<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:10810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-03T08:01:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">563865 / HA RK 18-1448</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:10810">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:10810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-03T08:00:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:10810 Rechtbank Rotterdam , 19-12-2018 / 563865 / HA RK 18-1448</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:10810:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen. Taak van de rechter ter zitting. De rechter heeft bij een comparitie de mogelijkheid om buiten het partijdebat te treden om te onderzoeken of er mogelijk nog andere belangen spelen en/of er andere mogelijkheden zijn om het geschil op te lossen. De beslissing om geen nadere comparitie van partijen te houden is een procesbeslissing die de rechter toekomt en die beide partijen raakt, ook als tijdens de comparitie de mogelijkheid is genoemd de comparitie voort te zetten. Hetgeen door verzoekers is aangevoerd over de feitelijke gang van zaken ten tijde van de comparitie, wordt weersproken door het proces-verbaal dat daarvan is opgemaakt, door de rechter in haar reactie en door de advocaat tijdens de wrakingszitting. Niet gebleken dat verzoekers de rechter geen inlichtingen hebben kunnen verschaffen tijdens de comparitie, of niet hebben kunnen ingaan op door de eiseres verstrekte inlichtingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:10810:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer /  rekestnummer: 563865 / HA RK 18-1448</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 19 december 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoekster]
        </emphasis> en <emphasis role="bold">[naam verzoeker]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. T.M.J. Smits</emphasis>, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1 (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 23 oktober 2018 heeft een door de rechter bij vonnis van 26 juli 2018 in de zaak met als kenmerk 6823106 CV EXPL 18-13267 gelaste comparitie van partijen plaatsgevonden. Het betreft een civiele procedure (kantonprocedure) tussen [naam vennootschap] B.V. als eiseres, tegen verzoekers, als gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij faxbericht van 27 november 2018 hebben verzoekers de rechtbank geïnformeerd dat het partijen niet is gelukt om tot een minnelijke regeling te komen. Verzoekers wensen voortzetting van de comparitie van partijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij faxbericht van 29 november 2018 heeft [naam vennootschap] de rechtbank geïnformeerd geen behoefte te hebben aan een voortzetting van de comparitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 november 2018 heeft de rolzitting plaatsgevonden. De rechtbank heeft partijen bij brief van 30 november 2018 laten weten dat er op 11 januari 2019 vonnis zal worden gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat het verzoekers, via telefonisch contact met de rechtbank, op 4 december 2018 duidelijk was geworden dat de comparitie van partijen niet werd voortgezet hebben zij om wraking van de rechter verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde comparitie van partijen;</para>
    <para>- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek;</para>
    <para>- de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek;</para>
    <para>- de schriftelijke verklaring van mr. T. A. Vermeulen, de advocaat van verzoekers in de civiele procedure;</para>
    <para>- het dossier in de onderliggende procedure.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers, de rechter en eiseres in de kantonprocedure zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.</para>
      <para>De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 12 december 2018 en </para>
      <para>e-mail van 14 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 14 december 2018, waar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verzoekers en de gemachtigde van eiseres in de kantonprocedure, mr. S.A. den Engelsen, verschenen. De rechter heeft vooraf te kennen gegeven dat zij niet in de gelegenheid is de mondelinge behandeling bij te wonen. Verzoekers hebben aan de hand van een pleitnota hun standpunt nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de reactie daarop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter adstructie van het wrakingsverzoek hebben verzoekers het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven -:</para>
        <para>De rechter had zich bij de comparitie van partijen onvoldoende inhoudelijk voorbereid en had onvoldoende regie tijdens de comparitie. Hierdoor stelde de rechter vragen die buiten het partijdebat lagen. Verzoekers hebben onvoldoende de gelegenheid gehad om inlichtingen te geven en het gevoel gehad de rechter op processtukken te moeten wijzen die voor de rechter kenbaar hadden moeten zijn. De rechter heeft al tijdens de comparitie van partijen geventileerd hoe zij over bepaalde aspecten van de zaak dacht. Verzoekers voelden zich hierdoor in het nauw gedreven en waren bang dat de feiten niet juist vastgesteld zouden worden. Tijdens de comparitie van partijen heeft de rechter toegezegd de comparitie van partijen voort te zetten als partijen daar behoefte aan zouden hebben. Verzoekers hebben hierom gevraagd. Dat de rechter heeft besloten de comparitie van partijen niet voort te zetten heeft voor verzoekers bevestigd dat zij jegens hen vooringenomen is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.2</emphasis>
        </para>
        <para>De rechter heeft niet in de wraking berust.  </para>
        <para>De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat geen sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking kan opleveren. Daarbij is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:</para>
        <para>De rechter heeft de comparitie van partijen voorbereid en de ingebrachte stukken bekeken. </para>
        <para>Op de zitting zijn partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunt nog eens uiteen te zetten. </para>
        <para>Nadat de rechter zich voldoende geïnformeerd achtte is met partijen het vervolg van de procedure besproken, waarbij ook de mogelijkheid van een minnelijke regeling aan de orde is gekomen. Met het oog daarop heeft de rechter aangegeven waar zij op dat moment juridische haken en ogen zag zodat partijen met een realistische blik op het eventuele vervolg de onderhandeling in konden gaan. De rechter heeft ter zitting geen definitief oordeel gegeven. Voor de afsluiting van de zitting heeft de rechter, mochten partijen er onderling niet uitkomen, mogelijke opties genoemd, zonder zich vast te leggen of toezeggingen te doen. De rechter heeft niet te kennen gegeven dat er desgewenst een voortzetting van de comparitie zou volgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.1</emphasis>
      </para>
      <para>Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens verzoekers een vooringenomenheid koestert, althans dat de door verzoekers geuite vrees voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.2</emphasis>
      </para>
      <para>Aan de door verzoekers aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter door haar persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.3</emphasis>
      </para>
      <para>Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoekers geuite vrees dat de rechter jegens hen een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoekers van belang, maar is deze niet doorslaggevend. De wrakingskamer overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.4</emphasis>
      </para>
      <para>Vooropgesteld wordt dat het aan de rechter is die de zaak behandelt, om het verloop van de zitting en de regie te bepalen. Daarbij dient uiteraard ook de vraag of door eiseres aan de substantiëringsplicht is voldaan, door de rechter op enig moment te worden beantwoord en kan de rechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht. Voorts heeft de rechter  bij een comparitie de mogelijkheid om buiten het partijdebat te treden om te onderzoeken of er mogelijk nog andere belangen spelen en/of er andere mogelijkheden zijn om het geschil op te lossen. De beslissing om geen nadere comparitie van partijen te houden is een procesbeslissing die de rechter toekomt en die beide partijen raakt, ook als tijdens de comparitie de mogelijkheid is genoemd de comparitie voort te zetten.</para>
      <para>Hetgeen door verzoekers is aangevoerd over de feitelijke gang van zaken ten tijde van de comparitie, wordt weersproken door het proces-verbaal dat daarvan is opgemaakt, door de rechter in haar reactie en door mr. S.A. den Engelsen tijdens de wrakingszitting. Uit het proces-verbaal, de informatie van mr. S.A. den Engelsen en ook uit de schriftelijke verklaring van mr. T.A. Vermeulen, blijkt niet dat verzoekers de rechter geen inlichtingen hebben kunnen verschaffen tijdens de comparitie, of niet hebben kunnen ingaan op door de eiseres verstrekte inlichtingen. Tenslotte en wellicht ten overvloede wijst de wrakingskamer er nog op dat een wrakingsprocedure niet is bedoeld om te voorkomen dat de feiten in de civiele procedure onjuist worden vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de wrakingskamer niet tot de conclusie kan komen dat de rechter - op voorhand - partijdig is. Er is geen sprake van een zwaarwegende aanwijzing dat de door verzoekers geuite vrees dat de rechter een vooringenomenheid jegens hen koestert, objectief gerechtvaardigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.5</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek is gelet op het hiervoor overwogene ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst af het verzoek tot wraking van mr. T.M.J. Smits.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A. Verweij, voorzitter, mr. A. Eerdhuijzen en<?linebreak?>mr. M. de Geus, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2018 in tegenwoordigheid van mr. M.L.F. de Leeuw, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op: </para>
      <para>aan: </para>
    </parablock>
    <para>- [naam verzoekster] ;</para>
    <para>- [naam verzoeker] ;</para>
    <para>- mr. T.M.J. Smits;</para>
    <para>- </para>
    <para>-</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>