<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2017:1474</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-24T09:08:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/516161 / KG RK 16-2241</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:1474">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2017:1474</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-24T09:07:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2017:1474 Rechtbank Rotterdam , 22-02-2017 / C/10/516161 / KG RK 16-2241</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2017:1474:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Exequatur arbitraal vonnis. Ambtshalve toetsing relatieve bevoegdheid. Beslissing in beginsel zonder wederpartij te horen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2017:1474:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4e72e8b6-f003-4591-893c-9b7266d7bbb7" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="69f7ff31-954b-40e3-a77b-d06bef33b7e5" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/10/516161 / KG RK 16-2241</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 februari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Dordrecht,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. S.E. van den Berg te Breda, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende een arbitraal vonnis gewezen tussen verzoekster en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar vreemd recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ESSAR PROJECTS LIMITED</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Tussen verzoekster en Essar Projects Limited is in Rotterdam een arbitrale procedure gevoerd, waarin op 26 oktober 2016 een arbitraal (eind) vonnis gewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift, ontvangen op 7 december 2016, strekt er toe dat verlof wordt verleend tot tenuitvoerlegging van het voormelde arbitrale vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In een verzoekschriftprocedure dient de rechter in beginsel ambtshalve zijn relatieve bevoegdheid te toetsen (art. 270 lid 1 Rv.). De relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam is gegeven omdat het arbitraal vonnis is gewezen in Rotterdam (artikel 1062 lid 1 Rv.). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Indien de voorzieningenrechter het verzoek aanstonds toewijst, bepaalt hij geen dag voor de mondelinge behandeling en wordt de wederpartij niet de kans geboden een verweerschrift in te dienen (artikel 279 lid 1 Rv.). Daarom wordt het verzochte verlof verleend zonder Essar Projects Limited in deze procedure te horen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het arbitrale vonnis is niet gedeponeerd ter griffie van de rechtbank Rotterdam. Daarom dient het onderhavige verlof te worden opgenomen in een beschikking (art. 1062 lid 2 Rv.). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Verzoekster stelt niet dat de termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging als bedoeld in artikel 1064a Rv. ongebruikt is verstreken. Daarom geldt in dit geval het toetsingskader van artikel 1063 lid 1 Rv, en niet van artikel 1063 lid 2 Rv.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Artikel 1063 lid 1 Rv bepaalt: “<emphasis role="italic">De voorzieningenrechter van de rechtbank kan de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis slechts weigeren, indien hem na een summierlijk onderzoek is gebleken dat het aannemelijk is dat het vonnis zal worden vernietigd op een van de gronden genoemd in artikel 1065, eerste lid, of herroepen op een van de gronden genoemd in artikel 1068, eerste lid, dan wel indien in strijd met artikel 1056 een dwangsom is opgelegd. In dit laatste geval betreft de weigering alleen de tenuitvoerlegging van de dwangsom.”</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Niet aannemelijk is dat zich een grond voordoet die noopt tot afwijzing van het verzochte verlof. Daarom zal het verlof worden verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Essar Projects Limited zal worden veroordeeld in de proceskosten van verzoekster. Deze kosten worden begroot op € 123,- aan griffierecht en € 452,- aan salaris advocaat (1 punt voor het verzoekschrift, conform de Liquidatietarieven voor een zaak van onbepaalde waarde, zijnde verlof tot tenuitvoerlegging).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent verlof tot tenuitvoerlegging van het aangehechte arbitrale vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt verweerster in de kosten van deze procedure, tot heden aan de zijde van verzoekster begroot op 123,- aan griffierecht en € 452,- aan salaris advocaat.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2517/676 </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>