<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:4189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-12T14:17:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/710066-15 ontneming vonnis</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:4189">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:4189</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-01T11:42:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:4189 Rechtbank Rotterdam , 08-03-2017 / 10/710066-15 ontneming vonnis</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:4189:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming vonnis. Veroordeelde moet € 939.105,60 aan de staat betalen vanwege opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend middels rapport Boom en de bevindingen in het proces-verbaal.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:4189:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team straf 3</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 10/710066-15</para>
    <para>Datum uitspraak: 8 maart 2017</para>
    <para>Tegenspraak </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>VONNIS (ontneming) (mk)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] , </para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,</para>
      <para>raadsman mr. J.C. Spigt, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 februari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VOORAFGAANDE VEROORDELING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 8 maart 2017 is de veroordeelde veroordeeld wegens na te noemen strafbare feiten. De inhoudelijke behandeling en de uitspraak van de onderhavige ontnemingszaak hebben in aansluiting op de hoofdzaak plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van het vonnis is een kopie, aangeduid als A, als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze </para>
      <para>bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VORDERING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie, mr. L.C. Visser, strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 939.105,60.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie is uitsluitend gebaseerd op artikel 36e lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Zij betreft voordeel verkregen door middel van of uit de baten van waarvoor de veroordeelde is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij conclusie van eis heeft de officier van justitie mr. L.C. Visser zijn vordering met voormeld bedrag gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">STRAFBARE FEITEN WAAROP DE VOORDEELSBEREKENING IS GEBASEERD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van 8 maart 2017 van deze rechtbank is de veroordeelde -voor zover van belang- veroordeeld voor het feit onder 1 ter zake van hennepteelt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven</para>
      <para>verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, gepleegd in de periode van 1 september 2012 tot en met 16 oktober 2014 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure is als vaststaand aangenomen dat dit feit onder 1 door de veroordeelde is begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">AANWIJZINGEN WAAROP HET HIERVOOR VERMELDE OORDEEL IS GEBASEERD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de berekening van het voordeel sluit de rechtbank aan bij de bedragen zoals deze zijn vermeld in het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (met bijlagen) ex artikel 36e 2e lid van het Wetboek van Strafrecht<footnote-ref linkend="_d26cfaab-2901-4c28-9008-f95ab0059b0d" />, alsmede de (overige) gegevens uit het proces-verbaal<footnote-ref linkend="_444c891d-bd85-4dd6-9b0c-1961ebd7a61a" />, met de daarbij behorende bijlagen die zijn opgemaakt door medewerkers van het onderzoeksteam van politie eenheid Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft niets over de verkregen opbrengsten uit de feiten verklaard. Ook is niets bekend geworden over de afnemers of over de afzetmarkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de berekening van het voordeel sluit de rechtbank daarom aan bij de bedragen zoals deze zijn vermeld in het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (met bijlagen) ex artikel 36e 2e lid van het Wetboek van Strafrecht  [proces-verbaalnummer 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens wordt uitgegaan van gegevens uit het rapport 'Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht' van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie te weten het BOOM-rapport van 1 november 2010 (hierna: rapport Boom).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de berekening van het geschatte voordeel wordt het volgende overwogen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Opbrengst</title>
    <parablock>
      <para>De opbrengst per oogst (zie rapport Boom) bedraagt € 3.280,- per kilogram. De opbrengst per plant in 1 kweekruimte bedraagt volgens tabel 24,6 gram. Er waren 2 ruimten, elke ruimte was 10 meter diep en 3 meter breed (blz. 2), hetgeen neerkomt op 30 m2.</para>
      <para>Het aantal planten per ruimte is 660, hetgeen neerkomt op 22 planten per vierkante meter. Uit de tabel van het rapport Boom kan worden opgemaakt dat de opbrengst per plant 24,6 gram bedraagt.</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>24,6 gram maal 660 planten = Totale bruto opbrengst per oogst van minimaal 16,236 kg </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>16,2 kg maal €3.280,- = € 53.254,- </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€  53.254,- maal 10 oogsten x 2 ruimtes = € <emphasis role="bold">1.065.080</emphasis></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Kosten</title>
    <parablock>
      <para>Voorts kan uit de bewezenverklaarde periode worden afgeleid dat er 10 oogsten zijn geweest.</para>
      <para>De kosten zijn als volgt berekend:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Er zijn geen kosten voor elektriciteit in mindering gebracht, nu deze kosten nog niet waren voldaan.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De afschrijvingskosten bedragen, gezien de tabel in het Boom rapport € 400,- per ruimte </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kosten van de hennepstekken bedragen € 1.881,- (€ 2,85 per plant, er waren 660 planten per ruimte)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De variabele kosten bedragen € 2.197,- (€ 3,33 per plant, er waren 660 planten per ruimte).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Dit komt neer op een totaalbedrag van € 4.478,80. Dit bedrag dient vermenigvuldigd te worden met 10 oogsten en 2 ruimtes, hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € <emphasis role="bold">89.575,-</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het feit dat de loods werd gehuurd door verdachte ( [naam] ) en dat er door getuigen (behoudens één enkele levering van isolatiemateriaal) nooit enige bedrijfsactiviteit is waargenomen bestaat de kans dat de loods enkel en alleen gehuurd is voor de hennepkwekerij. Derhalve zijn de kosten voor de huur voor de gehele pleegperiode vanaf 1 september 2012 tot 16 oktober 2014 als huisvestigingskosten aangemerkt en in mindering gebracht. Totaal bedroegen de kosten 36 maanden x € 1.400,00 = <emphasis role="bold">€ 36.400,-</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Totaal</title>
    <para>Gelet op het voorgaande dienen de kosten van € 89.575,- en € 36.400,- in mindering te worden gebracht op de opbrengst van € 1.065.080, hetgeen resulteert in een totaalbedrag van <emphasis role="bold">€ 939.105,-.</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VASTSTELLING VAN HET WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voordeel dat de veroordeelde wederrechtelijk heeft verkregen uit hennepteelt wordt geschat op <emphasis role="bold">€ 939.105,60.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze schatting is gegrond op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de inhoud van de wettige bewijsmiddelen aangeduid als A, die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht. Deze </para>
      <para>bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft verklaard dat hij werd afgeperst en dat hij deze feiten heeft gepleegd om zijn afpersers te kunnen betalen. Zoals reeds overwogen in voormeld vonnis, acht de rechtbank deze verklaring niet geloofwaardig en daarbij totaal niet onderbouwd. De rechtbank acht daarom voldoende aannemelijk dat de veroordeelde dit geld in zijn geheel voor zichzelf heeft gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaald zal worden dat het gehele bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde aan de staat moet worden betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€ 939.105,60 </emphasis>(zegge: negenhonderd en negenendertigduizend en honderd en vijf euro en zestig eurocent);</para>
    <para />
    <para>- legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van <emphasis role="bold">€ 939.105,60 </emphasis>(zegge: negenhonderd en negenendertigduizend en honderd en vijf euro en zestig eurocent).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, voorzitter, </para>
      <para>en mrs. K. Helmich en S.N. Abdoelkadir, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van J. Nederlof, griffier, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d26cfaab-2901-4c28-9008-f95ab0059b0d" label="1">
    <para> [proces-verbaalnummer 1]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_444c891d-bd85-4dd6-9b0c-1961ebd7a61a" label="2">
    <para> [proces-verbaalnummer 2]</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>