<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:11066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:23:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.469 RK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=6&amp;g=2017-12-23">Faillissementswet 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:11066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:11066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:23:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:11066 Rechtbank Rotterdam , 11-12-2018 / 18.469 RK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:11066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Betreft een afwijzing faillissement, waarbij gerekestreerde niet is verschenen.</para>
        <para>Verzoekster heeft het pluraliteitvereiste niet nader kunnen onderbouwen, evenmin zijn er geen steunvorderingen opgegeven.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:11066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
      <para>Uitspraak datum: 11 december 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [adres 1] ,</para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>advocaat: mr. M.W. Huijzer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres 2]
      </para>
      <para>
        [plaats] ,</para>
      <para>statutair gevestigd te Berkel en Rodenrijs,</para>
      <para>verweerster.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 december 29018 is mr. A.P. van Elswijk, namens mr. M.W. Huijzer, advocaat van  verzoekster in raadkamer gehoord.  Hoewel behoorlijk opgeroepen is verweerster niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft gesteld dat zij uit hoofde van een vonnis van 6 juli 2018 een vordering op verweerster heeft voor een totaalbedrag van pro resto € 2,949,52. Voorts heeft verzoekster desgevraagd ter zitting onder verwijzing naar voornoemd vonnis van 6 juli 2018 gesteld dat er sprake is van een steunvordering van [bedrijf] .  Deze vordering is niet voldaan en verweerster verkeert aldus in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft geen kennisgenomen van het verweerschrift van de bestuurder van verweerster, dat eerst na de mondelinge behandeling van de faillissementsaanvraag (en na het sluiten van de zitting) is ontvangen, op een moment dat vonnis was bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6, derde lid van de Faillissementswet (Fw) bepaalt dat summierlijk moet blijken van het bestaan van feiten en of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Hiervoor is in ieder geval vereist dat summierlijk blijkt van het vorderingsrecht van verzoekster en dat summierlijk blijkt dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. In het kader van dit laatste vereiste moet summierlijk zijn gebleken dat meer dan één crediteur onbetaald wordt gelaten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft in haar verzoekschrift gesteld dat sprake is van meerdere crediteuren. Zij heeft die stelling niet onderbouwd, door bijvoorbeeld het noemen van de naam van de crediteur en een verwijzing naar stukken. De rechtbank heeft verzoekster ter zitting gevraagd het pluraliteitsvereiste nader te onderbouwen. Verzoekster heeft toen verwezen naar het bij het verzoekschrift overgelegde vonnis van 6 juli 2018 en betoogd dat hieruit een steunvordering van [bedrijf] voortvloeit. Dat is echter niet wat in dit vonnis staat. In de procedure die tot dit vonnis heeft geleid trad verzoekster op als eiser tegen verweerster en [bedrijf] als gedaagden. Tegen beiden is de vordering van verweerster toegewezen. Uit het vonnis blijkt met andere woorden wel van meerdere debiteuren van verzoekster, maar niet van meerdere crediteuren van verweerster. Ook desgevraagd heeft verzoekster geen andere steunvorderingen kunnen opgeven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.<?linebreak?></para>
      <para>Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	wijst af het verzoek tot faillietverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 11 december 2018  gegeven door mr. F. Damsteegt-Molier, rechter, in aanwezigheid van M. Bijnagte, griffier.<footnote-ref linkend="_2b6b6765-ed2a-4406-8b40-996cf5c5844b" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2b6b6765-ed2a-4406-8b40-996cf5c5844b" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>