<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:4447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-08T13:08:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/701247-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4447">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-07T13:39:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:4447 Rechtbank Rotterdam , 08-06-2018 / 10/701247-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:4447:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Voetbalrellen Bekerfinale Feyenoord – FC Utrecht op 24 april 2016.</para>
        <para>Meerdere malen gooien van een noodseinfakkel op het voetbalveld, waardoor deze is vernield en waarmee de verdachte artikel 1.2.7 van het Vuurwerkbesluit heeft overtreden. Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de tenlastegelegde poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel niet kan worden bewezen . </para>
        <para>Straf: een gevangenisstraf voor de duur van twee dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 240 uren. </para>
        <para>De vordering van de benadeelde partij Feyenoord Rotterdam N.V. wordt deels toegewezen, omdat de ontstane schade niet in zijn geheel aan de verdachte is toe te rekenen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:4447:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/701247-16</para>
      <para>Datum uitspraak: 8 juni 2018</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsman mr. R. Haze, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzittingen</title>
    <parablock>
      <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 23 en 25 mei 2018.</para>
      <para>Op 25 mei 2018 is de behandeling van de zaak hervat en heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. M. van den Berg heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 2 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van het voorarrest.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder 2 en 3 tenlastegelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>hij </para>
        <para>op 24 april 2016 te Rotterdam, in het Feyenoordstadion, gelegen aan het Van Zandvlietplein, tijdens de KNVB-bekerfinale Feyenoord-FC Utrecht </para>
        <para>meermalen, als degene die anders dan beroepshalve vuurwerk tot ontbranding bracht, </para>
        <para>opzettelijk handelingen heeft verricht waarvan hij, verdachte, wist en/of redelijkerwijs </para>
        <para>had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren konden optreden voor mens en/of </para>
        <para>milieu, immers heeft hij, verdachte, toen telkens vanaf een tribune in het Feyenoordstadion opzettelijk een (nood)seinfakkel aangestoken en vervolgens die brandende (noodsein)fakkel op het voetbalveld van het Feyenoordstadion gegooid, ten gevolge waarvan dat voetbalveld </para>
        <para>gedeeltelijk is verbrand, zulks terwijl hij, verdachte,  wist en/of had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren konden optreden voor een groot aantal (onbekend gebleven) personen rond het voetbalveld (te weten supporters en/of fotografen en/of suppoosten); </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>hij </para>
        <para>op 24 april 2016 </para>
        <para>te Rotterdam in het Feyenoordstadion, gelegen aan het Van Zandvlietplein, tijdens de</para>
        <para>KNVB-bekerfinale Feyenoord-FC Utrecht </para>
        <para>opzettelijk en wederrechtelijk een deel van een voetbalveld/grasmat, geheel toebehorende aan Stadion Feijenoord N.V., heeft beschadigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
    </title>
    <bridgehead role="bold">overtreding van een voorschrift gegeven in artikel 1.2.7 van het Vuurwerkbesluit </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">vernieling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft op 24 april 2016 tijdens de KNVB bekerfinale tussen Feyenoord en FC Utrecht meerdere noodseinfakkels op de tribune aangestoken en vervolgens op het voetbalveld gegooid. Als gevolg van deze handelingen is wat een leuk potje voetbal moest worden verstoord, zijn de spelers en de KNVB officials op het veld gehinderd in hun werkzaamheden en zijn uitgebrande plekken op het speelveld en de kunstgrasstrook ontstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft door zijn handelen zichzelf en bovenal de supporters om hem heen in gevaar gebracht door de noodseinfakkels op de drukke tribune te ontsteken terwijl hij, zoals hij heeft aangegeven, geen weet had van de werking en van de eventuele gevaren van een verkeerd gebruik. Naast de mensen op de tribune, liepen ook de spelers, de KNVB officials en anderen die op en rond het veld aanwezig waren gevaar. Een aantal van hen stond met de rug naar de verdachte en heeft niet kunnen anticiperen op zijn handelingen. Dit gevaar zettend gedrag neemt de rechtbank de verdachte zeer kwalijk.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 maart 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>7.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Rapportages </emphasis>
          </para>
          <para>Bouman GGZ, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 oktober 2017. Dit rapport houdt het volgende in. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Er is een verband tussen het alcoholgebruik (in combinatie met drugsgebruik) en het delictgedrag van de verdachte. Ook zijn vriendenkring lijkt van invloed te zijn geweest. In het verleden hebben deze factoren vaker een rol gespeeld bij het plegen van delicten. Er zijn geen aanwijzingen voor andere criminogene factoren en/of problematische leefgebieden. De verdachte staat sinds ruim een jaar onder toezicht van de reclassering in het kader van bijzondere voorwaarden bij de schorsing van de voorlopige hechtenis. Sinds de start van het toezicht heeft hij zich afsprakentrouw en begeleidbaar opgesteld en houdt hij zich aan te voorwaarden. Gedurende het toezicht heeft betrokkene de gedragsinterventie Alcohol &amp; Geweld gevolgd, welke hij positief heeft afgerond en welke tot positieve gedragsverandering heeft geleid. De verdachte heeft zelfcontrolemaatregelen bedacht om nieuwe geweldsincidenten te voorkomen. Het recidiverisico wordt derhalve als laag ingeschat. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op dit moment ziet de reclassering geen noodzaak voor interventies en/of verdere reclasseringsbegeleiding. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vanwege de ernst van de feiten acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Gelet op het tijdsverloop tussen de pleegdatum en de dag van de uitspraak, zal deze gevangenisstraf worden beperkt tot de duur van het reeds ondergane voorarrest en zal de rechtbank naast deze onvoorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf van nader te noemen duur opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Vordering benadeelde partij</title>
    <para>Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd <emphasis role="italic">Feyenoord Rotterdam N.V.</emphasis> ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1150,00 aan materiële schade.</para>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Door de officier van justitie is naar voren gebracht dat de schade aan de grasmat en de kunstgrasstrook niet alleen door de handelingen van de verdachte is ontstaan, maar ook door anderen die met fakkels hebben gegooid. Het totaal van de gevorderde schade kan daarom niet alleen aan de verdachte worden toegeschreven. De officier van justitie heeft om die reden gevorderd de vordering tot een bedrag van € 575,00 toe te wijzen en de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk te verklaren. De officier van justitie vordert daarbij een oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen, vanwege een onvoldoende onderbouwing. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Vanwege de beperkte onderbouwing en de onmogelijkheid vast te stellen welk deel van de schade door de verdachte is veroorzaakt, zal de vordering tot een op basis van de thans voorliggende gegevens aannemelijk te achten bedrag van € 300,00 worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat dat deel van de vordering nader onderzoek behoeft, dat een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 24 april 2016.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, welke tot op heden begroot worden op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
        <para>De schadevergoedingsmaatregel is en zelfstandige strafrechtelijke maatregel die beoogt een door een strafbaar feit benadeelde te versterken in zijn positie tot herstel van de rechtmatige toestand. Hieraan ligt de gedachte ten grondslag de benadeelde de inspanningen om dat herstel te bereiken zoveel mogelijk uit handen te nemen. Die inspanningen worden door het opleggen van de maatregel in handen gelegd van het openbaar ministerie. Omdat de benadeelde in de onderhavige zaak een kapitaalkrachtig bedrijf is, verhoudt een oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zich niet met het voornoemde doel hiervan. Om die reden zal de schadevergoedingsmaatregel niet aan de verdachte worden opgelegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op </para>
    <para>- de artikelen 22c, 22d en 350 van het Wetboek van Strafrecht; </para>
    <para>- de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten; </para>
    <para>- artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer en </para>
    <para>- artikel 1.2.7 van het Vuurwerkbesluit. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen</emphasis>; <?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Feyenoord Rotterdam N.V. te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 300,00 (zegge: driehonderd euro),</emphasis> bestaande uit € 300,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. R.J.A.M. Cooijmans en A.A. Kalk, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij </para>
      <para>te Rotterdam </para>
      <para>op of omstreeks 24 april 2016 </para>
      <para>in het Feyenoordstadion, gelegen aan het Van Zandvlietplein, tijdens de </para>
      <para>KNVB-bekerfinale Feyenoord-FC Utrecht </para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan </para>
      <para>Feyenoord-keeper [naam slachtoffer] </para>
      <para>opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen </para>
      <para>meermalen, althans eenmaal, (telkens) een brandende (noodsein)fakkel naar, </para>
      <para>althans in de richting van, die [naam slachtoffer] (op het veld) heeft gegooid, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij </para>
      <para>op of omstreeks 24 april 2016 </para>
      <para>te Rotterdam, </para>
      <para>in het Feyenoordstadion, gelegen aan het Van Zandvlietplein, tijdens de </para>
      <para>KNVB-bekerfinale Feyenoord-FC Utrecht </para>
      <para>meermalen, althans eenmaal, (telkens) </para>
      <para>als degene die anders dan beroepshalve vuurwerk tot ontbranding bracht, </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>al dan niet opzettelijk handelingen heeft verricht en/of heeft nagelaten </para>
      <para>waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs </para>
      <para>had(den) kunnen vermoeden dat daardoor gevaren konden optreden voor mens en/of </para>
      <para>milieu, </para>
      <para>immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen (telkens) </para>
      <para>(vanaf een tribune in het Feyenoordstadion) al dan niet opzettelijk een </para>
      <para>(nood)seinfakkel(s), althans een of meer stuk(s) vuurwerk, aangestoken en/of </para>
      <para>(vervolgens) die brandende (noodsein)fakkel(s) op het voetbalveld van het </para>
      <para>Feyenoordstadion gegooid, ten gevolge waarvan dat voetbalveld geheel of </para>
      <para>gedeeltelijk is verbrand en/of ontploft, </para>
      <para>zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) en/of had(den) kunnen vermoeden dat daardoor gevaren konden optreden voor een groot </para>
      <para>aantal (onbekend gebleven) personen rond het voetbalveld (te weten supporters </para>
      <para>en/of fotografen en/of suppoosten) en/of op het voetbalveld (te weten </para>
      <para>voetballers en/of scheidsrechters); </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij </para>
      <para>op of omstreeks 24 april 2016 </para>
      <para>te Rotterdam </para>
      <para>in het Feyenoordstadion, gelegen aan het Van Zandvlietplein, tijdens de</para>
      <para>KNVB-bekerfinale Feyenoord-FC Utrecht </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>opzettelijk en wederrechtelijk een (deel van een) voetbalveld/grasmat, in elk </para>
      <para>geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stadion Feijenoord N.V., </para>
      <para>in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn </para>
      <para>mededader(s), </para>
      <para>heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>