<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T17:12:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">VI-99/00081-50 / 10/661023-16, 10/033944-15 en 10/131522-14 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herroeping">Herroeping</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:7555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-07T15:54:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:7555 Rechtbank Rotterdam , 07-09-2018 / VI-99/00081-50 / 10/661023-16, 10/033944-15 en 10/131522-14 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:7555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Advies over voorwaarden voorwaardelijke invrijheidstelling (art. 15j Wetboek van Strafrecht)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:7555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 1</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VI-zaaknummer: 99/00081-50</para>
    <para>Parketnummers: 10/661023-16, 10/033944-15 en 10/131522-14 (TUL)</para>
    <para>Datum uitspraak: 7 september 2018</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank in de zaak tegen de veroordeelde</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [naam veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. E.A. Blok, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Opgelegde straffen  </title>
    <para>Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank <?linebreak?>Rotterdam, d.d. 28 september 2016, is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 34 maanden, met aftrek van voorarrest. Bij onherroepelijk geworden arrest van de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag, d.d. 14 november 2016, is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is feitelijk op 16 juli 2018 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Als bijzondere voorwaarden zijn onder meer gesteld: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De veroordeelde wordt gedurende de v.i.-periode geboden om zich op nader met de reclassering af te spreken tijden op het adres dat geregistreerd staat als v.i.-adres te bevinden, waarbij de precieze tijden vooraf worden vastgesteld door de reclassering, in overleg met de veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De veroordeelde zal gedurende de proeftijd mee werken aan bloedonderzoek en/of urineonderzoek en/of ander controlemiddel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De veroordeelde is verplicht mee te werken aan verdiepingsdiagnostiek en aan ambulante behandeling voor zover die diagnostiek dit uitwijst. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De proeftijd is ingegaan op 16 juli 2018 en bedraagt 365 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris heeft op 30 juli 2018 de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering</title>
    <para>Op 31 juli 2018 heeft het openbaar ministerie een vordering ingediend tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde, wegens het niet naleven van voormelde voorwaarden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de vordering zijn onder meer overgelegd de rapporten d.d. 20 en 25 juli 2018 van GGZ Antes Toezicht Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <parablock>
      <para>Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>24 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer en de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw zijn gehoord.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is de getuige [naam getuige] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Daarbij heeft hij de mogelijkheid naar voren gebracht deze gedeeltelijk, voor een periode van 180 dagen, te herroepen. Die periode kan worden gebruikt om te bezien of verdiepingsdiagnostiek naast de CoVa-training zinvol is en of plaatsing in Youz tot de mogelijkheden behoort. <?linebreak?></para>
      <para>De veroordeelde en de raadsvrouw hebben ter zitting eveneens bepleit de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk te herroepen, maar dan voor een periode van 90 dagen. Daartoe hebben zij aangevoerd dat de veroordeelde zich kan vinden in de bijzondere voorwaarden met betrekking tot urinecontrole en het volgen van een CoVa-training. Ook kan de veroordeelde zich erin vinden dat een periode elektronisch toezicht wordt gehouden, zij het dat een vrijheid van 2 uur per dag in het kader van een locatiegebod te beperkt is. Die tijd is volstrekt onvoldoende om te zoeken naar een dagbesteding en om heen en weer te reizen naar de afspraken voor urinecontrole dan wel naar andere afspraken in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Die beperkte duur is niet van tevoren met hem besproken. Verder heeft de veroordeelde bepleit de verdiepingsdiagnostiek achterwege te laten. In aanloop naar de voorwaardelijke invrijheidsstelling zou vanwege het verzet van de veroordeelde tegen verdiepingsdiagnostiek in overleg met de reclassering zijn besloten deze achterwege te laten en in plaats daarvan de verplichting tot het deelnemen aan de CoVa-training op te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Uit de rapporten van de reclassering blijkt dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden met betrekking tot het locatiegebod en het meewerken aan urinecontroles niet heeft nageleefd. Op 19 juli 2018 heeft hij zijn huis zonder toestemming langer dan 2 uur verlaten. Op 20 juli 2018 verscheen de veroordeelde niet op een afspraak voor urinecontrole en was hij wederom langer dan 2 uur van huis. Hiervoor heeft de veroordeelde een schriftelijke waarschuwing ontvangen. Desondanks heeft de veroordeelde op 23 juli 2018 wederom zijn huis langer dan 2 uur verlaten en verscheen hij de volgende dag niet op een afspraak voor urinecontrole. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De getuige heeft op de terechtzitting het rapport van de reclassering toegelicht en daarbij verklaard dat de veroordeelde zich ook niet heeft gehouden aan het drugs- en alcoholverbod. Hij testte bij een urinecontrole positief op gebruik van verdovende middelen. Evenmin verscheen hij op afspraken in verband met verdiepingsdiagnostiek, waartoe hij verplicht was. De veroordeelde is bij de start van het reclasseringstoezicht op 16 juli 2018 geïnformeerd over de bijzondere voorwaarden. Daarbij gaf hij al aan dat hij moeite had met die 2 uur, maar hij wilde toch verder op de ingeslagen weg. Met hem is ook besproken dat zijn uren zouden worden uitgebreid op het moment dat hij een dagbesteding zou hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de veroordeelde de voormelde voorwaarden verwijtbaar niet heeft nageleefd, waarbij wel wordt opgemerkt dat de rechtbank in het dossier geen besluit van de reclassering heeft aangetroffen waarin met zoveel woorden alcohol of drugs zijn verboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toewijzen en gelasten dat een gedeelte van de vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd alsnog moet worden ondergaan, waarbij zal worden volstaan met 90 dagen. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voortgezet reclasseringstoezicht na afloop van de herroeping in het belang van de veroordeelde en van de samenleving is en dat de veroordeelde zoals hij ter zitting heeft gesteld aan dat toezicht wil meewerken. De rechtbank vindt het van belang dat de resterende straf die nog boven het hoofd van de veroordeelde hangt, voldoende lang is om hem ervan te overtuigen zich aan de voorwaarden te houden die aan hem worden gesteld. Herroeping voor 90 dagen doet naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende recht aan de ernst van de overtreding van de voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Advies</title>
    <para>De rechtbank ziet in het verhandelde ter terechtzitting aanleiding een advies te geven als bedoeld in artikel 15j, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Voorwaardelijke invrijheidstelling heeft als doel een veroordeelde te laten resocialiseren in de maatschappij en een veroordeelde er met name ook in het belang van die maatschappij van af te houden een nieuw strafbaar feit te begaan. Op zichzelf genomen treedt de rechtbank niet in het uitgangspunt dat 2 uur vrijheid per dag wordt geboden en dat dit zo mogelijk wordt uitgebouwd. De rechtbank gaat er ook vanuit dat verdiepende diagnostiek en een aansluitende behandeling in veroordeeldes geval optimaal zou zijn. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de daaraan voorafgaande periode is echter gebleken dat het in dit geval onverkort vasthouden aan die voorwaarden, naar alle waarschijnlijkheid niet de resocialisatie en maatschappijbeveiliging gaat brengen, die de voorwaardelijke invrijheidstelling ten doel heeft. De kans is namelijk zeer aanzienlijk dat de veroordeelde zich hiertoe niet in staat acht dan wel hiertoe niet bereid is, en zal besluiten het resterende strafdeel uit te zitten. In dat geval komt hij volledig zonder kader en behandeling of training op straat met alle risico van dien. De rechtbank werpt dan de vraag op of door toezicht met wat extra uren vrijheid en alleen een CoVa-training, alles afwegend, niet een veiliger resultaat valt te bereiken, terwijl vasthouden aan alle thans gestelde voorwaarden, in dit geval hoogstwaarschijnlijk uitmondt in niets.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank adviseert daarom om gedurende de termijn van de herroeping nader te onderzoeken of met de door de reclassering vastgestelde vrijheid van slechts 2 uur per dag in het kader van het locatiegebod, bij deze veroordeelde een werkelijk zinvolle aanvang met de resocialisatie mogelijk is en tevens om – zoals ook de officier van justitie heeft betoogd – te bezien of verdiepende diagnostiek (en daarop aansluitend behandeling) naast de vastgestelde CoVa-training nog wel noodzakelijk en, alles afwegend, wenselijk is.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing <?linebreak?></title>
    <para>De rechtbank:</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>
    </title>
    <para>wijst toe de vordering tot (gedeeltelijke) herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast dat van het gedeelte van de vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, groot 90 dagen, alsnog moet worden ondergaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat van deze periode 40 dagen zal worden afgetrokken, zijnde de periode gedurende welke de veroordeelde rechtens zijn vrijheid ontnomen is geweest in verband met schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering voor het overige af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>adviseert nader te onderzoeken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>of met 2 uur vrijheid per dag in het kader van een locatiegebod een zinvolle start met resocialisatie mogelijk is;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>of verdiepingsdiagnostiek en aansluitend behandeling naast een CoVa-training nog noodzakelijk is;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. F.A Hut en F. van Laanen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>