<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:3684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-08T10:01:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/652029-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:3684">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:3684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-08T10:00:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:3684 Rechtbank Rotterdam , 09-03-2018 / 10/652029-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:3684:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft op straat, in het bijzijn van diverse omstanders, het slachtoffer met een mes in zijn romp gestoken. Poging tot zware mishandeling bewezen verklaard.</para>
        <para>Verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:3684:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/652029-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 9 maart 2018</para>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] .</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 maart 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. R. Dhoen heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
        <para>Hoewel het slachtoffer geen aangifte heeft willen doen, heeft hij bij de politie wel verklaard dat hij door de verdachte met een mes in de linkerzijde van zijn rug is gestoken, dat in het ziekenhuis vier hechtingen zijn aangebracht, dat alles onder het bloed zat en dat zijn jas en </para>
        <para>t-shirt door het steekincident gescheurd zijn. Zijn verklaring wordt ondersteund door de getuigen [naam getuige 1] en [naam getuige 2] , die beiden verklaren dat zij hebben gezien dat de verdachte een mes uit zijn vest pakte en het slachtoffer daarmee stak. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De getuige [naam getuige 3] , die na de steekpartij met het bloedende slachtoffer naar het ziekenhuis is gereden, bevestigt dat de wond van het slachtoffer is gehecht. Voorts verklaart zij dat zij het slachtoffer naar haar huis heeft gebracht, dat zij zijn jas en zijn broek in de was heeft gedaan en dat zijn onderbroek, t-shirt en een handdoek met bloed nog in de wasmand zouden liggen. Tijdens een doorzoeking van haar woning treft de politie in de badkamer deze kledingstukken ook daadwerkelijk aan en neemt de verbalisant tevens een snee waar in zowel de rugzijde van het t-shirt als in de rugzijde van de jas van het slachtoffer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel zich in het dossier geen medische informatie over het letsel van het slachtoffer bevindt en de exacte locatie van de steekwond daardoor lastig te bepalen is, stelt de rechtbank op grond van het bovenstaande vast dat de verdachte de aangever met kracht met een mes in zijn romp heeft gestoken. In de romp bevinden zich verschillende vitale organen, die de verdachte gemakkelijk had kunnen raken door het slachtoffer in dat deel van het lichaam te steken. De rechtbank oordeelt dan ook dat de verdachte door zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het slachtoffer daarbij zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft geprobeerd om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 12 juni 2016 te Rotterdam</para>
        <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</para>
        <para>aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
        <para>met een mes heeft gestoken in het lichaam van die [naam slachtoffer] ,</para>
        <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Poging tot zware mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf </title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft op straat, in het bijzijn van diverse omstanders, het slachtoffer met een mes in zijn romp gestoken. Het slachtoffer is vervolgens door familieleden hevig bloedend naar het ziekenhuis gebracht, waar het letsel van het slachtoffer gelukkig relatief beperkt bleek en kon worden volstaan met het hechten van de wond. Door het steken van het slachtoffer in deze plek van het lichaam hadden de gevolgen voor het slachtoffer evenwel nog veel ernstiger kunnen zijn. </para>
        <para>Door zijn handelen heeft de verdachte een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer. Daarbij heeft hij geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor het door hem gepleegde feit. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 februari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank zal hiermee in het voordeel van de verdachte rekening houden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal daar echter van afzien. Allereerst moet de verdachte worden aangemerkt als een zogenaamde “first-offender”. Daarnaast geldt ook dat aannemelijk is geworden dat de rol van het slachtoffer in het incident niet geheel zonder enige blaam was. Dit brengt de rechtbank ertoe een taakstraf op te leggen, overeenkomstig de eis van de officier van justitie. </para>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 22c, 22d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van <emphasis role="bold">160 uren</emphasis>, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">80 dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. A. Verweij, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. F.W. van Lottum en L. Amperse, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 juni 2016 te Rotterdam</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om</para>
      <para>aan [naam slachtoffer]</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
      <para>met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gestoken in de</para>
      <para>zij, althans in het lichaam van die [naam slachtoffer] ,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>