<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:2513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-27T09:10:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 16/2010</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:2513">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:2513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-27T09:05:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:2513 Rechtbank Rotterdam , 07-04-2017 / ROT 16/2010</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:2513:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskosten bestuursrecht. Berekening kosten deskundige. Krachtens artikel 3 lid 1 Wts is in artikel 6 Bts voor werkzaamheden van min of meer wetenschappelijke of bijzondere aard een tarief van ten hoogste € 116,09 per uur vastgesteld. Op grond van artikel 9 lid 1 Bts geldt een gedeelte van een uur gelijk aan ene half uur of korter als een half uur. In artikel 15 Bts is bepaald dat de bedragen, genoemd in het Bts, worden verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:2513:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Bestuursrecht 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 16/2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2017 als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], te [plaats], verzoekster,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. B.F. Desloover,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij besluit van 17 maart 2016 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoekster tegen een besluit van 8 oktober 2015 ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 29 november 2016 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster alsnog gegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder de proceskosten in bezwaar vergoed tot een bedrag van € 496,- voor het indienen van het bezwaarschrift en een bedrag van € 496,- voor het deelnemen aan de hoorzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 16 december 2016 heeft verzoekster het beroep ingetrokken en de rechtbank op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten, bestaande uit de gebruikelijke kosten en de kosten voor het inwinnen van medisch advies. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder is door de rechtbank in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoekster is tegemoetgekomen, dat verzoekster om die reden het beroep heeft ingetrokken en dat verzoekster proceskosten heeft gemaakt. Het verzoek is daarom kennelijk gegrond, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank ziet dan ook aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft in de gewijzigde beslissing op bezwaar reeds besloten tot vergoeding van de kosten in de bezwaarprocedure tot een bedrag € 992,- voor het indienen van het bezwaarschrift en voor het deelnemen aan de hoorzitting. Niet is gesteld of gebleken dat deze kosten onjuist zijn vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>4. De kosten in beroep stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 495,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 495,- en wegingsfactor 1).</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft tevens verzocht om vergoeding van de kosten voor het inwinnen van medisch advies en daarbij twee facturen van het medisch adviesbureau Triage (met factuurnummers 15712581 en 16709704) overgelegd tot een bedrag van in totaal € 655,70. De rechtbank oordeelt dat het inwinnen van medisch advies redelijk was, evenals het aantal door Triage gewerkte uren. Dit is ook niet door verweerder betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1, aanhef en onder b, en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb wordt de vergoeding van de kosten van een door een partij ingeschakelde deskundige vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken (Wts). Krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wts is in artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) voor werkzaamheden van min of meer wetenschappelijke of bijzondere aard een tarief van ten hoogste € 116,09 per uur vastgesteld. Op grond van artikel 9, eerste lid, van het Bts geldt een gedeelte van een uur gelijk aan ene half uur of korter als een half uur. In artikel 15 van het Bts is bepaald dat de bedragen, genoemd in het Bts, worden verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Uit de specificatie van de facturen en de nadere toelichting van 6 februari 2017 volgt dat het uurtarief van de medisch adviseur van Triage de maximale vergoeding van € 116,09 per uur overschrijdt en daarom gematigd moet worden, uitgaande van (121+15 minuten, afgerond) 2,5 uur bestede tijd (aldus ook, in een vergelijkbare zaak, de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van 4 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1695). De rechtbank stelt de vergoeding voor de medisch adviseur daarom vast op (2,5 uur x € 116,09 + 21% btw = ) € 351,17. Verder moeten de administratieve kosten van Triage worden aangemerkt als kosten die verzoekster redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten bedragen in totaal (€ 29,18 + € 47,52 + € 5,30 + € 5,30 + 21% btw = ) € 105,63 en vallen niet onredelijk hoog uit. Hieruit volgt dat van de kosten van het inschakelen van Triage een bedrag van in totaal € 456,80 voor vergoeding in aanmerking komt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6.	De rechtbank wijst er ten slotte op dat verweerder, gelet op artikel 8:41, zevende lid, van de Awb, het door verzoekster betaalde griffierecht van € 46,- aan haar dient te vergoeden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van (€ 495,- + € 456,80 = ) € 951,80.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van K.A. Dos Santos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>