [gedaagde] gedagvaard om in de onderhavige procedure op 14 december 2017 om 10:00 te verschijnen ter terechtzitting. In de kop van de dagvaarding staat: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">
            [gedaagde], </emphasis>
          <emphasis role="italic">zonder bekende woon- of verblijfplaats, in de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres [straat - en plaatsnaam], en in na te melden huurovereenkomst op dat adres domicilie gekozen hebbende, aldaar aan dat adres mijn exploit doende en afschrift dezes, alsmede van na te melden producties, latende aan:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">voormeld adres in gesloten envelop met daarop de vermeldingen zoals wettelijk voorgeschreven, omdat ik aldaar niemand aantrof aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten;”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In de huurovereenkomst die door Kleurrijkwonen is overgelegd staat onder meer het volgende: <emphasis role="italic">“Voor de uitvoering van alle gevolgen dezer overeenkomst kiest de huurder domicilie in het gehuurde.”.</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Nu [gedaagde] volgens Kleurrijkwonen geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, bedraagt de dagvaardingstermijn op grond van artikel 115 lid 2 Rv in beginsel drie maanden. Hoewel op het verzoek om een verkorte dagvaardingstermijn nog niet is beslist, heeft Kleurrijkwonen de dagvaardingstermijn van drie maanden niet in acht genomen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Voor zover Kleurrijkwonen zich op het standpunt heeft willen stellen dat [gedaagde] vanwege de hierboven geciteerde bepaling uit de huurovereenkomst woonplaats heeft gekozen in het gehuurde, dat daarom sprake is van een bekende woonplaats en daarom de gebruikelijke dagvaardingstermijn in acht mag worden genomen, geldt het volgende.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:15 BW kan slechts woonplaats worden gekozen voor een bepaalde rechtshandeling of voor bepaalde rechtshandelingen. Het overeengekomen beding is in die zin onvoldoende bepaald. Het beding moet bovendien op grond van artikel 6:236 aanhef en sub m BW worden vernietigd nu het niet slechts betrekking heeft op de situatie dat [gedaagde] geen bekende woon- of verblijfplaats meer heeft.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Nu niet de juiste dagvaardingstermijn in acht is genomen, kan tegen [gedaagde] geen verstek verleend worden. Kleurrijkwonen zal [gedaagde] opnieuw moeten dagvaarden. Indien zij daartoe niet overgaat, zal de dagvaarding nietig verklaard worden. Daarbij moet worden opgemerkt dat Kleurrijkwonen nog steeds de mogelijkheid heeft haar verzoek om een verkorte termijn toe te staan, nader te onderbouwen. In het bijzonder zal Kleurrijkwonen in dat geval dienen aan te geven wat zij weet over de werkelijke verblijfplaats van [gedaagde] en de mogelijkheden die zij heeft om [gedaagde] te bereiken anders dan door middel van het uitbrengen van een exploot. De zaak zal om die reden worden verwezen naar de rolzitting van 18 januari 2018 zodat Kleurrijkwonen zich hierover uit kan laten. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter<emphasis role="bold">:</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 18 januari 2018 voor een akte van Kleurrijkwonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>371</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>