<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:2053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T16:27:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/546370 / FT EA 18/434</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2018-0121</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:2053">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:2053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-13T16:04:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:2053 Rechtbank Rotterdam , 13-03-2018 / C/10/546370 / FT EA 18/434</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:2053:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eigen aangifte faillissement door een natuurlijk persoon afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:2053:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraakdatum: 13 maart 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres]  </para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
      <para>aangever,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot zijn (op eigen aangifte) faillietverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 maart 2018 heeft aangever ter griffie van de rechtbank een verzoek tot (op eigen aangifte) faillietverklaring ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 maart 2018 is aangever in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken alsmede het verhandelde ter zitting is voldoende duidelijk geworden dat aangever verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. In zoverre is voldaan aan de in de Faillissementswet (hierna: Fw) gestelde eisen om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard. Dat neemt evenwel niet weg dat het faillissement strekt tot vereffening van het vermogen ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers en dat daarom tevens van belang is of sprake is van vermogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een uitkering ontvangt ter aanvulling van de AOW-uitkering van zijn vrouw. Door aangever is niet aannemelijk gemaakt dat er voldoende baten aanwezig zijn of zullen zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden, laat staan dat enige uitkering aan schuldeisers valt te verwachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het doen van een eigen aangifte tot faillietverklaring levert in dit geval misbruik van recht op. Immers aangever wist op het moment van aangifte dat de boedel (nagenoeg) leeg is. Niet gesteld of gebleken is dat belangen van derden een faillissement rechtvaardigen. Dat (niettemin) sprake is van een voldoende gerechtvaardigd belang bij de aangifte is evenmin gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt tot het oordeel dat sprake is van een onevenredigheid tussen het belang bij de eigen aangifte van aangever enerzijds en het belang van de aan te stellen curator om verschoond te blijven van een faillissement waarin op voorhand vaststaat dat alle kosten voor rekening van de curator zullen komen, anderzijds. Te verwachten is dat een curator vanwege een gebrek aan baten en de oplopende faillissementskosten het faillissement ex artikel 16 Fw zo snel mogelijk zal voordragen voor opheffing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	wijst af het verzoek tot faillietverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 13 maart 2018 gegeven door mr. W.J. Geurts-de Veld, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pieters-Boelhouwer, griffier.<footnote-ref linkend="_5bb21b49-c185-449d-95e8-8e77690cf9eb" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5bb21b49-c185-449d-95e8-8e77690cf9eb" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>