<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:9425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-04T10:38:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 16/8174, ROT 16/8177 en ROT 16/8181</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:9425">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:9425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-04T10:36:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:9425 Rechtbank Rotterdam , 01-12-2017 / ROT 16/8174, ROT 16/8177 en ROT 16/8181</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:9425:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoeken om het werkrooster te wijzigen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college aannemelijk gemaakt dat het werken op zondagen op de werklocatie van eisers in het belang van de dienst noodzakelijk is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:9425:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Bestuursrecht 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: ROT 16/8174, ROT 16/8177 en ROT 16/8181</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 1 december 2017 in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <para>
      [eiser 1],</para>
    <para>
      [eiser 2]				       </para>
    <para>
      [eiser 3]	</para>
    <parablock>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J. Vis,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. D. Çevik.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 5 juli 2016 (de primaire besluiten) heeft verweerder besloten om de werkroosters van eisers voor het jaar 2016 niet te wijzigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 8 november 2016 (de bestreden besluiten) is ervan uitgegaan dat het nieuwe werkrooster met ingang van 1 januari 2017 zou worden ingevoerd en heeft verweerder de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2017. Eiser 1 heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Eisers 2 en 3 zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, </para>
      <para>
        [persoon 1], en [persoon 2] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ter zitting gevoegd behandeld met de zaken ROT 16/8172, ROT 16/8184 en ROT 16/8189. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken voor het doen van uitspaak gesplitst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. 1	Eisers zijn als [functie] werkzaam bij [de gemeente]</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na ontvangst van het werkrooster waaruit bleek dat eisers waren ingeroosterd op een aantal zondagen, dienden eisers het verzoek in om het werkrooster te wijzigen zodat zij niet langer op zondagen zouden zijn ingeroosterd. </para>
      <para />
      <para>2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de verzoeken tot herziening van het werkrooster afgewezen omdat het in het dienstbelang van verweerder noodzakelijk is dat er op een aantal zondagen wordt gewerkt. Indien eisers niet op zondag willen werken, kan er overleg plaatsvinden over een andere functie of een andere locatie.</para>
      <para />
      <para>3. Eisers voeren aan dat er geen noodzakelijk en onvermijdelijk dienstbelang is om de wijk Delfshaven op zondag schoon te maken. De beroepsgrond faalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Artikel 40 van het Ambtenarenreglement van de gemeente Rotterdam (AR) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:</para>
      <para>1. Burgemeester en wethouders regelen de werktijden. Voor zover voor de ambtenaar wisselende werktijden gelden, wordt daarvoor een rooster vastgesteld, dat ten minste één maand voor aanvang aan de ambtenaar bekend wordt gemaakt.</para>
      <para>2. Bij vaststelling van de werktijd wordt in acht genomen dat:</para>
      <para>a. geen arbeid wordt verricht op zaterdagen, zondagen en feestdagen, tenzij afwijking van deze regel in het belang van de dienst noodzakelijk is. In geval arbeid op zondag onvermijdelijk is wordt deze zoveel mogelijk beperkt tot ten hoogste 26 zondagen per jaar;</para>
      <para>b. (…);</para>
      <para>c. rekening wordt gehouden met wensen van de ambtenaar, indien het dienstbelang dit toelaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uit artikel 40 van het AR volgt dat het college eisers kan verplichten tot het werken op maximaal 26 zondagen per jaar indien dit noodzakelijk is in het belang van de dienst. Met de wensen van de ambtenaar wordt rekening gehouden indien het dienstbelang dit toelaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De Centrale Raad van Beroep heeft bij uitspraak van 14 september 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:3194) in twee zaken van medewerkers van een wijkreinigingsteam in het stadsdeel Noord bepaald dat verweerder daarin aannemelijk heeft gemaakt dat het werken op zondagen op die werklocatie in het belang van de dienst noodzakelijk is.  </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in de onderhavige zaken eveneens aannemelijk gemaakt dat het stadsdeel Delfshaven, waarin het Spartastadion zich bevindt en dat grenst aan het stadsdeel Centrum, een veelvuldig en intensief gebruik van het publiek domein kent, waardoor ook dit stadsdeel elke zondag moet worden gereinigd om een aanvaardbaar schoonniveau te kunnen waarborgen, zodat het werken op zondagen op de werklocatie van eisers in het belang van de dienst noodzakelijk is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Eisers stellen dat de roosters ten onrechte niet ter goedkeuring zijn voorgelegd aan de ondernemingsraad. De beroepsgrond faalt omdat de ondernemingsraad gelet op de brief van 8 december 2015 heeft ingestemd met een inroostering van maximaal 26 zon- en feestdagen per jaarrooster. Het in deze brief genoemde voorstel om alle roosters die ieder jaar worden gemaakt voor advies voor te leggen aan de roostercommissie betreft geen verzoek tot goedkeuring door de ondernemingsraad.  </para>
      <para />
      <para>5. De beroepen zijn ongegrond.</para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, voorzitter, en mr. P. Vrolijk en </para>
      <para>mr. A. Pahladsingh, leden, in aanwezigheid van mr. J. Nieuwstraten, griffier. </para>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>