<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:6147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-12T14:18:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/750456-16 vonnis ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:6147">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:6147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-10T12:25:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:6147 Rechtbank Rotterdam , 10-08-2017 / 10/750456-16 vonnis ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:6147:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering afgewezen in verband met toewijzing vordering benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:6147:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 2</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 10/750456-16 </para>
    <para>Datum uitspraak: 10 augustus 2017</para>
    <para>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>VONNIS (ontneming) (mk)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats veroordeelde] ( [geboorteland veroordeelde] ) op [geboortedatum veroordeelde] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres veroordeelde] , </para>
      <para>
        [woonplaats veroordeelde] ,</para>
      <para>raadsvrouw mr. D.M.P. van Eijsden, advocaat te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VOORAFGAANDE VEROORDELING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van heden, 10 augustus 2017, is de veroordeelde veroordeeld wegens na te noemen strafbare feiten. </para>
      <para>Van dat vonnis is een kopie, aangeduid als A, als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VORDERING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie mr. T.H. Slieker, zoals deze na wijziging op de terechtzitting van 27 juli 2017 is komen te luiden, strekt tot </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat op € 105.395,37, met aftrek van het bedrag dat eventueel wordt toegekend aan de benadeelde partij [naam benadeelde] ; en tot</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van het op dat bedrag geschatte voordeel. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geschatte voordeel betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de feiten waarvoor de veroordeelde is veroordeeld. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het voordeel bestaat uit het totaalbedrag van de 28 door de benadeelde partij ten onrechte aan de veroordeelde uitbetaalde facturen (verkregen door middel van of uit de baten van de feiten 1 en 2) en de privéuitgaven die de veroordeelde heeft gedaan met de door de benadeelde partij aan hem ter beschikking gestelde zakelijke creditcard (verkregen door middel van of uit de baten van feit 3). De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot datzelfde bedrag. De onderhavige ontnemingsvordering is ingediend voor het geval de rechtbank de vordering van de benadeelde partij zal afwijzen of zal toewijzen tot een lager bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie is gebaseerd op artikel 36e lid 1, 2 en 9 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">STANDPUNT VERDEDIGING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering moet worden afgewezen. Zij heeft dit standpunt primair ingenomen in het verlengde van de door haar in de strafzaak bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft zij gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op maximaal € 105.395,37. Dit betreft hetzelfde bedrag dat aan de benadeelde partij kan worden toegewezen. Indien de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, dient dat bedrag op grond van artikel 36e lid 9 Sr in mindering te worden gebracht op de ontnemingsvordering, zodat deze op nihil moet worden gesteld. De vordering van de benadeelde partij heeft dan voorrang, zodat de ontnemingsvordering in dat geval moet worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BEOORDELING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het vonnis van 10 augustus 2017 is de veroordeelde veroordeeld ter zake van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">oplichting, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">van het plegen van witwassen een gewoonte maken. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure wordt derhalve als vaststaand aangenomen dat deze strafbare feiten door de veroordeelde zijn begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebleken is dat de veroordeelde door middel van en uit de baten van de hiervoor vermelde strafbare feiten 1, 2 en 3 wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Het wederrechtelijk voordeel wordt geschat op € 105.381,67 (bestaande uit het bedrag van € 104.575,67 dat is verkregen door middel van of uit de baten van de feiten 1 en 2 en de bedragen € 288,= en        € 518,= die zijn verkregen door middel van of uit de baten van feit 3).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij voormeld vonnis in de strafzaak heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde] toegewezen tot € 105.381,67, derhalve hetzelfde bedrag als waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat. </para>
      <para>In verband met het bepaalde in artikel 36e lid 9 Sr zal de ontnemingsvordering daarom worden afwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de ontnemingsvordering af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. K.T. van Barneveld, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. V.F. Milders en G.P. van de Beek, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>