<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:3422</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-26T11:03:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15.243 ea</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=354&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 354</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:3422">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:3422</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-26T11:02:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:3422 Rechtbank Rotterdam , 11-04-2018 / 15.243 ea</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:3422:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schone lei ondanks verweer schuldeiser</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:3422:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 11 april 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 24 maart 2015 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1] ,</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
      <para>schuldenares,</para>
      <para>bewindvoerder: mr. P.A. Loeff.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht op 21 december 2017. Op 13 maart 2018 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken aan de rechtbank doen toekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 maart 2018 heeft schuldeiser de heer [naam 2] de rechtbank verzocht om aanwezig te mogen zijn tijdens de behandeling van de toepassing van de schuldsaneringsregeling van schuldenares. Op 21 maart 2018 heeft de rechtbank besloten om de heer [naam 2] ter terechtzitting spreektijd te verlenen als bedoeld in artikel 353 lid 2 Faillissementswet. </para>
      <para>
        <?linebreak?>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 5 april 2018. Daarbij zijn verschenen: de bewindvoerder, schuldeiser de heer [naam 2] en schuldenares bijgestaan door haar advocaat, mr. R.G. van der Laan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heer [naam 2] heeft ter terechtzitting aangevoerd dat schuldenares tijdens haar schuldsaneringsregeling verschillende soorten goederen heeft verkocht via Marktplaats en dat zij de opbrengsten hiervan buiten de boedel heeft gehouden. Hierdoor heeft schuldenares haar schuldeisers benadeeld. Daarnaast heeft de heer [naam 2] aangevoerd dat schuldenares het beheer heeft over de beheer- en spaarrekening van hun dochter. Omdat schuldenares hem al lange tijd geen inzage in deze rekeningen gunt, is het onduidelijk wat er met het (gespaarde) geld is gebeurd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft ter terechtzitting verklaard dat alle verplichtingen in de schuldsaneringsregeling door schuldenares zijn nagekomen. Daarnaast heeft de bewindvoerder verklaard dat de saldi van de beheer- en spaarrekening van de dochter van schuldenares en de heer [naam 2] , door de werking van de schuldsaneringsregeling, reeds in de boedel zijn gevallen: deze rekeningen stonden op naam van schuldenares. De saldi zijn overgemaakt op de boedelrekening. De bewindvoerder heeft ter terechtzitting zijn advies om schuldenares een schone lei te verlenen gehandhaafd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van schuldenares heeft ter terechtzitting aangevoerd dat schuldenares slechts enkele goedkope goederen (kleding van haar dochters) op Marktplaats heeft aangeboden, dat zij met de opbrengst daarvan andere kinderkleding heeft gekocht en dat de opbrengst om die reden buiten de boedel kan worden gehouden. Het verkopen van deze goederen op Marktplaats door schuldenares heeft derhalve geen tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de schuldsanering opgeleverd. Subsidiair is die tekortkoming van een zodanig geringe betekenis dat deze niet aan de verlening van de schone lei in de weg staat. Daarnaast heeft de advocaat van schuldenares aangevoerd dat schuldenares haar verplichtingen gedurende de schuldsaneringsregeling naar behoren is nagekomen en een aanzienlijk bedrag heeft gespaard voor haar schuldeisers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kunnen vaststellen dat schuldenares op Marktplaats kinderkleding heeft verkocht en de opbrengst daarvan op de rekening van haar partner heeft laten overmaken. Op hetzelfde account waarop de kinderkleding werd verkocht, zijn ook andere goederen aangeboden. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat daarmee een substantiële verkoopopbrengst gemoeid is geweest. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er strikt genomen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de schuldsaneringsregeling - schuldenares heeft de opbrengst van de door haar verkochte kinderkleding immers niet op de boedelrekening gestort - maar dat deze tekortkoming van een zodanige aard en geringe betekenis is dat deze niet in weg staat aan verlening van de zogenoemde ‘schone lei’. De rechtbank acht daarbij mede van belang dat schuldenares gedurende de schuldsaneringsregeling haar verplichtingen goed is nagekomen en een aanzienlijk bedrag heeft gespaard ten behoeve van de boedel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal aan schuldenares dan ook de schone lei verlenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt vast dat schuldenares toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en bepaalt dat deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard dan wel geringe betekenis buiten beschouwing blijft;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 24 maart 2018;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal<?linebreak?>€ 3.188,52.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.M. Los, rechter, en in aanwezigheid van de griffier mr. J.L. Lukaart in het openbaar uitgesproken op 11 april 2018.<footnote-ref linkend="_d6eddec5-a2cd-491e-8b87-6ba58796a1d3" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d6eddec5-a2cd-491e-8b87-6ba58796a1d3" label="1">
    <para> Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>