<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2018:10268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-17T14:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/731056-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:10268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2018:10268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-14T13:39:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2018:10268 Rechtbank Rotterdam , 17-12-2018 / 10/731056-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2018:10268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mega Boston. Een medeverdachte heeft een undercover politieagent aangebracht als klant bij de verdachte. Er volgen drie pseudokopen waarbij totaal vier vuurwapens worden gekocht. De verdachte heeft samen met zijn zoon en de medeverdachte wapens verhandeld. Er wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2018:10268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/731056-17</para>
      <para>Datum uitspraak: 17 december 2018</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , </para>
      <para>raadsman mr. P. Groenhuis, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21, 23 en 26 november 2018. Het onderzoek is gesloten op 17 december 2018.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. A.I.M.M. Gudde heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden  met aftrek van voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij de uitspraak van het vonnis.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Aangevoerd is dat de verdachte niet meer dan zijdelings betrokken is geraakt bij de overdracht van wapens. Er zijn op een drietal momenten wapens overgedragen, te weten op 28 juni 2017, 6 juli 2017 en op 18 juli 2017. De verdachte heeft een hobbycafé bij zijn woning. De zoon van de verdachte heeft zijn vuurwapen in dat café op 28 juni 2017 verkocht aan [naam verbalisant] . De verdachte zag zichzelf daarmee geconfronteerd toen hij binnen kwam in het café. Op de andere twee dagen heeft medeverdachte [naam medeverdachte 1] vooraf wapens neergelegd bij het café om het te doen voorkomen alsof hij een belangrijke bemiddelaar is met gewichtige contacten in de onderwereld. </para>
          <para>De verdachte is slechts aanwezig geweest in zijn hobbycafé op het moment dat de vuurwapens werden overgedragen. Dat hij zich niet heeft gedistantieerd op die momenten levert geen bijdrage van voldoende gewicht op om een veroordeling op te kunnen baseren. De verdachte dient te worden vrijgesproken. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
          <para>Uit de verslaglegging van [naam verbalisant] in zijn processen-verbaal blijkt dat de verdachte wapens heeft verkocht aan [naam verbalisant] op 28 juni 2017, 6 juli 2017 en op 18 juli 2017.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdediging heeft vraagtekens gezet bij de processen-verbaal van [naam verbalisant] en erop gewezen dat de verdachte en [naam verbalisant] elkaar niet verstonden. Medeverdachte [naam medeverdachte 1] is als tolk opgetreden. Hij is echter geen beëdigde en onpartijdige tolk. [naam medeverdachte 1] had er belang bij om zichzelf in een positief daglicht te stellen. De processen-verbaal van [naam verbalisant] zijn op de vertalingen van medeverdachte [naam medeverdachte 1] gebaseerd, waardoor zij geen betrouwbare weergave van de werkelijkheid zijn. Zij kunnen daardoor - aldus de verdediging - niet voor het bewijs worden gebruikt. Ten aanzien van de eerste overdracht geldt dat de zoon van de verdachte, [naam medeverdachte 2] , heeft verklaard dat het zijn eigen wapen was dat hij heeft verkocht, en dat hij alleen heeft gehandeld.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt dat uit de processen-verbaal van [naam verbalisant] blijkt dat de verdachte ten aanzien van de eerste overdracht heeft samengewerkt met zijn zoon. Uit het dossier kan worden afgeleid dat vader en zoon ook met verdachte [naam medeverdachte 1] hebben samengewerkt. De rechtbank gaat voorbij aan de verklaringen van [naam medeverdachte 2] als hij verklaart dat hij de CZ100 alleen heeft verkocht en de verklaring van de verdachte als hij verklaart dat hij slechts toevallig binnenliep in het café toen het vuurwapen werd verkocht. Beide verklaringen worden weersproken door de processen-verbaal van [naam verbalisant] en de rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van de inhoud van die processen-verbaal te twijfelen. Daarbij merkt de rechtbank op dat dit relaas niet alleen stoelt op de vertaling van medeverdachte [naam medeverdachte 1] . [naam verbalisant] beschrijft ook handelingen van onder meer de verdachte die hij zelf waarneemt. Die handelingen passen in het relaas zoals dat is beschreven. Het is niet aannemelijk geworden dat verdachte [naam medeverdachte 1] zijn vertaling heeft verdraaid om zichzelf anders te presenteren. De processen-verbaal van [naam verbalisant] kunnen voor het bewijs worden gebruikt.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat evenmin aannemelijk is geworden dat medeverdachte [naam medeverdachte 1] de wapens die op 6 en 18 juli 2017 zijn overgedragen vooraf heeft neergelegd bij de verdachte met de bedoeling om [naam verbalisant] ervan te kunnen overtuigen dat hij gewichtige contacten in de onderwereld heeft. Uit het relaas van [naam verbalisant] blijkt dat hij de verdachte op de monitoren in de garage heeft zien komen aanrijden op 6 juli 2017, waarbij de verdachte iets uit de kofferbak van zijn auto pakte en kort daarna de bar binnenliep en een stoffen zak met daarin twee vuurwapens neerlegde. Deze waarneming valt niet te rijmen met de verklaring van de verdachte. Ook van belang in dat verband is dat de verdachte op 6 juli 2017, als [naam verbalisant] probeert iets van de prijs af te krijgen, zeer snel kan beschikken over extra munitie. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdediging heeft bepleit dat uit het feit dat de verdachte uit zijn eigen zak oude briefjes van vijftig euro omwisselde voor nieuwe biljetten van vijftig euro kan worden afgeleid dat het aankoopbedrag niet voor de verdachte bestemd was, maar voor medeverdachte [naam medeverdachte 1] . </para>
          <para>De rechtbank volgt de verdachte niet hierin. Uit het relaas van [naam verbalisant] blijkt dat de verdachte – en hij alleen – zich bezig hield met de ontvangst van de betaling voor de verschillende wapenoverdrachten. Alle keren telde hij het geld. Uit niets blijkt dat hij de aankoopbedragen voor [naam medeverdachte 1] incasseerde.  Het feit dat hij een bijzondere belangstelling toonde voor nieuwe briefjes van € 50,- en een aantal daarvan inwisselde voor oude briefjes maakt dit niet anders.   </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op basis van de processen-verbaal van [naam verbalisant] over de overdrachten die plaatsvonden op 6 en 18 juli 2017 stelt de rechtbank vast dat de verdachte die wapens heeft verkocht. Verdachte [naam medeverdachte 1] heeft daarbij samengewerkt met de verdachte. [naam medeverdachte 1] was namelijk steeds op de hoogte van de huidige voorraad van de verdachte en hij wist ook de verkoopprijs steeds aan [naam verbalisant] te melden. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Bewezen is dat de verdachte zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging met anderen overdragen van vuurwapens en munitie.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op meer tijdstippen in de periode van 28 juni 2017 tot en met 18 juli 2017 te Sint Willebrord, tezamen en in vereniging met  anderen, wapens van categorie III, te weten </para>
      </parablock>
      <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk Walther, model P38, kaliber 9 mm) en</para>
      <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk FN, kaliber 6.35 mm, type 1906 Baby FN) en </para>
      <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk Walther, kaliber 7.65 mm (.32)) en </para>
      <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk CZ, model 100, kaliber 9 mm Luger) </para>
      <para>en munitie van categorie III, te weten </para>
      <para>- 25 centraalvuur patronen (kaliber 9 mm Luger) en </para>
      <para>- 25 centraalvuur patronen (kaliber 9 mm Luger (.38) en</para>
      <para>- 15 centraalvuur patronen (kaliber 7.65 mm (.32) en </para>
      <para>- 10 centraalvuur patronen (kaliber 6.35 mm Br. (.25) en </para>
      <para>- 15 centraalvuur patronen (kaliber 6.35 mm Br. (.25) en </para>
      <para>- 10 centraalvuur patronen (kaliber 7.65 mm (.32) </para>
      <para>heeft overgedragen aan [naam verbalisant] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft meerdere vuurwapens verhandeld. Daardoor heeft hij bijgedragen aan het ongecontroleerd vuurwapenbezit en een onaanvaardbaar gevaar voor de veiligheid van andere personen in het leven geroepen. Het voorhanden hebben van een vuurwapen maakt het gebruik daarvan mogelijk, en naar de ervaring leert, brengt het dat ook vaak mee. De verdachte heeft dat in het verleden van dichtbij meegemaakt omdat zijn dochter slachtoffer is geworden van vuurwapengeweld. Hij heeft verklaard dat hij mede om die reden niets van vuurwapens moet hebben. De rechtbank stelt vast dat uit de bewezenverklaring anders is gebleken en het maakt zijn betrokkenheid bij de strafbare feiten des te onbegrijpelijker. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafblad</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 oktober 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Dit betreft echter een oude veroordeling.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht om een straf op te leggen die gelijk is aan de duur die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Die straf kan eventueel aangevuld worden met een werkstraf en/of een geldboete. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding vanwege de ernst van de feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Voorlopige hechtenis</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen op de datum van de uitspraak. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft betoogd dat de belangenafweging nog steeds in het voordeel van zijn cliënt dient uit te vallen. Het verzoek om opheffing van de schorsing dient te worden afgewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling </emphasis>
        </para>
        <para>Tijdens een eerdere zitting heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst. Daarbij is rekening gehouden met de inhoudelijke behandeling die nog maanden op zich liet wachten en de onschuldpresumptie. Gelet op dit veroordelend vonnis, waarbij aan de verdachte een gevangenisstraf zal worden opgelegd van geruime duur, zijn er geen termen meer aanwezig om de schorsing van de voorlopige hechtenis te laten voortduren. De schorsing zal dan ook worden opgeheven. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 47, en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden; </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
      <para>
        <?linebreak?>heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. B.E. Dijkers en A.A. Kalk, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 28 juni 2017 tot en met 18 juli 2017 te Sint Willebrord, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten </para>
    </parablock>
    <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk Walther, model P38, kaliber 9 mm) en/of </para>
    <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk FN, kaliber 6.35 mm, type 1906 Baby FN) en/of </para>
    <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk Walther, kaliber 7.65 mm (.32)) en/of </para>
    <para>- een vuurwapen (centraalvuur pistool, merk CZ, model 100, kaliber 9 mm Luger) </para>
    <para>en/of munitie van categorie III, te weten </para>
    <para>- 25 centraalvuur patronen (kaliber 9 mm Luger) en/of </para>
    <para>- 25 centraalvuur patronen (kaliber 9 mm Luger (.38) en/of </para>
    <para>- 15 centraalvuur patronen (kaliber 7.65 mm (.32) en/of </para>
    <para>- 10 centraalvuur patronen (kaliber 6.35 mm Br. (.25) en/of </para>
    <para>- 15 centraalvuur patronen (kaliber 6.35 mm Br. (.25) en/of </para>
    <para>- 10 centraalvuur patronen (kaliber 7.65 mm (.32) </para>
    <para>heeft/hebben overgedragen aan [naam verbalisant] .</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>