<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:5754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-17T13:30:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 17 / 3933</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:5754">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:5754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-17T11:43:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:5754 Rechtbank Rotterdam , 13-07-2018 / ROT 17 / 3933</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:5754:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres is geen belanghebbende bij ontheffing van het Rvv. Statutair doel te ruim geformuleerd en bovendien wordt de jacht niet gereguleerd of rechtstreeks mogelijk gemaakt door de ontheffing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:5754:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: ROT 17/3933</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juli 2018 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Dierenradar, te Stolwijk, eiseres,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. M. van Duijn,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigden: mr. J.L. Gongriep en mr. G.A. Stoop.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende heeft aan het geding deelgenomen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wild Beheer Combinatie </emphasis>(de combinatie) te Stolwijk, ontheffinghoudster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.C. Wouda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 januari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder, onder intrekking van besluiten van 3 november 2016, zoals gewijzigd op 18 november 2016, voor 13 personen- of bedrijfsauto’s in totaal twee ontheffingen verleend van het bepaalde in artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Rvv 1990) voor zes fietspaden in Bergambacht en Stolwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder onder gedeeltelijke gegrondverklaring van het bezwaar, de motivering aangepast en de ontheffingen gehandhaafd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2018. Het beroep is gevoegd behandeld met de zaken met zaaknummers ROT 17/4816 en ROT 17/4561. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en door [voorzitter van eiseres] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Namens de combinatie is haar gemachtigde verschenen, vergezeld door [lid van de combinatie] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de zitting zijn de zaken weer gesplitst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft ontheffingen verleend van het verbod voor bestuurders van een motorvoertuig om gebruik te maken van fietspaden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Allereerst moet ambtshalve worden beoordeeld of eiseres belanghebbende is omdat slechts een belanghebbende beroep tegen een besluit beroep kan instellen bij de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Blijkens artikel 2, eerste lid, onder a, van haar statuten stelt eiseres zich, in de kern, ten doel de bescherming van dieren en/of hun habitat in de ruimste zin des woords, in zowel Nederland als in het buitenland. De overige in artikel 2, eerste lid, onder b tot en met g, het tweede lid en het derde lid onder a tot en met t genoemde taken en werkzaamheden zijn hieraan ondersteunend maar perken het doel niet in. Het statutaire doel van eiseres is daarmee dermate ruim geformuleerd dat dit onvoldoende onderscheidend werkt om te kunnen aannemen dat haar belang rechtstreeks is betrokken bij de door verweerder verleende ontheffingen. Ter zitting is door eiseres betoogd dat zij zich ook inzet voor de bescherming van de waarden van het gebied waarop de ontheffingen betrekking hebben. Deze doelstelling staat echter niet in de statuten omschreven en kan niet worden begrepen onder de bescherming van de habitat van dieren. Eiseres heeft verder betoogd dat uit artikel 2, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) volgt dat verweerder bij de besluitvorming rekening dient te houden met de gevolgen voor het milieu. Bij de beoordeling of eiseres belanghebbende is, is echter niet relevant of het belang van eiseres een belang is dat de Wvw 1994 beoogt te beschermen. Slechts van belang is of zij een belang heeft dat rechtstreeks wordt getroffen door het besluit waartegen bezwaar is gemaakt (uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3135). Verder overweegt de rechtbank dat het eiseres in feite is te doen om wat de ontheffinghoudster buiten de motorvoertuigen waarop de ontheffing betrekking heeft doet, namelijk jagen. De jacht wordt echter niet door de ontheffing gereguleerd en dus niet rechtstreeks door de ontheffing mogelijk gemaakt. Zelfs als het belang van eiseres al als voldoende onderscheidend zou worden aangemerkt, wordt dat niet rechtstreeks geraakt door de ontheffingverlening.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen is overwogen onder 2.1 is eiseres geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb.</para>
      <para />
      <para>3. Het voorgaande betekent dat verweerder eiseres ten onrechte heeft ontvangen in haar bezwaar. Het door eiseres ingestelde beroep dient om die reden gegrond te worden verklaard en het bestreden besluiten dient te worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om gebruik te maken van de bevoegdheid neergelegd in artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Awb door zelf in de zaak te voorzien en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
      <para />
      <para>4. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.</para>
      <para />
      <para>5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.004,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting in bezwaar, </para>
      <para>1. punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 501,- en wegingsfactor 1). De rechtbank veroordeelt verweerder voorts in de door eiseres gemaakte reiskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 17,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk en</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para> bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 333,- vergoedt.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van in totaal € 2.021,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, voorzitter, en mr. A.C. Rop en </para>
      <para>mr. C.L.G.F.H. Albers, leden, in aanwezigheid van mr. M.I. Hiemstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier		rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>