<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:4237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:58:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6847113 VZ VERZ 18-9410</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>WR 2018/136 met annotatie van J.C.W. Rang</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:4237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-05T11:30:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:4237 Rechtbank Rotterdam , 28-05-2018 / 6847113 VZ VERZ 18-9410</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:4237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek goedkeuring afwijkend huurbeding. Gelet op de omstandigheden geen sprake van een  wezenlijke aantasting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:4237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 6847113 \ VZ VERZ  18-9410</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 28 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking ex artikel 7:291 Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Berkman Beheer B.V. </emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Barendrecht,</para>
      <para>gemachtigde: Hoek en Blok Accountants Belastingsadviseurs Juristen B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Auto Indomij B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Dordrecht,</para>
      <para>medeverzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: Hoek en Blok Accountants Belastingadviseurs Juristen B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden verder aangeduid als “Berkman” en “Auto Indomij”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 24 april 2018 is het verzoek ontvangen ter goedkeuring van de bedingen, afwijkende van de artikelen 7:292 e.v. BW, opgenomen in de tussen partijen gesloten overeenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De kantonrechter heeft op grond van de inhoud van de stukken een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De uitspraak van de beschikking is door de kantonrechter bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoekers hebben twee huurovereenkomsten voor bedrijfsruimten aan de Havenkade 3 te Ridderkerk aan den IJssel en aan de Isaac Newtonstraat 7 Oud-Beijerland gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In die huurovereenkomsten staan de volgende bedingen opgenomen waarvan ze goedkeuring verzoeken: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Deze overeenkomst vangt aan per 1 januari 2018 en heeft een looptijd voor onbepaalde tijd.”</para>
        <para>en;</para>
        <para>“Deze overeenkomst kan door ieder der partijen steeds tegen het einde van een kalenderjaar worden opgezegd bij aangetekend schrijven en met inachtneming van een opzegtermijn van 12 (twaalf) maanden. Verhuurder is daarbij niet gehouden de opzeggingsvereisten en opzeggingsgronden, als genoemd in het Burgerlijk Wetboek 7, Titel 4, Afdeling 6, in acht te nemen.” </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uitgangspunt is dat van de wettelijke bepalingen van de vierde titel van boek 7, waarvan de zesde afdeling gewijd is aan huur van bedrijfsruimte, niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken, behoudens goedkeuring door de rechter (artikel 7:291 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ingevolge het derde lid van artikel 7:291 BW wordt die goedkeuring alleen gegeven als de wettelijke rechten van de huurder van bedrijfsruimte door de afwijking niet wezenlijk worden aangetast, of als de maatschappelijke positie van de huurder zodanig is dat hij de wettelijke bescherming niet nodig heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoekers zich op het standpunt stellen dat geen sprake is van een wezenlijke aantasting, omdat <emphasis role="italic">de huurder </emphasis>belang heeft bij een flexibele huurovereenkomst waaraan zij niet te lang gebonden is<emphasis role="italic">. </emphasis>Dat belang heeft huurster toegelicht door te stellen dat zij in een veranderende markt opereert en een flexibele opzeggingsregeling beter past bij de bedrijfsvoering. Onder die omstandigheden, waarbij doorslaggevend is dat huurder - naar partijen stellen - zelf flexibiliteit heeft verzocht en de consequenties daarvan goed heeft afgewogen en overzien, is geen sprake van een wezenlijke aantasting van de rechten van de huurder. De kantonrechter zal de bedingen dan ook goedkeuren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Nu de onderhavige procedure voortvloeit uit een gemeenschappelijk verzoek, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De beschikking</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent goedkeuring aan de van afdeling 6 titel 4 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek afwijkende bedingen, zoals onder 2.2 van “het verzoek” geciteerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken op de openbare terechtzitting.</para>
      <para>527</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>