<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:2070</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-30T10:55:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 16/10757</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:2070">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:2070</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-30T10:55:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:2070 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2017 / AWB 16/10757</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:2070:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vk/intrekking verlengde vergunning tijdsverloop en EU langdurig ingezetene in strijd met twaalfjaarstermijn/beroep gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:2070:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Bestuursrecht 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 16/10757, V-nummer: [v-nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 20 maart 2017 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. A.H. Diels,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. P.P. Zweedijk.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 7 december 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan eiser verleende reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ‘tijdsverloop in de asielprocedure’ ingetrokken met terugwerkende kracht tot 29 juli 2007. De aan eiser verleende reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd voor langdurige ingezetenen in de EU is met terugwerkende kracht ingetrokken tot datum verlening (28 april 2008). </para>
      <para>Tevens heeft verweerder de aanvraag van eiser tot vervanging c.q. vernieuwing van zijn verblijfsdocument afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 april 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Chinese nationaliteit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de aan eiser verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (tijdsverloop) ingetrokken op grond van artikel 19 juncto artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c van de Vreemdelingenwet2000 (Vw 2000). Deze vergunning is ingetrokken tot 29 juli 2007. Sinds de oorspronkelijke verleningsdatum van 4 februari 2003 zijn twaalf jaren verstreken, zodat de  vergunning die in eerste instantie aan eiser was verleend, op grond van artikel 3.84 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), niet meer kan worden ingetrokken. </para>
      <para>De aan eiser verleende (reguliere) EU-vergunning voor onbepaalde tijd is ingetrokken op grond van artikel 45d, derde lid, aanhef onder b, van de Vw 2000. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft in het bestreden besluit deze intrekkingen gehandhaafd en daartoe, kortgezegd, overwogen dat eiser aan al zijn verblijfsaanvragen onjuiste gegevens (betreffende zijn identiteit) ten grondslag heeft gelegd, dan wel de juiste gegevens heeft achtergehouden, terwijl indien verweerder daarmee bekend was geweest, hij niet tot het verlenen van de vergunningen was overgegaan. </para>
    <para />
    <para>3. Voor de intrekking van de (verlenging van de) reguliere verblijfsvergunning ‘tijdsverloop in de asielprocedure’ gelden (deels) andere intrekkingscriteria dan voor de intrekking van de EU-vergunning voor onbepaalde tijd. In geschil is of die criteria door verweerder juist zijn toegepast.</para>
    <para />
    <bridgehead role="italic">4.	Intrekking van de reguliere vergunning ‘tijdsverloop in de asielprocedure’</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij de asielaanvraag die heeft geleid tot het verlenen van de ambtshalve verleende vergunning vanwege tijdsverloop in de asielprocedure, heeft eiser verklaard dat hij is geboren op [onjuiste geboortedatum] te [onjuiste geboorteplaats] . Niet in geschil is dat deze gegevens niet overeenkomen met de gegevens waaronder eiser inmiddels in de Basisregistratie Persoonsgegevens staat ingeschreven ( [geboortedatum] , [geboorteplaats] ). Die laatste gegevens zijn de juiste. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 19 van de Vw 2000 kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingetrokken op de gronden bedoeld in artikel 18, eerste lid, met uitzondering van onderdeel b.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, kan een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 worden afgewezen indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 3.84 van het Vb 2000 wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder c, van de Wet afgewezen om reden dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid, indien er sedert de verlening, verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning een periode van twaalf jaren is verstreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser betoogt dat artikel 3.84 van het Vb 2000 ook aan de intrekking van de met ingang van 29 juli 2007 tot 29 juli 2008 verlengde vergunning in de weg staat. Hij voert hiertoe aan dat als de termijn van twaalf jaar, zoals verweerder stelt, op de datum van verlenging opnieuw zou gaan lopen, artikel 3.84 van het Vb 2000 betekenisloos zou zijn.</para>
        <para>De rechtbank volgt eiser in dit betoog. Gelet op de tekst van artikel 3.84 van het Vb 2000 en de nota van toelichting (Stb. 2000, 497) geldt de periode van twaalf jaar vanaf de (op onjuiste of onvolledige gegevens gebaseerde) oorspronkelijke beslissing tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de verblijfsvergunning. </para>
        <para>Uit die toelichting haalt de rechtbank het volgende citaat aan: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Artikel 3.84</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien er bij de verlening, wijziging of verlenging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt die tot een positieve beslissing hebben geleid, waar een negatieve beslissing had moeten worden genomen, kan de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning worden afgewezen. In dergelijke gevallen zou de vreemdeling bij bekendheid van de juiste relevante gegevens immers niet in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. In dit artikel wordt de bevoegdheid om de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in deze situaties af te wijzen, beperkt tot een periode van twaalf jaren. Na verloop van twaalf jaren wegen de belangen van de overheid bij het corrigeren van de door het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens ten onrechte bewerkstelligde situatie in ieder geval niet langer meer op tegen de belangen van de vreemdeling, die in dat geval immers al zeer lang in Nederland verblijft. De termijn van twaalf jaren sluit aan bij de strafrechtelijke verjaringstermijn. Dezelfde termijn is opgenomen in artikel 14 van het voorstel tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Kamerstukken II, 1997–1998, 25 891 (R1609), nrs 1–6) omtrent de ongedaanmaking van het ten onrechte verkregen Nederlanderschap. Die periode wordt berekend vanaf de (op onjuiste of onvolledige gegevens gebaseerde) beslissing tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de verblijfsvergunning. In die gevallen weegt het algemene belang niet (langer) op tegen het belang van de vreemdeling bij voortzetting van het verblijf in Nederland”. </emphasis>
        </para>
        <para>Uit de tekst en toelichting op de bepaling volgt naar het oordeel van de rechtbank eenduidig dat de mogelijkheid om de verblijfsvergunning niet te verlengen omdat er bij de <emphasis role="italic">verlening</emphasis> onjuiste gegevens zijn verstrekt, verjaart na verloop van twaalf jaren na die verlening. </para>
        <para>De verlenging van de oorspronkelijk verleende vergunning is onlosmakelijk verbonden met de verlening in eerste instantie. Het volhouden van de onjuiste gegevens (bij de verlenging), ziet de rechtbank niet als een voortgezette handeling zoals bekend uit het strafrecht. Het opnieuw gaan rekenen vanaf de verlenging verhoudt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met de ratio achter de twaalfjaarstermijn dat na verloop van twaalf jaar de belangen van de overheid bij het corrigeren van de door het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens ten onrechte bewerkstelligde situatie, niet langer opwegen tegen de belangen van de vreemdeling, die in dat geval immers al zeer lang in Nederland verblijft. Verweerder lijkt in dit geval enkel van belang te achten dat de situatie hersteld wordt zoals die geweest zou zijn als ten tijde van de vergunning wegens tijdsverloop al bekend zou zijn geweest dat eiser onjuiste gegevens had verstrekt. Verweerder heeft daarbij beslist in strijd met het in de wettelijke bepaling en in de toelichting opgenomen tijdsverloop. Dat betekent dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de wet (artikel 3.84 van het Vb 2000) en om die reden geen stand kan houden. Het beroep is reeds hierom gegrond. Het bestreden besluit moet in zoverre worden vernietigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">5.	Intrekking van de EU-vergunning voor langdurig ingezetenen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de richtlijn 2003/109/EG (Richtlijn langdurig ingezetenen derdelanders), zoals geïmplementeerd in artikel 45d, derde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000,  mogen langdurig ingezetenen derdelanders de EU-status van langdurig ingezetene niet behouden, indien wordt vastgesteld dat die op frauduleuze wijze is verkregen. De EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen wordt dan ingetrokken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 3.97 van het Vb luidt als volgt: De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, wordt niet ingetrokken op de in artikel 22, eerste lid, onder b, van de Wet genoemde grond dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid, indien sedert de verlening, de verlenging of de wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de Memorie van Toelichting (MvT) op de implementatie van richtlijn Richtlijn langdurig ingezetenen derdelanders p. 4 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 567, nr. 3 onder het kopje: Implementatie2003/109) blijkt het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ In het stelsel van de Nederlandse Vreemdelingenwet 2000 leidt de toekenning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de nieuwe Europese status van langdurig ingezetene tot verlening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (artikel 20</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de Vreemdelingenwet 2000). Omdat de mogelijkheid om (met toepassing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van artikel 13 van de richtlijn) die vergunning in bepaalde gevallen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onder gunstiger voorwaarden te verlenen blijft gehandhaafd, zijn in het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onderhavige wetsvoorstel de voorwaarden voor de Europese status van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">langdurig ingezetene geplaatst vóór die voor de verblijfsvergunning regulier</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor onbepaalde tijd. In een aantal gevallen zal de vreemdeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">derhalve wél voldoen aan de voorwaarden voor de verlening van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nederlandse verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, maar niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan die voor de toekenning van de Europese status van langdurig ingezetene.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het onderhavige voorstel is zoveel mogelijk aangesloten bij het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bestaande vergunningenstelsel van de Vreemdelingenwet 2000 en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bestaande procedures. De kern van het voorstel is dat beide permanente</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">statussen worden verenigd in de bestaande verblijfsvergunning regulier</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voor onbepaalde tijd en dat de reeds bestaande figuur van «wijziging»</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de verblijfsvergunning nu ook voor de vergunning voor onbepaalde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tijd wordt ingevoerd. Het voorgestelde systeem werkt als volgt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De nieuwe status van langdurig ingezetene wordt op aanvraag verleend.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aanvraag strekt tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onbepaalde tijd. De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beoordeelt die aanvraag aan de hand van de Europese vereisten voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verlening van de status van langdurig ingezetene en – indien daaraan niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wordt voldaan – aan de nationale Nederlandse vereisten voor verlening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Indien de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vreemdeling voldoet aan de Europese vereisten, wordt dat tot uitdrukking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gebracht in de aantekening «EG – langdurig ingezetene» op het verblijfsdocument.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien de vreemdeling niet voldoet aan de Europese vereisten,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">maar wél aan de voorwaarden voor de nationale, Nederlandse verblijfsvergunning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">regulier voor onbepaalde tijd, wordt op het verblijfsdocument</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">– zoals dat ook thans het geval is – de aantekening «II» geplaatst.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>En op p. 16 (over de wijziging van artikel 20 van de Vw 2000 in verband met de implementatie):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De voorgestelde wijziging van artikel 20, eerste lid, geeft de minister de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bevoegdheid om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(op aanvraag of ambtshalve) te wijzigen. In de meeste gevallen zal het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gaan om een wijziging op aanvraag, ingediend door een vreemdeling die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">reeds in het bezit is gesteld van een (Nederlandse) verblijfsvergunning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">regulier voor onbepaalde tijd (met de aantekening «II») en die met het oog</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op het recht van langdurig ingezetenen om in andere EU- lidstaten te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verblijven, de status van langdurig ingezetene (met de aantekening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">«EG-langdurig ingezetene») wenst. Wijziging kan echter ook ambtshalve</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">plaatsvinden. In de praktijk zal dat naar verwachting beperkt zijn tot zeer</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitzonderlijke gevallen waarin de status van langdurig ingezetene (aantekening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">«EG-langdurig ingezetene») zonder daartoe strekkende aanvraag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">door de overheid wordt gewijzigd in een Nederlandse vergunning voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onbepaalde tijd (aantekening «II») om te voorkomen dat de intrekking van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd gepaard moet gaan met de verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>En op p. 20 (toelichting op artikel 21 van de Vw 2000):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Onderdeel h komt overeen met het huidige onderdeel e van artikel 21,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eerste lid, en ziet op het verstrekken van onjuiste gegevens. Indien wordt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vastgesteld dat de vreemdeling door het verzwijgen van relevante gegevens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">of het verstrekken van onjuiste gegevens in het bezit is gekomen of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gebleven van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, kan hem de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en de status van langdurig ingezetene</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op die grond worden onthouden. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zijn in het geval waarin de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verleend op grond van een schijnhuwelijk waarmee de bepalingen inzake</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">binnenkomst en verblijf van vreemdelingen zijn omzeild (zie bijvoorbeeld</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 567, nr. 3 20</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">artikel 16, tweede lid, onder b, van de richtlijn 2003/86/EG (PbEU 2003, L</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">251) inzake het recht op gezinshereniging en ook HvJ EG 23 september</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2003 in zaak C-109/01 tussen de Secretary of State for the Home Department</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en Hacene Akrich, r.o. 56, JV 2004/1). Volledigheidshalve wijst de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">regering er in dit verband op dat, indien wordt vastgesteld dat de status</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van langdurig ingezetene op frauduleuze wijze is verkregen, de langdurig</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ingezetene die status ingevolge artikel 9, eerste lid, onder a, van de richtlijn,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet langer mag behouden.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>En op p. 25 (toelichting op de wijziging van artikel 22 van de Vw 2000):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Artikel 22 verschaft het kader waarbinnen intrekking van de verblijfsvergunning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">regulier voor onbepaalde tijd – ongeacht of de houder daarvan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de status van langdurig ingezetene heeft – mogelijk is. Dit volgt uit de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">samenhang tussen het artikel 1, onder a, (doel) artikel 3, eerste lid,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(werkingssfeer) van de richtlijn en de voorgestelde wijze waarop de Europese</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">status wordt geïntegreerd in het vergunningenstelsel van de Vreemdelingenwet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2000. Voor de overzichtelijkheid is artikel 22 opnieuw vastgesteld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het nieuwe artikel 22 is aangepast aan de nieuwe systematiek en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de richtlijn opgenomen normen voor de verwijdering van langdurig</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ingezetene. Zoals gezegd zijn de gronden die kunnen leiden tot verwijdering</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(in de Nederlandse situatie: intrekking van de verblijfsvergunning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">regulier voor onbepaalde tijd) van toepassing, ongeacht of deze vergunning</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">is verleend met of zonder toepassing van artikel 13 van de richtlijn en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">derhalve ongeacht of de aantekening «II» dan wel de aantekening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">«EG-langdurig ingezetene» op het verblijfsdocument is geplaatst. Wel kan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in een bijzonder geval waarin de richtlijn intrekking van de status van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">langdurig ingezetene voorschrijft, maar daadwerkelijke verblijfsbeëindiging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet aan de orde is, worden volstaan met (ambtshalve) wijziging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Daarbij valt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te denken aan gevallen waarin uit artikel 8 EVRM een negatieve verplichting</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voortvloeit om af te zien van inmenging in het in Nederland uitgeoefende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gezinsleven. In een dergelijke geval kan de vreemdeling houder van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd blijven en daarmee</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zijn rechtmatige verblijf in de zin van artikel 8, onder b, van de Vreemdelingenwet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2000 behouden, met dien verstande dat de aantekening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">«EG-langdurig ingezetene» op het verblijfsdocument (ambtshalve) zal</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">moeten worden vervangen door de aantekening «II» waardoor de vreemdeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geen verblijfsrecht in andere lidstaten meer aan hoofdstuk III van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de richtlijn kan ontlenen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>En op p. 26, toelichting op de wijziging van artikel 22 van de Vw 2000 en de bespreking van artikel 3.97 van het Vb 2000:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Onderdeel b ziet op de verstrekking van onjuiste gegevens.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Langdurig ingezetenen mogen hun status ingevolge artikel 9, eerste lid,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onder a, van de richtlijn niet behouden, indien wordt vastgesteld dat die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">status op frauduleuze wijze is verkregen. Het huidige onderdeel b van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">artikel 22, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 behoeft derhalve</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijziging. De ACVZ heeft ten aanzien van deze intrekkingsgrond opgemerkt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat het voorgestelde artikel 22, eerste lid, onder b, slechts een bevoegdheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tot intrekking geeft, hoewel de richtlijn tot intrekking verplicht.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De regering wijst er op dat het niet wenselijk is om de intrekking op deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">grond in de Wet imperatief voor te schrijven, omdat de richtlijn nog</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ruimte laat om niet in alle gevallen van frauduleuze verkrijging tot intrekking</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">over te gaan en een aldus te beperken verplichting tot intrekking in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het opnieuw vast te stellen artikel 3.95 van het Vreemdelingenbesluit 2000</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kan worden neergelegd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Artikel 9, zevende lid, van de richtlijn geeft de lidstaten immers nog wel de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bevoegdheid en ook de verplichting om de langdurig ingezetene toestemming</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te geven toch op het grondgebied van de lidstaat te blijven, indien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de intrekking of het verlies van de status niet leidt tot verwijdering, indien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden die in de wetgeving van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">lidstaat worden gesteld, behoudens gevaar voor de openbare orde of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veiligheid.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorts wordt de verblijfsvergunning ingevolge het huidige artikel 3.97 van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het Vreemdelingenbesluit 2000 niet op deze grond ingetrokken, indien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">sedert het verstrekken van de onjuiste gegevens een periode van twaalf</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">jaar is verstreken. Aangezien de richtlijn geen daarmee corresponderende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitzondering bevat, zal de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tijd in een dergelijk geval – frauduleuze verkrijging – moeten worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ingetrokken. Indien sedert de verkrijging een periode van twaalf jaar is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verstreken, zal de verblijfsvergunning derhalve worden gewijzigd indien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene» was geplaatst, door die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aantekening te vervangen door de aantekening «II». Ook dit zal worden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opgenomen in het Vreemdelingenbesluit 2000. In dit verband zij ook</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwezen naar de toelichting op onderdeel C (artikel 20).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de MvT op artikel 3.97 Vb 2000 wordt het volgende geciteerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Deze artikelen hebben betrekking op de intrekking van de reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet. Deze artikelen over de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van onjuiste gegevens en inbreuk op de openbare orde corresponderen met de artikelen in de voorgaande afdeling over de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van de reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Artikel 3.96</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien er bij de verlening, wijziging of verlenging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt die tot een positieve beslissing hebben geleid, waar een negatieve beslissing had moeten worden genomen, kan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd om die reden worden afgewezen. In dergelijke gevallen zou de vreemdeling bij bekendheid van de juiste relevante gegevens immers niet in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, en behoort hij in het algemeen ook niet in het bezit te worden gesteld van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. In dit artikel wordt de bevoegdheid om de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in deze situaties af te wijzen, beperkt tot een periode van twaalf jaren. Die periode wordt berekend vanaf de (op onjuiste of onvolledige gegevens gebaseerde) beslissing tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de verblijfsvergunning. In die gevallen weegt het algemene belang niet (langer) op tegen het belang van de vreemdeling bij voortzetting van het verblijf in Nederland. Verwezen wordt naar de toelichting op artikel 3.84.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit deze toelichting op het Vb 2000 en de implementatiewetgeving van de richtlijn langdurig ingezetenen, leidt de rechtbank twee dingen af:</para>
        <para>Dat het bepaalde in artikel 3.97, net als het bepaalde in artikel 3.84, Vb 2000 in de weg staat aan het intrekken van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, zoals in het bestreden besluit gedaan.</para>
        <para>En dat in het geval de aantekening langdurig ingezetene moet worden ingetrokken, omdat de richtlijn langdurig ingezetenen niet voorziet in een bepaling als in artikel 3.97 van het Vb 2000, en sedert het verstrekken van de onjuiste gegevens twaalf jaar is verstreken, de verblijfsvergunning onbepaalde tijd met aantekening langdurig ingezetene, zal moeten worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onbepaalde tijd met daarop de aantekening II. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van ‘op frauduleuze wijze verkregen’ en dat ook bij bekendheid met de juiste gegevens de vergunning als langdurig ingezetene was verleend. Dat betoog faalt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het begrip ‘op frauduleuze wijze verkregen’ is  noch in artikel  9, eerste lid, onder a, van de richtlijn langdurig ingezeten derdelanders noch in een andere bepaling van deze richtlijn gedefinieerd. In dit verband moet bij de bepaling van de betekenis en de draagwijdte van dergelijke Unierechtelijke begrippen volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU rekening worden gehouden zowel met de bewoordingen van de betrokken bepalingen van Unierecht als met de context ervan, alsook met de doelstellingen van de regeling waarvan zij deel uitmaken (zie met name arresten Lundberg, C‑317/12, EU:C:2013:631, punt 19, en Bouman, C‑114/13, EU:C:2015:81, punt 31) en, in casu, met de ontstaansgeschiedenis van die regeling (zie naar analogie arrest Pringle, C‑370/12, EU:C:2012:756, punt 135). Zoals eiser zelf stelt, kan voor de uitleg van het begrip fraude aansluiting worden gezocht bij de uitleg die de Europese Commissie daaraan geeft. De Europese Commissie heeft bijvoorbeeld in het Handboek voor de aanpak van vermoedelijke schijnhuwelijken tussen EU-burgers en burgers van derde landen in de context van het EU-recht inzake vrij verkeer van EU- burgers (SWD(2014) 284 final), in de richtsnoeren voor de toepassing van de richtlijn 2003/86 (COM(2014) 210 final en in de richtsnoeren van Richtlijn 2004/38/EG (vrije personenverkeer)  (COM 2009) 313 final), invulling gegeven aan het begrip fraude. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 18 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3232) bieden dergelijke handboeken van de Europese Commissie een handvat voor de interpretatie van een bepaling uit de richtlijn. Deze zijn aldus op zichzelf niet juridisch bindend.  </para>
        <para>De invulling door de Europese Commissie van het begrip fraude komt erop neer dat als door fraudeurs door de presentatie van frauduleuze documenten wordt beweerd dat aan de formele voorwaarden voor verblijfsrecht is voldaan of dat op basis van een valse voorstelling van materiele feiten een verblijfsrecht wordt verkregen, daarvan sprake is. </para>
        <para>In dit licht bezien heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit, in het verweerschrift en ter zitting terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser de EU-vergunning op frauduleuze wijze heeft verkregen. Verweerder heeft aangegeven welke gegevens opzettelijk onjuist zijn verstrekt en waarom deze gegevens onjuist zijn en dat uit eisers verklaringen is af te leiden dat hij tijdens zijn asielprocedure opzettelijk heeft gelogen over zijn leeftijd met als doel toelating te verkrijgen tot Nederland. </para>
        <para>Eisers stelling dat de opzettelijk verstrekte onjuiste geboortedatum, geen frauduleuze handeling is, omdat het leeftijdscriterium geen rol speelt bij de verkrijging van de verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, volgt de rechtbank niet. Dat eiser op frauduleuze wijze de verblijfsvergunning wegens tijdsverloop in de asielprocedure heeft gekregen, brengt met zich dat hij voorts op frauduleuze wijze de daarop voortbouwende vergunningen, waaronder de EU-vergunning voor langdurig ingezetenen, heeft verkregen. Anders dan bij de verlenging is de wijziging van de verblijfsvergunning op grond van tijdsverloop in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met een aantekening EU langdurig ingezetene geen logisch gevolg van de eerdere verlening. Dit levert een sterker verblijfsrecht op dat zich uitstrekt tot de gehele EU.</para>
        <para>Ook het betoog dat geen sprake is van fraude, omdat geen aangifte is gedaan, slaagt niet. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (bijvoorbeeld de arresten inzake Kol, </para>
        <para>C-285/95, en Unal,C-187/10) volgt dat voor het aannemen van frauduleuze verkrijging niet steeds een strafrechtelijke veroordeling vereist is. Hieruit is ook niet af te leiden dat een aangifte wel vereist is. Gelet hierop heeft verweerder de verleende EU status voor langdurig ingezetenen terecht ingetrokken. Er bestaat gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punt 16, geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen, aangezien redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de wijze waarop de opgeworpen vraag over de betrokken Unierechtelijke rechtsregel moet worden beantwoord. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt derhalve voor wat betreft de intrekking van de status/aantekening langdurig ingezetene tot de conclusie dat die terecht is ingetrokken.</para>
        <para>Op dit punt blijft het bestreden besluit in stand. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Echter, verweerder had, conform de bedoeling (zoals die blijkt uit de hierboven aangehaalde stukken uit de MvT) bij het intrekken van die status de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet mogen intrekken (vanwege het verstrijken van de 12-jaarstermijn van artikel 3.97), en de vergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening langdurig ingezetene, moeten vervangen door de aantekening II, onder handhaving van de vergunning voor onbepaalde tijd. Het bestreden besluit komt ook op dit punt voor vernietiging in aanmerking.</para>
      <para />
      <para>6. Verweerder zal met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar moeten beslissen. </para>
      <para />
      <para>7. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.</para>
      <para />
      <para>8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1980,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495,- en wegingsfactor 1). </para>
      <para />
      <para>9. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. Maar niet voor zover zijn beroep betrekking heeft op intrekking van de aan hem toegekende status EU-langdurig ingezetene. Verweerder moet opnieuw op eisers bezwaar beslissen en daarbij deze uitspraak van de rechtbank in acht nemen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de status van langdurig ingezetene niet is vervangen door de aantekening II onder handhaving van de (nationale) vergunning voor onbepaalde tijd; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de aan eiser verleende reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ‘tijdsverloop in de asielprocedure’ is ingetrokken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar neemt, met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 168,-  vergoedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1980,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Houweling, voorzitter, mrs. A. Hello en </para>
      <para>A. Paladsingh, leden, in aanwezigheid van mr. N. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>