<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:3255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-23T14:20:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/547518 / FT EA 18/548</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=2&amp;g=2005-12-01">Faillissementswet 2</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:3255">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:3255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-23T14:20:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:3255 Rechtbank Rotterdam , 11-04-2018 / C/10/547518 / FT EA 18/548</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:3255:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eigen aangifte faillietverklaring van een natuurlijk persoon (die niet als zelfstandige een bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent). Aangever heeft in Dordrecht gewoond, maar is sinds 2 jaar en 9 maanden woonachtig in Spanje. Het centrum van de voornaamste belangen wordt vermoed Spanje te zijn. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:3255:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats]
      </para>
      <para>aangever,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot zijn (op eigen aangifte) faillietverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 maart 2018 heeft aangever ter griffie van de rechtbank een verzoek tot (op eigen aangifte) faillietverklaring ingediend. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft aangever onder meer aangevoerd dat hij een WAO-uitkering (vanuit Nederland) geniet en dat op </para>
      <para>5 maart 2018 beslag is gelegd op zijn uitkering. Vanaf 1 april 2018 zal zijn volledige uitkering (zonder dat rekening wordt gehouden met een beslagvrije voet) naar de beslaglegger worden overgemaakt. Door zijn faillietverklaring zal in elk geval de beslagvrije voet (weer) worden gerespecteerd, aldus aangever. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alvorens tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek toe te komen, moet de rechtbank toetsen of zij bevoegd is op het verzoek van aangever te beslissen. De Verordening (EU) 2015/484 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (hierna: IVO II) is daarbij van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3 lid 1 IVO II bepaalt dat de rechters van de lidstaat op het grondgebied waarvan het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is, bevoegd zijn een insolventieprocedure (een zogenaamde ‘hoofdprocedure’) te openen. Het centrum van de voornaamste belangen is de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden kenbaar is. Bij een natuurlijk persoon als aangever (die niet als zelfstandige een bedrijfs- en beroepsactiviteit uitoefent) wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed diens gebruikelijke verblijfplaats te zijn. Dit vermoeden geldt alleen indien de gebruikelijke verblijfplaats in de zes maanden voorafgaand aan het aanvragen van de insolventieprocedure niet naar een andere lidstaat is overgebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens het uittreksel uit de Basisregistratie Personen was aangever tot 16 juli 2015 woonachtig in Dordrecht, maar is hij sindsdien woonachtig in Spanje. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dat het centrum van de voornaamste belangen van aangever niet in Nederland gelegen is nu aangever reeds gedurende twee jaar en negen maanden in Spanje woont, zodat de rechtbank zich op grond van artikel 3 lid 1 IVO II niet bevoegd acht een insolventieprocedure te openen. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren om het verzoek tot faillietverklaring in behandeling te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart zich niet bevoegd om het verzoek tot faillietverklaring in behandeling te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 11 april 2018 gegeven door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in aanwezigheid van A. Vervoorn, griffier.<footnote-ref linkend="_f34b5c1b-eb25-456e-a458-806c6ca82e1f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f34b5c1b-eb25-456e-a458-806c6ca82e1f" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>