<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:4567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-12T09:07:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/812120-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4567">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4567</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-12T09:06:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:4567 Rechtbank Rotterdam , 16-03-2018 / 10/812120-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:4567:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens woninginbraak. DNA match van de verdachte met een bloedspoor in de woning.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:4567:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/812120-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 16 maart 2018</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>zonder bekende woon-of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigd raadsvrouw mr. S. Arakelyan, advocaat te Schiedam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 maart 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. C.W.A.M. Nij Bijvank heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gevangenneming van de verdachte.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Aangevoerd is dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. De verdachte voldoet niet aan het door de getuige [naam getuige] opgegeven signalement en ook het enkel aantreffen van een bloedspoor van de verdachte in de woning is onvoldoende om tot de conclusie te komen dat hij het feit heeft gepleegd. Het bloedspoor kan opzettelijk door iemand anders zijn achtergelaten om de verdachte voor de inbraak te laten opdraaien. Het is niet aan de verdachte om de aanwezigheid van zijn DNA te verklaren. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>In de avond van 10 september 2016 is er ingebroken in de woning aan het [adres delict] te Schiedam, waarbij er diverse goederen zijn buitgemaakt. De inbrekers zijn de woning binnengekomen door de ruit van de achterdeur in te gooien. De bovenburen van de aangever hoorden glasgerinkel en zagen daarna een man en een vrouw de woning verlaten. De man droeg een gevulde tas en de vrouw een televisie. De politie heeft de volgende ochtend sporenonderzoek gedaan in de woning en daarbij onder meer een bloedspoor op de grond bij de gebroken ruit van de achterdeur aangetroffen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit onderzoek door het NFI blijkt dat dit bloedspoor overeenkomt met het DNA van de verdachte. De rechtbank stelt op grond daarvan vast dat het aangetroffen bloedspoor afkomstig is van de verdachte. Voor de aanwezigheid daarvan heeft hij geen redengevende verklaring gegeven, terwijl dat, anders dan de verdediging meent, wel van hem had mogen worden verwacht. </para>
          <para>Dat iemand anders dan de verdachte het bloedspoor heeft achtergelaten kan niet als een dergelijke verklaring worden aangemerkt. De rechtbank kan zich namelijk in alle redelijkheid, zeker niet zonder enige nadere toelichting die hier ontbreekt, geen voorstelling van maken van waar en op welke wijze een ander de beschikking heeft gekregen over (een) bloed(spoor) van de verdachte en hoe dit dan zou zijn meegenomen naar de plaats delict. Een en ander betekent dat het bloedspoor de verdachte in de woning plaatst. </para>
          <para>Gelet op het korte tijdsverloop tussen de inbraak en het aantreffen van het spoor, merkt de rechtbank dit aan als een daderspoor. Het verweer dat een van de getuigen een beschrijving van de mannelijke inbreker heeft gegeven die mogelijk niet past bij het uiterlijk van de verdachte, is daarmee niet in tegenspraak, nu een subjectieve waarneming van de kleur van een persoon niet opweegt tegen het aantreffen van concreet DNA-materiaal van de dader. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 10 september 2016 te Schiedam tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe<emphasis role="italic">-e</emphasis>igening uit een woning, gelegen op/aan het [adres delict] heeft weggenomen een televisie en een  telefoon en  pakjes shag en een handdoek en een spaarzegelboekje van de Albert Heijn, toebehorende aan [naam slachtoffer] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft  door middel van braak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Om de woning binnen te komen, heeft de verdachte samen met zijn mededader een ruit in de achterdeur met een stoeptegel ingegooid. Woninginbraken zijn buitengewoon ergerlijke feiten, die niet alleen overlast en financiële schade met zich mee brengen, maar tevens gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en de maatschappij in het algemeen veroorzaken. De verdachte heeft zich van deze mogelijke gevolgen kennelijk geen rekenschap gegeven en slechts oog gehad voor zijn eigen persoonlijk gewin.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafblad</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van </para>
        <para>26 februari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen is veroordeeld voor soortgelijke feiten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is volgens zijn strafblad zeven keer eerder veroordeeld, waarvan zes keer voor soortgelijke strafbare feiten. Het feit dat in dit vonnis bewezen is verklaard, is vóór die veroordelingen gepleegd. De verdachte is het voordeel, dat de samenloopbepalingen hem bij gelijktijdige berechting zouden hebben geboden, misgelopen. Op grond van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht dient de rechtbank zich af te vragen welke straf er zou zijn opgelegd als dit feit samen met de reeds afgedane feiten zouden zijn berecht. </para>
        <para> De officier van justitie heeft een strafeis geformuleerd die in een soortgelijke zaak aan een first offender pleegt te worden opgelegd. De verdachte was op de pleegdatum first offender. De rechtbank zal daarom niet afwijken van de eis.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft de gevangenneming van de verdachte gevorderd. De rechtbank ziet geen aanleiding om die vordering toe te wijzen. De verdachte is in de tussenliggende periode meerdere malen in beeld geweest bij politie en justitie. Bovendien beschikt de verdachte over een inschrijving in de basisregistratie personen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
      <para>
        <?linebreak?>wijst af de vordering tot gevangenneming van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. V.F. Milders en M. Smit, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 10 september 2016 te Schiedam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen op/aan het [adres delict] heeft weggenomen een televisie en/of een mobiele telefoon en/of één of meer pakje(s) shag en/of een handdoek en/of een spaarzegelboekje van de Albert Heijn, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de </para>
      <para>plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/ hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>