<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:4773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-18T14:24:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6473659 CV EXPL 17-8424</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4773">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4773</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-18T11:13:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:4773 Rechtbank Rotterdam , 14-06-2018 / 6473659 CV EXPL 17-8424</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:4773:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ziggo telefoonabonnement voor de duur van 24 maanden. Is bepaling in de algemene voorwaarden dat een overeenkomst voor bepaalde duur niet tussentijds opzegbaar is in strijd met Richtlijn oneerlijke bedingen en onredelijk bezwarend?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:4773:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: 6473659 CV EXPL 17-8424</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>uitspraak: 14 juni 2018</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ziggo Services B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [gedaagde],</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaatsnaam],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.B. Visser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als Ziggo en [gedaagde]. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het exploot van dagvaarding van 1 november 2017, met één productie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Omschrijving van het geschil</title>
    <bridgehead role="italic">1. 	De feiten</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij Ziggo per 20 maart 2015 een alles-in-1 basis abonnement afgesloten voor televisie, internet en telefonie voor de duur van 24 maanden. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Ziggo van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Artikel 4 van de algemene voorwaarden luidt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“1. Het Abonnement geldt voor onbepaalde tijd. De Klant kan het Abonnement schriftelijk, telefonisch en elektronisch via de Klantenservice te allen tijde opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand.</para>
        <para>2. Ziggo kan met de Klant een minimum-abonnementsduur overeenkomen. Opzegging van het Abonnement en het bijbehorende Standaard RTV-Abonnement, is in dat geval voor het eerst mogelijk tegen het einde van de geldende minimum-abonnementsduur.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft Ziggo telefonisch medegedeeld de overeenkomst te willen beëindigen per 1 juni 2016. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Ziggo heeft het abonnement per 3 mei 2017 beëindigd.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2.	Het geschil </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ziggo heeft bij dagvaarding gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 486,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 439,78 vanaf 27 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ziggo legt nakoming van de overeenkomst aan de vordering ten grondslag. Naast </para>
        <para>een bedrag van € 439,78 aan hoofdsom (de maandtermijnen over de periode van 1 augustus 2016 tot en met 4 mei 2017 en afsluitkosten ad € 20,-) vordert zij een bedrag van € 6,41 aan vervallen wettelijke rente en € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan. De overeenkomst is beëindigd per 1 juni 2016. Voor eventueel geleverde diensten na die datum zijn geen kosten verschuldigd. Daarnaast is [gedaagde] geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd omdat hij nooit een aanmaning heeft ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Door [gedaagde] wordt betwist dat hij nog iets verschuldigd is aan Ziggo na 1 juni 2016. Door Ziggo wordt weliswaar erkend dat [gedaagde] de overeenkomst per 1 juni 2016 heeft willen opzeggen maar een tussentijdse opzegging op grond van artikel 4 van haar algemene voorwaarden is volgens Ziggo niet mogelijk. </para>
        <para>Nu het hier een overeenkomst gesloten door een consument betreft, dient ambtshalve te worden getoetst of deze voorwaarde als een onredelijk beding in de zin van de Europese Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Richtlijn 93/13) dient te worden beschouwd. In dit verband zij opgemerkt dat het niet gaat om een kernbeding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Conform de Richtlijn 93/13 dient op grond van de artikelen 6:236 en 6:237 BW worden onderzocht of artikel 4 ‘onredelijk bezwarend’ wordt vermoed te zijn. </para>
        <para>De overeenkomst is een overeenkomst als bedoeld in artikel 6:236 onder j BW daar zij strekt tot het geregeld afleveren van zaken. Dit brengt mee - volgens het bepaalde in artikel 6:237 onder k BW - dat de consument bij een contractsduur van meer dan één jaar de mogelijkheid behoort te worden geboden om de overeenkomst in elk geval na één jaar op te zeggen met in achtneming van een opzegtermijn van ten hoogste een maand. Dit betekent dat artikel 4 van de algemene voorwaarden dat bepaalt dat de overeenkomst tussen Ziggo en [gedaagde] niet tussentijds, dus ook niet na een jaar, opgezegd kan worden op grond van artikel 6:237 sub k BW wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, tenzij Ziggo dit vermoeden weerlegt. Ziggo zal hiertoe bij het nemen van een akte in de gelegenheid worden gesteld. [gedaagde] mag daarna reageren middels een akte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>alvorens verder te beslissen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">donderdag 12 juli 2018 te 10.00 uur</emphasis> voor het nemen van een akte door - eerst – Ziggo voor het in rechtsoverweging 3.2 genoemde doel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>745</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>