<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:5438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-09T10:51:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/652096-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:5438">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:5438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-09T10:51:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:5438 Rechtbank Rotterdam , 19-04-2018 / 10/652096-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:5438:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplegen van schuldheling; medeplichtigheid aan poging tot diefstal door middel van verbreking, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen; opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:5438:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/652096-16</para>
      <para>Datum uitspraak: 19 april 2018</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsman mr. J. van der Stel, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 5 april 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. </para>
      <para>De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. R. Segerink heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder de feiten 2 impliciet primair en 7 impliciet primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder de feiten 1, 2 impliciet subsidiair, 3, 4 primair, 5, 6 en 7 impliciet subsidiair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest, waarvan 50 uren subsidiair 25 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met algemene voorwaarden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder de feiten 2 impliciet primair en 7 impliciet primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak </emphasis>
        </para>
        <para>Wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs acht de rechtbank het onder de feiten 3 en 4 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder de feiten 1 en 4 subsidiair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 2 impliciet subsidiair, 5 en 7 impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1, 4 subsidiair en 6 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>hij op 31 juli 2016 te Rotterdam een goed, te weten een</para>
        <para>bromfiets/scooter (merk: Kymco), heeft voorhanden gehad,</para>
        <para>terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat goed</para>
        <para>wist, dat het een door misdrijf,</para>
        <para>namelijk door diefstal, verkregen goed betrof;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>[10/124993-16]</para>
        <para>hij <emphasis role="italic">op 31 mei</emphasis> 2016 te Rhoon, gemeente</para>
        <para>Albrandswaard, tezamen en in vereniging met een ander, </para>
        <para>een goed, te weten een snorfiets (merk Piaggio) heeft, voorhanden</para>
        <para>gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden</para>
        <para>krijgen, redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.</para>
        <para>[10/082289-16]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Subsidiair</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] op 27 september 2015 te Rotterdam</para>
        <para>ter uitvoering van het door [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om</para>
        <para>tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-<emphasis role="italic">e</emphasis>ëigening weg te nemen, een scooter/bromfiets (merk Piaggio Zipp, kenteken: [kentekennummer 1] ), toebehorende aan [naam slachtoffer 1] ,</para>
        <para>en die weg te nemen scooter/bromfiets onder hun bereik te brengen</para>
        <para>door middel van, verbreking terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam</para>
        <para>is geweest door op de uitkijk te staan;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.</para>
        <para>[10/181226-15]</para>
        <para>hij op 4 augustus 2015 te Rotterdam</para>
        <para>openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Spinozaweg,</para>
        <para>in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen (te weten [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] ), welk geweld bestond uit</para>
        <para>-het trappen in de rug van die [naam slachtoffer 2]</para>
        <para>en</para>
        <para>-het meermalen, (met de vuist) slaan en/of stompen in</para>
        <para>het gezicht, van die [naam slachtoffer 3] , ten gevolge waarvan die</para>
        <para>
          [naam slachtoffer 3] ten val is gekomen en</para>
        <para>-het meermalen, trappen in de rug, van die [naam slachtoffer 3] (terwijl die [naam slachtoffer 3] op de grond lag);</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6.</para>
        <para>[10/181226-15]</para>
        <para>hij op 4 augustus 2015 te Rotterdam opzettelijk en</para>
        <para>wederrechtelijk een fiets, toebehorende aan een ander of anderen dan aan</para>
        <para>verdachte, heeft beschadigd;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>7.</para>
        <para>[10/181226-15]</para>
        <para>hij op 3 september 2015 te Rotterdam, </para>
        <para>tezamen en in vereniging met een ander, </para>
        <para>een bromfiets/brommobiel (van het merk Peugeot S1) heeft,</para>
        <para>voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn</para>
        <para>mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die</para>
        <para>eer<emphasis role="italic">der</emphasis>genoemde bromfiets/brommobiel redelijkerwijs had(den)</para>
        <para>moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 1  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzetheling;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van schuldheling;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 4 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplichtigheid aan poging tot diefstal door middel van verbreking, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 5</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 6</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 7</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van schuldheling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De  verdachte heeft zich in de periode van 4 augustus 2015 tot en met 31 juli 2016 schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten. Verdachte was ten tijde van de gepleegde feiten respectievelijk zeventien en achttien jaar oud. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 4 augustus 2015 heeft de verdachte zich met anderen te Rotterdam schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen een man en een vrouw. De verdachte heeft zonder aanleiding zinloos geweld tegen de slachtoffers gebruikt. De vrouw is hierbij in haar rug geschopt en de man is meermalen in zijn gezicht geslagen en gestompt, waardoor hij is gevallen en, terwijl hij op de grond lag, is er nog tegen zijn rug geschopt. Tevens heeft de verdachte een fiets beschadigd door daar tegenaan te trappen. </para>
        <para>De rechtbank rekent de verdachte deze feiten zeer aan. De verdachte en zijn mededaders hebben de confrontatie gezocht met de slachtoffers en hebben vervolgens fors geweld tegen hen uitgeoefend. Naast het lichamelijke letsel dat de slachtoffers hierdoor hebben opgelopen, geeft de psychische impact van het incident wellicht de grootste schade. Een dergelijke openlijke geweldpleging roept daarnaast bij omstanders en ook in de samenleving, gevoelens van onrust en onveiligheid op. De beschadiging van de fiets is een ergerlijk feit, dat overlast en financiële schade veroorzaakt bij de gedupeerde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de verdachte zich op 31 juli 2016 met een ander te Rotterdam schuldig gemaakt aan opzetheling van een bromfiets/scooter, op 3 september 2015 en 31 mei 2016 heeft hij zich met een ander schuldig gemaakt aan schuldheling van een bromfiets/brommobiel en een snorfiets en op 27 september 2015 heeft hij zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een poging tot diefstal van een scooter/bromfiets door op de uitkijk te staan. </para>
        <para>Zowel ten aanzien van de heling en de poging tot diefstal geldt dat de verdachte door zijn handelen geen blijk heeft gegeven van respect voor het eigendomsrecht van de benadeelden. Door zich schuldig te maken aan heling heeft de verdachte bovendien bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 maart 2018, waaruit blijkt dat de verdachte ten tijde van de gepleegde strafbare feiten niet eerder veroordeeld was.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportages </emphasis>
          </para>
          <para>De Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 6 november 2017. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport dat onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende strafadvies inhoudt:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De Raad adviseert de kinderrechter verdachte een deels (on)voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, onder de algemene voorwaarden dat hij:</para>
        </parablock>
        <para>- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar</para>
        <para>feit;</para>
        <para>- zijn medewerking verleent aan het vaststellen van zijn identiteit;</para>
        <para>- zijn medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan</para>
        <parablock>
          <para>huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
          <para>en onder de bijzondere voorwaarde dat hij een door Reclassering Nederland te</para>
          <para>bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door</para>
          <para>de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent</para>
          <para>en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht, </para>
          <para>waarbij aan Reclassering Nederland locatie Rotterdam opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepassing van het jeugdstrafrecht</emphasis>
        </para>
        <para>Krachtens artikel 77c Sr kan de rechtbank – ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren doch niet die van 23 jaren heeft bereikt – recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de verdachte tijdens een deel van de bewezen feiten de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Gelet op de persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van die bewezenverklaarde feiten op grond van artikel 77c Sr het jeugdstrafrecht toepassen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straffen</emphasis>
        </para>
        <para>Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een deels voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van na te noemen duur opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de vaststelling van de op te leggen straf rekening gehouden met het aanzienlijke tijdsverloop tussen de pleegdata van de feiten en de behandeling ter terechtzitting hiervan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de tijd gelegen tussen het plegen van de feiten en de behandeling van deze zaak is de verdachte eenmaal door de politierechter van deze rechtbank veroordeeld wegens het plegen van de diefstal van een fiets in mei 2016. Daarbij is een taakstraf opgelegd. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing, wat hoort te leiden tot een matiging van de op te leggen straf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het tijdsverloop tussen de gepleegde strafbare feiten en de zitting en gelet op de omstandigheid dat in de tussentijd van nieuwe (verdenkingen van) vermogens- en geweldsdelicten als de onderhavige niet is gebleken, ziet de rechtbank geen aanleiding aan de verdachte bijzondere voorwaarden met reclasseringsbegeleiding en -toezicht op te leggen, zoals de Raad heeft geadviseerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het voorwaardelijke deel van de straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Algemene afsluiting</emphasis>
        </para>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vorderingen benadeelde partijen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] </emphasis>
      </para>
      <para>Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] , beiden wonende te Rotterdam, ter zake van het onder feit 5 ten laste gelegde feit. De benadeelde partijen hebben evenwel geen bedrag gevorderd.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie/ De verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partijen niet ontvankelijk te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft eveneens verzocht de benadeelde partijen niet ontvankelijk te verklaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet duidelijk is geworden welke schade zij hebben geleden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>In deze procedure wordt over schadevergoeding voor de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] geen inhoudelijke beslissing genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van de benadeelde partij [naam benadeelde 3]</emphasis>
        </para>
        <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 3] , wonende te Rotterdam, ter zake van het onder 7 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van </para>
        <para>€ 877,34 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie/de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft eveneens verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd, rechtstreeks verband houdt met het onder 7 impliciet subsidiair bewezen verklaarde feit, te weten de schuldheling.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>In deze procedure wordt over schadevergoeding voor de benadeelde partij [naam benadeelde 3] geen inhoudelijke beslissing genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 45, 47, 48, 63, 77a, 77c, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 141, 311, 350, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 impliciet primair, 3, 4 primair en 7 impliciet primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 impliciet primair, 2 impliciet subsidiair, 4 subsidiair, 5, 6 en 7 impliciet subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) uur</emphasis>, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek <emphasis role="bold">114 (honderdveertien) uur</emphasis> te verrichten werkstraf resteert;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 57 dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot <emphasis role="bold">50 (vijftig) uur</emphasis> subsidiair 25 dagen jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de proeftijd vast op <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis> onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde  zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. H.C.C. Hes-Bakkeren, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>en mrs. A.A.J. de Nijs en A.M.T.A. Verhagen, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.J. Berke , griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst gewijzigde tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 juli 2016 te Rotterdam een goed, te weten een</para>
      <para>bromfiets/scooter (merk: Kymco), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad,</para>
      <para>terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed</para>
      <para>wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf,</para>
      <para>namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed</para>
      <para>betrof;</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>[10/124993-16]</para>
      <para>hij in of omstreeks 30 mei tot en met 9 juni 2016 te Rhoon, gemeente</para>
      <para>Albrandswaard,,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>een goed, te weten een snorfiets (merk Piaggio) heeft verworven, voorhanden</para>
      <para>gehad en/of overgedragen,</para>
      <para>terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden</para>
      <para>krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten</para>
      <para>vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>[10/082289-16]</para>
      <para>hij op of omstreeks 27 september 2015 te Rotterdam</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een</para>
      <para>bromfiets (merk: Keeway Fact 50, kleur: zwart, kenteken: [kentekennummer 2] ), in elk geval</para>
      <para>enig goed,</para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk</para>
      <para>geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn</para>
      <para>mededaders;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>[10/082289-16]</para>
      <para>hij op of omstreeks 27 september 2015 te Rotterdam</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen</para>
      <para>een scooter/bromfiets (merk Piaggio Zipp, kenteken: [kentekennummer 1] ),</para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk</para>
      <para>geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn</para>
      <para>mededaders</para>
      <para>en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of</para>
      <para>die/dat weg te nemen scooter/bromfiets en/of goed(eren) onder zijn/haar/hun</para>
      <para>bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, </para>
      <para>met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op de uitkijk heeft gestaan,</emphasis>
      </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] op of omstreeks 27 september 2015 te Rotterdam</para>
      <para>ter uitvoering van het door [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen,</para>
      <para>een scooter/bromfiets (merk Piaggio Zipp, kenteken: [kentekennummer 1] ),</para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk</para>
      <para>geval aan een ander of anderen dan aan die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of zijn</para>
      <para>mededaders en/of verdachte,</para>
      <para>en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of</para>
      <para>die/dat weg te nemen scooter/bromfiets en/of goed(eren) onder zijn/haar/hun</para>
      <para>bereik te brengen</para>
      <para>door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met één of meer van zijn</para>
      <para>mededader(s), althans alleen,</para>
      <para>
        [naam medeverdachte 1] een hamer en/of een schroevendraaier heeft aangegeven aan [naam medeverdachte 2]</para>
      <para>en/of zijn mededader(s), waarop die [naam medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) de</para>
      <para>schroevendraaier en/of de hamer in het contactslot heeft geduwd/geslagen,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      <para>bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam</para>
      <para>is geweest door op de uitkijk te staan;</para>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
      <para>[10/181226-15]</para>
      <para>hij op of omstreeks 4 augustus 2015 te Rotterdam</para>
      <para>openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Spinozaweg, in elk geval op</para>
      <para>of aan een openbare weg of aan een openbare weg, in vereniging</para>
      <para>geweld heeft gepleegd tegen personen (te weten [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] ),</para>
      <para>welk geweld bestond uit</para>
      <para>-het roepen: "O jo we gaan ze slaan" en/of "We gaan ze slaan. We gaan ze</para>
      <para>slaan" en/of</para>
      <para>-het trappen in/tegen de rug, in elk geval tegen het lichaam, van die [naam slachtoffer 2]</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-het meermalen, althans eenmaal, (met de vuist) slaan en/of stompen in/tegen</para>
      <para>het gezicht, in elk geval het hoofd, van die [naam slachtoffer 3] , ten gevolge waarvan die</para>
      <para>
        [naam slachtoffer 3] ten val is gekomen en/of</para>
      <para>-het meermalen, althans eenmaal, trappen in/tegen de rug en/of arm, in elk</para>
      <para>geval tegen het lichaam, van die [naam slachtoffer 3] (terwijl die [naam slachtoffer 3] op de grond lag);</para>
      <para>art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.</para>
      <para>[10/181226-15]</para>
      <para>hij op of omstreeks 4 augustus 2015 te Rotterdam opzettelijk en</para>
      <para>wederrechtelijk een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele</para>
      <para>toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan</para>
      <para>verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;</para>
      <para>art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.</para>
      <para>[10/181226-15]</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 september 2015 te Rotterdam,</para>
      <para>in elk geval in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>een bromfiets/brommobiel (van het merk Peugeot S1) heeft verworven,</para>
      <para>voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn</para>
      <para>mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die</para>
      <para>eergenoemde bromfiets/brommobiel wist(en), althans redelijkerwijs had(den)</para>
      <para>moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</para>
      <para>art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>