<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:3261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-11T14:41:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/477928 / HA ZA 15-670</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:3261">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:3261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-11T14:40:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:3261 Rechtbank Rotterdam , 19-04-2017 / C/10/477928 / HA ZA 15-670</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:3261:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident ex art. 224 Rv (proceskostenzekerheid). Eiseressen in de hoofdzaak zijn gevestigd in Taiwan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:3261:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2e1f906d-e0df-48ad-9a51-6a3474472fd8" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fe2461b9-49b1-44cd-85af-5afd467750e0" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team haven en handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/477928 / HA ZA 15-670</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 19 april 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de vennootschap naar buitenlands recht </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ACER EUROPE AG</emphasis>, tevens handelend onder de naam <emphasis role="bold">ACER EUROPE S.A.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Bioggio, Zwitserland, </para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
    </parablock>
    <para>2. de vennootschap naar buitenlands recht </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ACER COMPUTER FRANCE S.A.S.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Roissy En France, Frankrijk,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
    </parablock>
    <para>3. de vennootschap naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FUBON INSURANCE CO. LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Taipei, Taiwan, </para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, </para>
    </parablock>
    <para>4. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CATHAY CENTURY INSURANCE CO. LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Taipei, Taiwan,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak, </para>
      <para>verweerster in het incident, </para>
    </parablock>
    <para>5. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SOUTH CHINA INSURANCE CO. LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Taipei, Taiwan,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. F.J.H. Krumpelman te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de naamloze vennootschap KUEHNE + NAGEL N.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KUEHNE + NAGEL LOGISTICS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Veghel,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para>3. de vennootschap naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KUEHNE + NAGEL LIMITED</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Shanghai, Volksrepubliek China, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para>4. de vennootschap naar buitenlands recht </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CHINA SHIPPING CONTAINER LINES (HONG KONG) CO. LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te East Hong Kong, Hong Kong,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EUROMAX TERMINAL ROTTERDAM B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. T. van der Valk te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 6] ., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>advocaat mr. V.R. Pool te [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres in het incident zal hierna Euromax genoemd worden. Eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in het incident zullen hierna ook Fubon c.s. genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 9 januari 2015;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis in incident van 20 juli 2016;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie houdende vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten ex artikel 224 Rv (cautio iudicatum solvi) van Euromax 18 januari 2017; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord van 1 februari 2017. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij rolbericht van 30 maart 2017 hebben eiseressen in de hoofdzaak medegedeeld dat de procedure tegen gedaagden sub 1, 2 en 3 in de hoofdzaak wordt ingetrokken. De procedure tegen gedaagde sub 4 en 6 is reeds doorgehaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en beoordeling in incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Euromax vordert dat Fubon c.s. op de voet van artikel 224 Rv zekerheid stelt voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan Fubon c.s. veroordeeld zou kunnen worden. Dit omdat Fubon c.s. Taiwanese wederpartijen betreffen. Euromax geeft er de voorkeur aan dat de zekerheid in de vorm van een bankgarantie wordt gesteld. Voorts vordert Euromax veroordeling van Fubon c.s. in de kosten van het incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Fubon c.s. refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, behoudens de door Euromax gevorderde veroordeling in de proceskosten in het incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De incidentele vordering is tijdig en vóór alle weren ingesteld. Op de voet van artikel 224 lid 1 Rv. zijn allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen, verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Fubon c.s. hebben blijkens de dagvaarding allen een vestigingsplaats in Taiwan. Taiwan is geen partij bij het Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen of het Verdrag betreffende de Burgerlijke Rechtsvordering. Ook is er geen executieverdrag waarbij zowel Nederland als Taiwan partij is. Ook overigens is niet gebleken dat een van de in artikel 224 lid 2 Rv genoemde uitzonderingen zich voordoen. Fubon c.s. is dan ook gehouden op grond van artikel 224 Rv ten behoeve van Euromax zekerheid te stellen voor de door Euromax te maken proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank gaat vooralsnog uit van een procedure zonder complicaties. Om die reden zal de rechtbank de hoogte van het bedrag waarvoor zekerheid dient te worden gesteld als volgt bepalen. Voor de hoofdzaak zal de rechtbank voor de conclusie van antwoord en de comparitie van partijen twee punten à € 2.580,- (tarief VII) toekennen. Voor de vergoeding ter zake van nakosten zonder betekening kent de rechtbank € 131,- toe. Daarnaast is het griffierecht voor Euromax vastgesteld op € 3.903,-. De rechtbank bepaalt het bedrag waarvoor thans genoegzame zekerheid dient te worden gesteld derhalve op € 9.194,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De zekerheid dient gesteld te worden door een bankgarantie van een Nederlandse bankinstelling volgens het Rotterdams garantieformulier in de meest recente versie, dan wel het model van de Nederlandse Vereniging van Banken in de meest recente versie. Aan de zekerheidsstelling zal een termijn van vier weken worden verbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De proceskosten van partijen zullen worden gecompenseerd, nu Fubon c.s. zich niet tegen de zekerheidstelling heeft verzet.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Fubon c.s., allen gevestigd te Taipei, Taiwan, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak, tot zekerheidsstelling voor een bedrag van € 9.194,- (negenduizend honderdvierennegentig euro), ter zake van de proceskosten tot betaling waarvan zij veroordeeld kunnen worden, ten behoeve van Euromax, uiterlijk <emphasis role="bold">17 mei 2017 </emphasis>door middel van het stellen van een bankgarantie af te geven door een Nederlandse bank zoals hiervoor weergegeven onder 2.6., </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">31 mei 2017</emphasis> voor akte uitlating over de vraag of zekerheid is gesteld.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2017.</para>
        <para>2130/1729</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>