<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:6893</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-21T16:09:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/661018-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:6893">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:6893</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-21T16:08:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:6893 Rechtbank Rotterdam , 02-07-2018 / 10/661018-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:6893:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:6893:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10<emphasis role="bold">/</emphasis>661018-18</para>
      <para>Datum uitspraak: 2 juli 2018  </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [woonplaats verdachte] ( [land verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>niet ingeschreven in de basisregistratie personen,  </para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de </para>
      <para>Penitentiaire Inrichting Ter Apel, </para>
      <para>raadsman mr. M. van Stratum, advocaat te Nootdorp.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. C.J. Kroon heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak zonder nadere motivering feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering feit 1 </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Aangevoerd is dat zich onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier bevindt voor het onder 1 ten laste gelegde feit. </para>
          <para>Er is geen forensisch belastend bewijs in het dossier jegens de verdachte. De verdachte is ook niet op heterdaad aangehouden aan de [adres] en hij heeft verder niets met deze woning van doen. De door de politie gevolgde Toyota Aygo is eveneens niet van de verdachte en is ook niet door hem bestuurd; hij was de bijrijder. Er is geen subjectief bewijsvermoeden waaruit volgt dat de bijrijder verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen door de politie in de auto wordt aangetroffen, en van de bijrijder kan ook niet worden verondersteld dat hij bekend was met de inhoud van de tassen die in de kofferbak, dan wel op de openbare weg zijn aangetroffen. Temeer omdat de in beslag genomen tassen dicht waren en de verdovende middelen niet in het zicht lagen. Weliswaar is de verdachte de auto uitgestapt na de aanrijding en is hij vervolgens weggehold, maar juist als hij bekend was met de inhoud van de tassen zou hij niet terugkeren naar de auto.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarnaast is aangevoerd dat niet bewezen kan worden verklaard dat de verdachte met een (of meer) medeverdachte(n) opzettelijk en in nauwe samenwerking zich bewust zou zijn geweest van alle tassen met heroïne, althans niet voor het volledige in de tenlastelegging genoemde gewicht. Er is dus geen sprake van medeplegen, hooguit van voorwaardelijk opzet. Dit heeft als gevolg dat de verdachte (partieel) dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de tassen met inhoud in een door hem daarvoor afgesloten kamer bewaarde. Hij wilde niet dat iemand de inhoud van de tassen zou zien en heeft de inhoud van de tassen daarom afgedekt. Voorts heeft de verdachte de tassen naar de auto gebracht en in de achterbak van de auto gelegd. Hij heeft verder verklaard dat hij niet gepakt wilde worden en daarom tegen medeverdachte [naam medeverdachte] geroepen dat hij moest doorrijden toen zij staande werden gehouden door de politie. Vervolgens is de verdachte samen met de medeverdachte weggerend voor de politie en hebben zij geprobeerd de tassen aan het zicht van de politie te onttrekken door ze mee te nemen en te verstoppen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit bovengenoemde omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, leidt de rechtbank af dat de verdachte wist dat de tassen gevuld waren met een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en aldus opzet heeft gehad op het plegen van het ten laste gelegde feit. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voorts blijkt uit het voorgaande van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte gericht op het plegen van het ten laste gelegde, zodat het medeplegen bewezen zal worden verklaard.  </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Bewezen is het onder 1 ten laste gelegde, ten aanzien van het volledige ten laste gelegde gewicht. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>1. hij op 21 februari 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander </para>
        <para>opzettelijk heeft  vervoerd <emphasis role="italic">en </emphasis>opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 35,05 kilogram heroïne,  zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring <emphasis role="italic">verbeterd</emphasis>. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzettelijk voorhanden hebben en vervoeren van een grote hoeveelheid, ongeveer 35 kilogram, heroïne, een voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stof. Deze hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in heroïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ook de door de gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank heeft tevens acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 juni 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>In beslag genomen voorwerpen</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geld à € 770,- terug te geven aan de verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen standpunt ingenomen omtrent het in beslag genomen geld. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van het in beslag genomen geld (€ 770,-) zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;  <?linebreak?></para>
      <para>beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:<?linebreak?>- gelast de teruggave aan verdachte van: € 770,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.A. Kalk, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. D. Visser en F.W.H. van den Emster, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 21 februari 2018 te Rotterdam, althans in Nederland </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 35,05 kilogram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 2 ahf/ond B Opiumwet)</para>
      <para>(art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
      <para>(art 10 lid 4 Opiumwet) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 21 februari 2018 te Rotterdam, althans in Nederland </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, </para>
      <para>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne en/of cocaïne, in elk geval middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen </para>
    </parablock>
    <para>- een voor verdovende middelen geschikte pers, en/of </para>
    <para>- ongeveer 2,9 gram paracetamol </para>
    <para>voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en); </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet) </para>
      <para>(art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) </para>
      <para>(art 10 lid 4 Opiumwet) </para>
      <para>(art 10 lid 5 Opiumwet) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>