<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:6717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-15T11:54:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">554196 / HA RK 18-735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:6717">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:6717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-15T11:54:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:6717 Rechtbank Rotterdam , 18-07-2018 / 554196 / HA RK 18-735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:6717:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich voorgedaan ter zitting van 3 juli 2018 – op welke zitting verzoeker met zijn advocaat aanwezig was – terwijl het verzoek tot wraking eerst drie dagen nadien is ingediend, op 6 juli 2018. Geen aanleiding in de door verzoeker geschetste omstandigheden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:6717:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer /  rekestnummer: 554196 HA RK 18-735</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 18 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M. van Kuilenburg</emphasis>, rechter in de rechtbank Rotterdam, team jeugd (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 3 juli 2018 is door de rechter behandeld het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (‘de GI’) tot vaststelling van de door haar voorgestane omgangsregeling, het zelfstandig verzoek van verzoeker (de vader) alsook het zelfstandig verzoek van [naam moeder] (de moeder).</para>
      <para>Die procedure draagt als kenmerk zaak-/rekestnummer C/10/552194 / JE RK 18-1801.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft bij beschikking van 3 juli 2018 beslist op de drie genoemde verzoeken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij op 6 juli 2018 om 12.59 uur ter griffie ontvangen faxbrief heeft verzoeker de wraking van de rechter verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de zitting van 3 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker, de rechter en de GI zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.</para>
      <para>De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 9 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 13 juli 2018, waar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verschenen verzoeker en de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft een mondelinge toelichting gegeven. Ook de rechter heeft zijn standpunt nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend waren geworden – zoals artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vereist.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
        </para>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende. Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter op de zitting van 3 juli 2018. Verzoeker was, bijgestaan door zijn advocaat, op die zitting aanwezig en heeft bij die gelegenheid kennis genomen van die uitlatingen, gedragingen en beslissingen.</para>
        <para>Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede “zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn” betekent dat een wrakingsverzoek dient te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is.</para>
        <para>Naar het oordeel van de wrakingskamer is hier sprake van een overschrijding van de termijn waarbinnen een wrakingsverzoek moet worden ingediend. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan ter zitting van 3 juli 2018, terwijl het verzoek tot wraking eerst drie dagen nadien is ingediend, op 6 juli 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft ter zake toegelicht dat hij de rechter tijdens de zitting van 3 juli 2018 al wilde wraken en dat hij daartoe tijdens die zitting een briefje met daarop de tekst ‘wraken?’ naar zijn advocaat heeft geschoven maar dat zijn advocaat daarop toen afwijzend heeft gereageerd. Omdat verzoeker de rechter nog steeds wilde wraken, heeft hij op 5 juli 2018 om 11.26 uur telefonisch contact opgenomen met de rechtbank om informatie op te vragen en de volgende dag om 12.59 uur per fax het onderhavige wrakingsverzoek ingediend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer ziet in de door verzoeker geschetste omstandigheden geen aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Vaststaat immers dat verzoeker al tijdens de zitting van 3 juli 2018 kennis genomen heeft van de door hem aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegde uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter, dat verzoeker toen al besloten had de rechter te wraken maar dat zijn advocaat hem daarvan toen heeft afgehouden. Vervolgens heeft verzoeker bijna twee dagen gewacht met het opvragen van informatie bij deze rechtbank omtrent een door hemzelf, zonder medewerking van zijn advocaat, in te dienen wrakingsverzoek, waarna hij nog eens een volle dag heeft gewacht met het daadwerkelijk indienen daarvan. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is onder die omstandigheden geen sprake.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.5</emphasis>
        </para>
        <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het wrakingsverzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. Van Kuilenburg.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, voorzitter, mr. M. Fiege en mr. M.G.L. de Vette, rechters, en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2018 in tegenwoordigheid van mr. O.M. Stoute, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- </para>
    <para>- </para>
    <para>- </para>
    <para>- </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>