<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:5001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T16:23:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/550287 / FT EA 18/769</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=1&amp;g=2005-12-01">Faillissementswet 1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2018-0208</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:5001">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:5001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-22T09:28:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:5001 Rechtbank Rotterdam , 17-05-2018 / C/10/550287 / FT EA 18/769</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:5001:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspreken van het faillissement, na 2e eigen aangifte tot faillietverklaring, wel gerechtvaardigd omdat er thans naar verwachting wel enig te executeren vermogen is. De lopende huurovereenkomst kan beëindigd worden en de borg opgeëist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:5001:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Insolventienummer: [Nummer]</para>
      <para>Uitspraak: 17 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op de aangifte tot faillietverklaring (rekestnummer: [rekestnummer] ) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SUSHI SPECIALIST B.V.</emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende aan de Vlambloem 153</para>
      <para>3068 JG Rotterdam,</para>
      <para>postadres aan de Wolwever 3</para>
      <para>3201 TM  Spijkenisse,</para>
      <para>statutair gevestigd te Spijkenisse,</para>
      <para>aangeefster. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heer [naam] , (middellijk) bestuurder van aangeefster, is op 15 mei 2018 in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken, alsmede het verhandelde ter terechtzitting, is voldoende duidelijk geworden dat aangeefster verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. In zoverre is voldaan aan de in de Faillissementswet gestelde eisen om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard. Dat neemt evenwel niet weg dat het faillissement strekt tot vereffening van het vermogen van de gezamenlijke schuldeisers en dat daarom tevens van belang is of sprake is van enig vermogen, of van andere omstandigheden die het uitspreken van het faillissement rechtvaardigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartoe is het volgende van belang. Aangeefster heeft op 21 november 2017 -voor het eerst- een verzoek tot (op eigen aangifte) faillietverklaring ingediend. Daarop is door de rechtbank bij beschikking van 30 november 2017 afwijzend beslist omdat er naar verwachting geen te executeren vermogen was. Tegen deze uitspraak is geen appel ingesteld. Ter terechtzitting van 15 mei 2018 heeft de bestuurder van aangeefster verklaard dat hij contact heeft opgenomen met de crediteuren van aangeefster om tot een regeling te komen; zo ook met de verhuurder van het bedrijfspand. Met de verhuurder is geen regeling tot stand gekomen, waardoor de huurovereenkomst niet is geëindigd en nog ongeveer 26 maanden doorloopt. Verder is ook de borg van € 10.000,- niet terug ontvangen.</para>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het uitspreken van het faillissement van aangeefster wordt gerechtvaardigd omdat er naar verwachting enig te executeren vermogen is, dan wel omdat in een faillissement in ieder geval een einde kan worden gemaakt aan de lopende huurovereenkomst.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van aangeefster in Nederland ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart SUSHI SPECIALIST B.V. voornoemd in staat van faillissement;</para>
    <para />
    <para>- benoemt tot rechter-commissaris mr. A.J. van Spengen, lid van deze rechtbank;</para>
    <para />
    <para>- stelt aan tot curator mr. J.G. Plet, advocaat te Spijkenisse;</para>
    <para />
    <para>- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van Spengen, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. D.H.H. Peters, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2018 </para>
      <para>te 14.00 uur. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>