<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:7963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-25T15:44:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/750471-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:7963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:7963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-25T15:43:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:7963 Rechtbank Rotterdam , 20-04-2018 / 10/750471-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:7963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>5 jaar gevangenisstraf voor de opzettelijke invoer van 250kg cocaïne, verstopt in een lading bananen. Medeplegen. Voorbereidingshandelingen. Bezit van een vuurwapen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:7963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/750471-16</para>
      <para>Datum uitspraak: 20 april 2018</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsman mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 3, 4, en 6 april 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officieren van justitie is gewijzigd. </para>
      <para>De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officieren van justitie mrs. D. Grip en R.S. Dhoen hebben gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 66 maanden met aftrek van voorarrest.   </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Aangevoerd is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
          </para>
          <para>Onder de naam Luikenkap is strafrechtelijk onderzoek gedaan naar een invoerlijn waarlangs in de Rotterdamse haven cocaïne werd ingevoerd via [naam bedrijf] , een overslagbedrijf van overzees fruit. Aanleiding was de vondst bij dat bedrijf van 286 pakketten cocaïne verstopt tussen een partij bananen. Tijdens het onderzoek is op 31 december 2016 wederom tussen een partij bananen een grote hoeveelheid cocaïne aangetroffen. In deze zaak zijn 7 verdachten gedagvaard: twee medewerkers van dat bedrijf, een tweetal personen die via een uitzendbureau of als zzp’er voor dat bedrijf werkzaam waren, een vrachtwagenchauffeur, en twee personen (waaronder de verdachte in deze zaak) die geen banden met het overslagbedrijf hadden. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ontmoeting en contacten daarna</emphasis>
          </para>
          <para>Uit een OVC-gesprek volgt dat op 20 december 2016 bij LantarenVenster in Rotterdam een ontmoeting heeft plaatsgevonden tussen verdachte en medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] . [naam medeverdachte 1] was destijds werkzaam als vorkheftruckchauffeur bij het overslagbedrijf. [naam medeverdachte 2] verklaart tegenover verdachte en [naam medeverdachte 1] dat de ‘650’ en de ‘750’ klaarstaan en de ‘250’ onderweg is. [naam medeverdachte 1] reageert hierop dat hij er niet is, maar dat [voornaam medeverdachte] gebeld kan worden. De rechtbank begrijpt dat medeverdachte [naam medeverdachte 3] wordt bedoeld, die werkzaam is voor het overslagbedrijf.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte en [naam medeverdachte 1] houden contact. Uit tapgesprekken volgt dat [naam medeverdachte 1] op 24 december 2016 bij een McDonalds in Rotterdam een ontmoeting heeft met medeverdachte [naam medeverdachte 4] , eveneens werkzaam bij het overslagbedrijf. Hierna belt [naam medeverdachte 1] met verdachte en informeert hem dat hij net bij ‘dinge’ was - de rechtbank begrijpt dat [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 4] bedoelt  en dat hij wel helpt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Onder verdachte is een zogenaamde PGP-telefoon aangetroffen, waarmee versleutelde berichten zijn verstuurd. Uit het onderzoek naar de berichten in deze telefoon volgt dat verdachte op 29 december 2016 een 20-cijferig nummer toegestuurd heeft gekregen. Dit nummer komt overeen met het barcodenummer van een aantal dozen met bananen op een pallet in het ruim van het motorschip [naam motorschip] dat op dat moment naar de Rotterdamse haven onderweg is. Het bericht is afkomstig van een PGP‑emailadres dat is opgeslagen onder de contactnaam ‘ [naam] ’. Uit het berichtenverkeer rondom de ontmoeting bij LantarenVenster in combinatie met het observatieverslag daarvan, leidt de rechtbank af dat [naam medeverdachte 2] de gebruiker is van dit PGP‑emailadres. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Uithalen cocaïne en vervoer daarvan</emphasis>
          </para>
          <para>In de ochtend van 31 december 2016 arriveert de [naam motorschip] bij de kade van het overslagbedrijf aan de [plaats delict] in Rotterdam. [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] werken die ochtend op het terrein van het overslagbedrijf aan het lossen van het schip. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank gaat ervan uit dat [naam medeverdachte 4] tijdens zijn werkzaamheden een briefje met de laatste vijf cijfers van het barcodenummer van de betreffende dozen voorhanden had. Dit briefje is aangetroffen achter de batterijklep van een mobiele telefoon die op een vorkheftruck lag, waarmee [naam medeverdachte 4] heeft gewerkt. Op de vorkheftruck is ook zijn identiteitskaart gevonden. Uit de tapgesprekken tussen verdachte, [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] volgt bovendien dat [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] de pallet met de dozen hebben gevonden en deze hebben gescheiden van de rest van de lading. Nadat de douanecontrole was afgerond, hebben zij verdachte gebeld en is er afgesproken bij welke loods de pallet kon worden opgehaald. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Kort daarna arriveert medeverdachte [naam medeverdachte 5] met een vrachtwagencombinatie bij de afgesproken loods van het overslagbedrijf. Enkele minuten nadat de vrachtwagencombinatie van het terrein van het overslagbedrijf is weggereden, wordt [naam medeverdachte 5] staande gehouden. In de oplegger wordt een pallet met dozen met bananen aangetroffen. De dozen zijn afkomstig uit Ecuador en bevatten stickers met het eerdergenoemde barcodenummer. Tussen de bananen bevinden zich 250 pakketten met een totaal netto gewicht van 250 kilogram. Door de douane is onderzoek gedaan naar de pakketten, waaruit blijkt dat de inhoud cocaïne betreft. De rechtbank gaat ervan uit dat dit de partij is waarover bij LantarenVenster werd gesproken.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.4</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Gezien het bovenstaande, oordeelt de rechtbank dat de verdachte welbewust en in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] handelingen heeft verricht die waren gericht op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van een partij cocaïne en met zijn medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] daartoe voorbereidingshandelingen heeft verricht. De verdachte heeft intensief telefonisch contact gehad met [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] met betrekking tot het uithalen van de pallet met cocaïne. Hij moet bovendien het nummer van de deur waarachter de pallet voor de vrachtwagenchauffeur was klaargezet hebben doorgegeven, zodat [naam medeverdachte 5] hiervan op de hoogte is geraakt. Gezien de rol van de verdachte bij de organisatie van de invoer, is de rechtbank van oordeel dat zijn bijdrage van voldoende gewicht is om te spreken van medeplegen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder 3 ten laste gelegde zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. Het bewijs daarvoor volgt uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>hij op 31 december 2016 te Rotterdam</para>
        <para>tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 250 kilogram,</para>
        <para>van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>hij in <emphasis role="italic">de</emphasis> periode van 02 december 2016 tot en met 31 december 2016</para>
        <para>te Rotterdam althans in Nederland,</para>
        <para>tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk <emphasis role="italic">binnen</emphasis> het grondgebied van</para>
        <para>Nederland brengen van 250 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te</para>
      <para>  plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of</para>
      <para>- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen</para>
      <para>  tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of</para>
      <para>- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere</para>
      <parablock>
        <para>  betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden</para>
        <para>  had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven</para>
        <para>  bedoelde feit</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hebben de verdachte en zijn, mededaders:</para>
      </parablock>
      <para>- ( telefonisch) contact onderhouden en informatie uitgewisseld en afspraken gemaakt en besprekingen gehad met zijn/hun mededader(s) met betrekking tot het uithalen/veilig stellen, klaar zetten, verstrekken en vervoeren van die cocaïne, en</para>
      <para>- mobiele (organisatie)telefoons voorhanden gehad, en</para>
      <para>- een briefje met daarop genoteerd de cijfers "92512" voorhanden gehad, en</para>
      <para>- een pallet (met cocaïne tussen de lading bananen) in een loods aan de</para>
      <para> [plaats delict] apart/klaar gezet en/of laten zetten voor verder transport, en</para>
      <para>- die pallet (met cocaïne tussen de lading bananen) in een vrachtwagen</para>
      <para> geplaatst en laten plaatsen, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>hij op 31 december 2016 te Berkel en Rodenrijs, gemeente</para>
        <para>Lansingerland,</para>
        <para>een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet</para>
        <para>wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º</para>
        <para>van die wet in de vorm van een pistool van het merk CZ, type 75B,</para>
        <para>kaliber 9 millimeter LUGER,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>munitie in de zin van artikel 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te</para>
        <para>weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de</para>
        <para>Categorie III, te weten 37 kogelpatronen, kaliber 9 millimeter LUGER,</para>
        <para>voorhanden heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.	</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de eendaadse samenloop van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voor te bereiden of te bevorderen, door </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">- een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen; </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen; </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="bold">-voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zijn tot het plegen van dat feit zijn bestemd;</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straffen</title>
    <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 maart 2018, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 maart 2018. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Via de Rotterdamse haven worden grote hoeveelheden cocaïne vanuit Zuid-Amerikaanse landen Nederland binnengesmokkeld om vervolgens verder verhandeld te worden. Met die smokkel wordt veel geld verdiend en ontstaat een eigen crimineel milieu, waarbinnen bedreigingen en geweldsdelicten ook aan de orde van de dag zijn. Voor succesvolle smokkel is het hebben van handlangers in havenbedrijven onontbeerlijk. [naam medeverdachte 2] , [naam medeverdachte 1] en verdachte hebben zich samen beziggehouden met het invoeren van maar liefst 250 kilo cocaïne vanuit Zuid-Amerika. [naam medeverdachte 1] was regelmatig werkzaam voor het bedrijf [naam bedrijf] , kende daar verschillende mensen en was daardoor in staat om samen met verdachte binnen dit bedrijf mensen te regelen die, ook buitenaanwezigheid van [naam medeverdachte 1] , bereid waren om die grote partij cocaïne apart te zetten. Als deze smokkel was gelukt, dan hadden zij ongetwijfeld veel geld verdiend. Cocaïne is zeer verslavende harddrug, die schadelijk is voor de gezondheid en veel mensen in grote problemen kan brengen, niet alleen op financieel gebied. </para>
      <para>Van het ontstaan van het eigen criminele milieu zijn de bij verdachte en [naam medeverdachte 1] aangetroffen vuurwapens de getuigen. Invoer van cocaïne is dus niet voor niets verboden en moet daarom, zeker als het gaat om grote hoeveelheden,  streng bestraft worden. Zij krijgen daarom alle drie vijf jaar gevangenisstraf. Die straf is niet alleen om bedoeld om hen als daders te bestraffen, maar ook om andere mensen te waarschuwen zich niet met deze smokkel bezig te houden.   </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <para>De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht om het geheugenkaartje, welke in de Samsung-telefoon zit, terug te geven aan de verdachte. Op het geheugenkaartje staan persoonlijke foto’s van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende in beslag genomen voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Samsung smartphone ( [beslagnummer 1] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Blackberry zaktelefoon ( [beslagnummer 2] );</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Blackberry zaktelefoon ( [serienummer] ).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorwerpen behoren aan de verdachte toe en de bewezen feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het geheugenkaartje in de Samsung smartphone [beslagnummer 1] - welke niet apart is vermeld op de beslaglijst - zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen: 33, 33a, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:<?linebreak?>- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2: </para>
      <para>-Samsung smartphone ( [beslagnummer 1] );</para>
      <para>-Blackberry zaktelefoon ( [beslagnummer 2] );</para>
      <para>-Blackberry zaktelefoon ( [serienummer] );</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- gelast de teruggave aan verdachte van: </para>
    <para>-Geheugenkaartje in de Samsung smartphone [beslagnummer 1] .</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J. Snitker, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. V.M. de Winkel en S. Riege, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C. Ihataren, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst gewijzigde tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2016 te Rotterdam</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk  binnen het grondgebied van Nederland, als bedoeld in</para>
      <para>artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 250 kilogram,</para>
      <para>in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde</para>
      <para>cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 ahf/ond A Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks periode van 02 december 2016 tot en met 31 december 2016</para>
      <para>te Rotterdam en/of Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, en/of Schiedam</para>
      <para>en/of Spijkenisse, althans in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
      <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de</para>
      <para>Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,</para>
      <para>verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of <emphasis role="bold">binnen</emphasis> het grondgebied van</para>
      <para>Nederland brengen van 250 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een</para>
      <para>materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de</para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voor te bereiden en/of te bevorderen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te</para>
    <para>  plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of</para>
    <para>- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen</para>
    <para>  tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of</para>
    <para>- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere</para>
    <parablock>
      <para>  betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden</para>
      <para>  had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven</para>
      <para>  bedoelde feit</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):</para>
    </parablock>
    <para>- ( telefonisch) contact onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of</para>
    <parablock>
      <para>  afspraken gemaakt en/of een of meer bespreking(en) gehad met zijn/hun</para>
      <para>  mededader(s) met betrekking tot het uithalen/veilig stellen, klaar zetten,</para>
      <para>  verstrekken en vervoeren van die cocaïne, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- geld in het vooruitzicht gesteld (gekregen) en/of verstrekt (gekregen) en/of</para>
    <para>  ontvangen, en/of</para>
    <para>- één of meer mobiele (organisatie)telefoon(s) verstrekt gekregen en/of</para>
    <para>  voorhanden gehad, en/of</para>
    <para>- een briefje met daarop genoteerd de cijfers "92512" voorhanden gehad, en/of</para>
    <para>- een pallet (met cocaïne tussen de lading bananen) in een loods aan de</para>
    <para>  [plaats delict] apart/klaar gezet en/of laten zetten voor verder transport, en/of</para>
    <para>- die pallet (met cocaïne tussen de lading bananen) in een vrachtwagen</para>
    <para>  (achter een dubbele wand) geplaatst en/of laten plaatsen, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) met die vrachtwagen die pallet (met cocaïne tussen de lading</para>
    <para>  bananen) weggevoerd/vervoerd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet</para>
      <para>art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet</para>
      <para>art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 4 Opiumwet</para>
      <para>art 10 lid 5 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2016 te Berkel en Rodenrijs, gemeente</para>
      <para>Lansingerland,</para>
      <para>een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet</para>
      <para>wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º</para>
      <para>van die wet in de vorm van een pistool van het merk CZ, type 75B,</para>
      <para>kaliber 9 millimeter LUGER,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>munitie in de zin van artikel 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te</para>
      <para>weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de</para>
      <para>Categorie III, te weten 37 kogelpatronen, kaliber 9 millimeter LUGER,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 26 lid 1 Wet wapens en munitie</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 december 2016 te Berkel en Rodenrijs, gemeente</para>
      <para>Lansingerland,</para>
      <para>een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 5º van de Wet</para>
      <para>wapens en munitie, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische</para>
      <para>stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden</para>
      <para>toegebracht, te weten een stroomstootwapen, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 26 lid 1 Wet wapens en munitie</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>