<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:8020</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-27T11:48:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/550160 / KG ZA 18-486</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:8020">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:8020</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-27T11:46:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:8020 Rechtbank Rotterdam , 10-08-2018 / C/10/550160 / KG ZA 18-486</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:8020:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorzieningenrechter neemt schikking tussen partijen op in kort gedingvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:8020:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6281083d-2a76-497b-8b59-7408eb20f5bd" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2a8dad78-b5d8-4efe-b74a-76550aeb9f9a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/550160 / KG ZA 18-486</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 10 augustus 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. L.J.W. Govers te Zoetermeer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. A.C. Hermes te Oudenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna (mede) [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de overgelegde producties </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de gezamenlijke brief van partijen van 31 juli 2018, met het verzoek om de tussen hen getroffen schikking op te nemen in het vonnis.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in conventie en reconventie</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn alsnog tot een schikking gekomen en zij verzoeken om deze op te nemen in het vonnis. De voorzieningenrechter zal dienovereenkomstig beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt partijen tot nakoming van de tussen hen getroffen schikking, die luidt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Partijen komen overeen als volgt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. De vrouw, mevrouw [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , verkrijgt in volledig eigendom de woning staande en gelegen aan [adres]</para>
      <para>
        [woonplaats] .</para>
      <para />
      <para>2. De woning zoals genoemd onder 1 wordt door haar verkregen voor een bedrag van</para>
      <para>€ 215.000,00.</para>
      <para />
      <para>3. Met een hypothecaire geldlening groot € 213.500,00 per 01 juli 2018 en een contante waarde levensverzekering van € 3.900,00 eveneens per 01 juli 2018, beide verbonden aan de woning zoals genoemd onder 1, resteert er een overwaarde van € 5.400,00.</para>
      <para />
      <para>4. De vrouw heeft de woning in gezamenlijk eigendom met de man, de heer [eiser] , aan de heer [eiser] komt daarom bij levering van de woning aan de vrouw een bedrag toe van € 5.400,00: 2 is € 2.700,00. Het overige komt aan de vrouw toe. </para>
      <para />
      <para>5. De woning zoals genoemd onder 1. dient uiterlijk per 30 september 2018 aan de vrouw te</para>
      <para>worden geleverd door tussenkomst van een notaris. De man is gehouden hier zijn volledige en onvertraagde medewerking aan te verlenen, evenals aan wijziging van de hypotheekakte en totstandkoming van de royementsakte, voor zover noodzakelijk. De kosten van deze passering komen voor rekening van de vrouw. Per gelijke datum verzoekt de vrouw aan ING Bank om de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan.</para>
      <para />
      <para>6. Tot de woning is geleverd aan de vrouw, zullen partijen de financiële huishouding voeren zoals zij dit gedurende hun affectieve relatie gebruikelijk deden. Mocht de woning inmiddels zijn geleverd aan de vrouw, maar de man is nog niet vertrokken uit de woning, dan geldt dat de man aan de vrouw een vergoeding verschuldigd is van € 115,38 per week, steeds uiterlijk op de maandag van iedere nieuwe week te voldoen op een door de vrouw aan te wijzen bankrekening, zonder vertraging, verrekening et cetera.</para>
      <para />
      <para>7. De man dient uiterlijk per 30 september a.s. uit de woning te vertrekken, met een maximale uitloop van veertien dagen.</para>
      <para />
      <para>8. Partijen dragen in goed overleg zorg voor een verdeling van de inboedel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2018.<footnote-ref linkend="_ce42375e-8d9c-4c41-889d-14ce3865b618" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ce42375e-8d9c-4c41-889d-14ce3865b618" label="1">
    <para>[2517/2009] </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>